Wolf                                                          Anno 2014

Het was een donkere nacht.
De maan werd verduisterd door dikke regenwolken die hun vracht met geweld loslieten boven Hummelo, een prachtig gelegen plattelandsdorp in de Achterhoek.
De wind zocht zijn weg door bamboepark ‘Bandus’ van Robbert en Sietse en trok aan de halmen.
Op een open plek, tussen het bamboe, stond een tentje stevig verankerd in de natte aarde.
Die stormachtige voorjaarsnacht had Govert zich met kleren en al in zijn slaapzak gerold, in een poging de vochtige kou die zich niet laat tegenhouden door een luchtmatras te weerstaan.

Robbert en Sietse merkten in eerste instantie minder van het natuurgeweld.
Desondanks lag Robbert wakker.
Iets had hem uit de slaap gehaald, maar hij kon niet boven halen wat het was.
Hij draaide zich op zijn rug en lag stil te luisteren…
Opeens hoorde hij het weer… dat geluid…
Het klonk als het huilen van een dier, van een wolf!
Vergiste hij zich?
Hoorde hij het huilen van de storm en ging zijn fantasie met hem op de loop?
Na een tijdje werd het rustiger buiten…
Daar was het weer! Was het de roep van een eenzaam dier in nood?
Stilletjes gleed hij zijn bed uit, trok een trui aan en sloop naar beneden. In de bijkeuken hingen jassen en daaronder stonden laarzen.
Hij trok zijn jas en laarzen aan en rommelde in de la naar de zaklantaarn.
Rondom de boerderij was het, buiten het licht van de zaklamp, aardedonker.
Daar liet hij zich niet door tegenhouden; hij ging eerst het bamboebos in om te kijken of Govert oké was.
Zo te zien stond het tentje stevig en de ritsen zaten dicht, dus bij Govert was er niets aan de hand.
Even overwoog hij hem wakker te maken en te vragen of hij ook vreemde geluiden had gehoord, maar besloot het toch niet te doen.
Hij zocht zijn weg terug en hoorde weer het gehuil…
Het leek verder weg, helemaal aan de achterkant van het terrein, dichtbij de bosrand.
Wolven, vossen of andere roofdieren hadden hier niets te zoeken. Alle kippen, ganzen, pauwen en verdere gevederde dieren haalden zij voor de nacht binnen, dus er was niets te halen voor vierpotige rovers…
Toch controleerde hij voor de zekerheid nog eens of de deuren allemaal goed afgesloten waren voor hij weer naar binnen ging.

Het begon weer te stortregenen.  
Het leek wel of de storm opnieuw een aanval wilde doen. Robbert maakte dat hij binnenkwam en eenmaal in bed viel hij gerustgesteld in slaap.

De nieuwe dag begon donker en druilerig.
Sietse had prima geslapen en had niets gehoord van storm, regen en huilende wolven…
Robbert stond voor het fornuis een warm ontbijtje te brouwen, toen ook Govert binnenkwam.
“Goeiemorgen! Wat een weer vannacht!”
Hij schoof aan tafel en schonk zichzelf een kop koffie in.|
“Was jij vannacht ook wakker?” Robbert draaide zich om.  “Ik heb bij je tent gekeken of hij nog overeind stond en het zag er prima uit!”
“Niks van gemerkt,” bromde Govert en rekte zich uit.
“Ik werd namelijk wakker omdat ik gehuil hoorde,” zei Robbert. “gehuil van een dier! Volgens mij was het een wolf!”
“Dat kan helemaal niet, hier zijn geen wolven!”
Govert gebaarde met zijn hand dat het onzin was.
“Nou…” zei Sietse, “Dat kun je nou wel zeggen, maar er zijn al aardig wat wolven op de Veluwe neergestreken of gedropt… en ik las dat ze nu ook elders in het land gezien zijn, onder andere in Overijssel en Gelderland!
Er was er laatst een in Doetinchem in een woonwijk!”
Robbert schoof ieder een portie roerei op het bord en zette de warme toast op tafel.

Na het ontbijt ging Robbert het terrein langs.
Rond de verschillende gebouwen, nog eens door de bosjes en aan het eind langs de bosrand.
Daar ontdekte hij grote pootafdrukken, die beslist niet  aan een haas, konijn of een andere normale bosbewoner toebehoorde.
Dit waren afdrukken van wolvenpoten!
Hij maakte er een paar foto’s van en ging terug naar huis.

Govert was verdwenen en Maria zat aan de koffie.
“Kijk eens mam…”
Robbert haalde zijn telefoon tevoorschijn.
“Wat denk jij dat dit is?”
Maria tuurde naar de foto’s van de grote, zeer duidelijke pootafdrukken in de vochtige aarde.
“Dat moeten pootafdrukken van een behoorlijk groot dier zijn…” zei ze. “Waar heb je die foto’s gemaakt?”
Robbert gebaarde naar achteren.
“Ginds, vlakbij de bosrand.”
Hij begon te vertellen dat hij die nacht wakker was geworden van het gehuil van een wolf.
“Ik ben met de zaklantaarn naar buiten gegaan en heb in het bosje bij Govert gekeken… die lag lekker te ronken…
Daarna ben ik de gebouwen langs gegaan en heb voor de zekerheid gecontroleerd of alles stevig op slot zat.
Dat was ook zo, maar om lekker te kunnen slapen wilde ik toch even kijken.”
Even bleef het stil in de keuken…
“Heftig hoor!” vond Maria zette een beker koffie voor hem op tafel.
Robbert gooide zijn jas over een stoel en ging even bij haar zitten..
“De Wildernis nadert…” grapte hij met lage stem.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *