Anno 2026
Geholpen door een windvlaag slaat de deeldeur met een harde klap dicht.
“Oeiii…” Willies gezicht breekt open in een grijns.
Hij steekt de deel over, schopt zijn klompen uit, en gaat op zijn leren klompensokken het woongedeelte binnen.
“Moet je nou persé zo hard met die deur slaan?”
Geertje, zijn zuster, kan haar gram niet inhouden.
Argeloos kijkt hij haar aan, steekt zijn hand omhoog en draait rondjes boven zijn hoofd.
“Whoei… whoei!” doet hij het geluid van de wind na en knipoogt tegen Mickey, zijn neefje, die het uitschatert.
“Ja ja”, knort Geertje… “Het zal wel”.
Even later schrikt ze opnieuw op als haar man Evert binnenkomt, die op zijn beurt ook verrast werd door de harde wind waardoor de deur uit zijn handen schoot.
Handenwrijvend komt hij de keuken binnen en slaat zijn arm om de schouders van Geertje.
Hij plant een zoen op haar hoofd en informeert:
“Wat eten we?”
Geertje reikt haar man een kop koffie aan, terwijl ze Willie gebiedt vader op te halen.
Een half jaar geleden is hun moeder na een vrij kort ziekbed overleden, waarna Geertje met haar gezin in de boerderij is komen wonen.
Tezelfdertijd hebben ze Bernhard, hun vader, naar het kleine huis van Willie over gehuisd, dat op eigen grond is gebouwd en dat eigenlijk voor hemzelf bedoeld was.
Sinds het overlijden van de moeder werd alles opeens anders dan vroeger. In de grote boerenkeuken zijn vader en zoon niet meer dagelijks welkom.
Er zijn eenzijdige afspraken gemaakt over de verdeling van het werk op de boerderij en in huis.
Vanaf die tijd neemt Willie al het boerenwerk voor zijn rekening en Geertje zorgt voor het huis.
Elke woensdag en zaterdag kookt ze een maaltijd waarbij haar vader en broer kunnen aanschuiven, maar verder moet Willie het alleen met zijn vader zien te redden.
Buiten hen is er nog hun oudste broer, Mark, die iets technisch heeft gestudeerd en die geen interesse heeft in het boerenleven.
Hij houdt alleen zakelijk graag een vinger in de pap.
Hij leidt zijn eigen leven in Groningen, waar een nieuwe AI fabriek wordt gebouwd, die dit jaar wordt opgestart.
Ze zien hem weinig.
Geertje behandelt haar goedhartige jongste broer als een gemakkelijke gratis knecht, die ze allerlei klusjes kan opdragen, waar Evert voor past.
Bovendien heeft hij, nu moeder er niet meer is, de dagelijkse zorg voor hun vader op zich genomen.
Sinds zijn vrouw is overleden lijkt de oude man verloren.
Hij mist zijn Lena, maar ook zijn vertrouwde plek in de keuken bij de kachel en in de kamer voor de televisie.
Bij Willie in huis staat ook een televisietoestel, waarvan hij onbeperkt gebruik kan maken.
Maar het voelt niet eigen; hoezeer zijn zoon ook zijn best doet om het hem, naast het vele werk dat hij doet, naar de zin te maken.
Hij begrijpt best dat Willie, naast het boerenwerk, die grote boerderij niet had kunnen onderhouden.
Zijn dochter Geertje, van wie hij hartelijkheid en zorg had verwacht, heeft hem het meeste teleurgesteld.
Toen ze eenmaal de boerderij had bemachtigd, wist ze niet hoe gauw ze hem het huis uit moest werken en deed geen moeite om dat te verbergen.
Week na week en maand na maand ziet hij voorbij gaan en heeft er steeds meer moeite mee om toe te zien hoe de familie Willie in toenemende mate terroriseert.
Genoeg is genoeg. Op een dag dat Willie naar de markt is, bestelt Bernhard een taxi.
Door het raam ziet Geertje hem wegrijden en vraagt zich af waar hij heen gaat.
Bernhard is zich niet bewust van het feit dat zijn ritje naar de stad is opgemerkt en laat zich aan het begin van de Groenelaan afzetten.
Hij spreekt af dat hij twee uur later op dezelfde plaats weer zal worden opgepikt. Zodra de taxi is vertrokken wandelt hij de laan in en kijkt vluchtig om zich heen voordat hij het notariskantoor binnengaat.
Hij meldt zich aan en wordt door een aardige dame naar een kamer gebracht, waar niet veel later de notaris binnenkomt. Ze kennen elkaar. Rond het overlijden van zijn vrouw Lena hebben ze contact met elkaar gehad.
Met name hun wensen betreffende de nalatenschap heeft hij vast laten leggen.
Hoe langer hij echter bij zijn jongste zoon in huis is en hem gadeslaat, ziet hij wat hij allemaal doet om hem, zijn vader, stress te besparen.
Het valt hem op hoezeer Geertje en haar man, en zelfs Mark, hem uitbuiten.
Daardoor ziet hij in dat hij moet voorkomen dat Willie, zijn jongste zoon, straks met lege handen achter blijft.
Mark int regelmatig financiële opbrengsten, Geertje wil de boerderij met alleen maar de lusten…
En de lasten zijn voor zijn jongste zoon, die de goedhartigheid zelf is en nooit iets voor zichzelf heeft gevraagd.
Het nieuwste is dat Geertje wil dat Willie haar tuin bijhoudt èn de moestuin, waar zijn Lena jarenlang zoveel energie en liefde in heeft gestopt.
Daar heeft hij, Bernhard, een stokje voor gestoken.
Hij is naar de boerderij gegaan om met Geertje te praten.
“Ik hoor dat je Willie opdracht hebt gegeven om jouw tuin bij te houden?”
“Ja, dan heeft hij wat omhanden en omdat jullie hier twee keer in de week mee-eten, mag daar best iets tegenover staan.”
“Je hebt toch een man? Als jij je tuin niet zelf wilt bijhouden, zoals je moeder dat altijd gedaan heeft, dan vraag je dat toch aan je man? Willie is zeven dagen in de week druk en Evert werkt maar vier dagen.”
“Evert is geen boerderij gewend en bij hem thuis hebben ze nooit een tuin gehad. Hij heeft zo zijn eigen liefhebberijen. Hij vindt het fijn om op pad te gaan met zijn fietsclub en hij gaat vaak op zaterdag al heel vroeg vissen. Willie doet het graag voor me en hij is er goed in!”
“Ik wil het niet hebben!” verdedigt Bernhard zijn zoon.
“Met veel mooie praatjes en beloftes heb je de boerderij gekregen en toen het zover was, wist je niet hoe snel je mij eruit moest krijgen.”
Geertje steekt haar hand op. “Dat is niet eerlijk, ik heb dat alleen maar gedaan omdat jij dan meer rust krijgt.
Ik heb mijn eigen gezin en dat brengt drukte mee.
Als Mickey kinderen te spelen krijgt, hoef jij daar niet bij te zitten.”
“Weet je nog dat je beloofde dat Willie en ik elke dag bij jou warm zouden eten? De eerste week was het te veel en later zou dat goed komen. We zijn een half jaar verder en ik weet nu dat jouw mooie beloftes niets waard zijn!”
“Willie kan best een paar keer in de week wat te eten maken. Jullie zijn maar met je tweeën, dus zoveel werk is dat niet.”
“Willie zorgt voor alles! Hij werkt van ’s morgens vroeg tot laat in de avond; zeven dagen in de week. Hij doet vanaf nu géén klusjes meer voor jou! Knoop dat maar in je oren.”
Geertje zegt niets, maar ze denkt: “Dat zullen we nog wel eens zien.”
Ze beseft niet wat deze houding haar gaat kosten.
De notaris, Marina Bol, knikt Bernard toe, terwijl ze haar hand voor haar borst houdt.
“Meneer Kamphuis… Goed om u te zien. Hoe gaat het?”
Ze gaat tegenover hem zitten.
Bernard schuift wat ongemakkelijk over zijn stoel.
Dan vermant hij zich en zegt ferm:
“Ik wil dat de afspraken die gemaakt zijn over de nalatenschap worden herzien.”
Punt. Hij leunt achteruit in zijn stoel en kijkt Marina aan.
Marina houdt haar adem vast en kijkt hem taxerend aan.
Dan neemt Bernard opnieuw het woord.
“In de periode rond het overlijden van mijn vrouw heb ik me te veel laten leiden door de wensen van mijn oudste zoon en mijn dochter.
Mijn jongste zoon heeft zich altijd heel bescheiden opgesteld, niets gevraagd en niets gekregen.
Ik wil dat dit rechtgetrokken wordt, want van alle zorg en hulp, toegezegd door de twee oudsten, is niets terecht gekomen. De enige die er echt voor mij is en zonodig zorg verleent, is mijn jongste zoon Willie.
Zeven dagen in de week doet hij al het boerenwerk, waarvan de winsten door mijn oudste zoon worden afgeroomd en mijn dochter denkt dat ze recht heeft op gratis werkzaamheden van haar broer voor elke gril die in haar opkomt.
Het is niet goed, zo mag het niet gaan. Dat zou ook mijn vrouw niet gewild hebben.”
Hij kijkt haar aan en merkt een lichte aarzeling op.
“Natuurlijk, ik begrijp het. Maar zou het voor u niet prettiger zijn dat we dit in de aanwezigheid van uw zoon en dochter bespreken?”
“Nee! Als ik er al een van mijn kinderen bij haal, dan zal dat deze keer mijn jongste zoon zijn.”
Bernard schuift zijn stoel naar achteren.
“Mijn twee oudste kinderen hebben al meer binnengesleept dan waarop ze recht hebben. Ik wil dat mijn volledige vermogen naar mijn zoon Willie gaat en dat u daar zo gauw mogelijk werk van maakt.”
Hij staat op.
“Dit moet tussen ons blijven.”
Hij recht zijn rug.
“Het is mijn goed recht om hierover te beslissen en daar zal ik voor vechten.
Mocht u niet voor mij aan de slag willen gaan, dan wil ik dat nu weten, dan neem ik iemand anders in de arm.”
Hij kijkt haar strak aan.
Ze ziet een weliswaar oude, maar mentaal krachtige man die niet met zich niet laat spotten.
Opgelucht haalt ze diep adem. Haar cliënt is geen half seniel watje, maar iemand die precies weet waarover hij het heeft.
“Meneer Kamphuis, ik ga graag voor u aan het werk.”
Deze keer steekt ze hem haar hand toe die hij aanneemt.
Hij steekt zijn andere hand op om haar aandacht nog even vast te houden en haalt een notitieboekje uit zijn zak.
Hij scheurt er een velletje uit en geeft haar dat.
Dan zegt hij: “U kunt mij bereiken op dit nummer. Stuur geen post en bel niet met de kinderen.
Ik wil dit zonder ophef regelen.”
Even later stapt hij voor zijn doen vrolijk naar buiten en zet koers naar de bank. Daar neemt hij een flink geldbedrag op en schuift de briefjes in zijn portefeuille.
Nu heeft hij zin in een kop koffie…
Op de torenklok ziet hij hoe laat het is.
Het wordt langzamerhand tijd om terug te wandelen naar het punt waar hij met de taxichauffeur heeft afgesproken.
Op het kruispunt, tweehonderd meter voor de boerderij, stapt hij uit en wandelt op zijn gemak naar huis.
Geertje ziet hem komen en haast zich naar buiten.
“Zo, lekker aan de wandel?” Probeert ze een opening te maken.
“Ja!” knikt haar vader en wandelt op zijn gemak door.
Met een paar haastige stappen komt ze achter hem aan.
“Zag ik je een paar uur geleden in een taxi stappen?”
“Dat zou kunnen…”
“Waar ben je naartoe geweest? Ik maak me ongerust als je zomaar weggaat.”
“Nergens voor nodig; ik mag er af en toe graag eens op uit gaan.”
“Dat mag ook, maar ik moet wel weten waar je naartoe gaat. Stel je voor dat er iets gebeurt…”
“Onzin, mij overkomt niks.”
Met de sleutel maakt hij de deur open. Hij knikt zijn verblufte dochter goedendag en sluit de deur.
Er is opnieuw een half jaar voorbij gegaan.
Bernhard heeft gezondheidsklachten en de huisarts heeft hem doorgestuurd naar het ziekenhuis.
Omdat Willie daar geregeld met zijn vader naartoe moet, raakt het boerenwerk achterop, ondanks het feit dat hij lange dagen maakt.
De zorg voor de dieren is op orde, dat is voor Willie het belangrijkste.
Geertje weet best dat haar vader geregeld naar het ziekenhuis moet; maar ze biedt niet aan om ook eens te rijden, wat niet meer dan redelijk zou zijn omdat zij de Opel van haar moeder heeft ingepikt.
Dan komt de dag dat Bernard te horen krijgt dat hij niet lang meer te leven heeft.
Vanuit het ziekenhuis wordt hij gebeld voor een afspraak omdat de uitslagen bekend zijn.
De arts komt gelijk ter zake.
Bernard heeft een gezwel op zijn alvleesklier en het is helaas te laat ontdekt.
Hij zal weken, misschien zelfs nog een paar maanden hebben, maar hij zal niet meer beter worden.
Bernard heeft het er moeilijk mee.
Toen hij zijn vrouw pas kwijt was, dacht hij dat het hem niet zoveel uit zou maken wat er met hem gebeurde.
Maar het laatste half jaar heeft het leven weer vat op hem gekregen.
Hij heeft ontdekt dat zijn jongste zoon, die een beetje voor de dommekracht van de familie wordt gehouden, een pientere knaap is.
Omdat hij niet de ambitie had om te gaan studeren, zoals zijn oudere broer en zuster, werd al te gemakkelijk aangenomen dat hij daar te dom voor was.
Omdat Willie zelf een goed en eerlijk mens is, gaat hij ervan uit dat anderen dat ook zijn. Bovendien is hij niet hebberig.
Bernard heeft het gevoel dat hij tegenover deze zoon tekort geschoten is. Toen Willie als jongen aangaf met hem op de boerderij te willen werken, had hij dat wel gemakkelijk gevonden. Hij was gezeglijk en had aan een half woord genoeg om te weten wat er gebeuren moest.
Willie was een natuurtalent in het boerenbedrijf.
Zijn enige zwakke punt is zijn naïviteit.
Zwijgend rijdt hij zijn vader naar huis.
Hij gaat mee naar binnen en zet de koffie aan.
Vader is in de stoel gaan zitten met zijn jas aan.
“Zal ik uw jas aannemen vader?”
Bernard probeert zich uit zijn jas te wurmen terwijl hij blijft zitten. Willie gaat achter hem staan en bevrijdt hem van zijn jas en hangt hem weg.
Hij schenkt twee bekers koffie in en gaat bij zijn vader zitten.
“Ik voel me de laatste tijd juist wat beter.”
Hij kijkt zijn zoon verdrietig aan.
Ik dacht dat die dokter zou zeggen: “Meneer Kamphuis, ik heb goed nieuws voor u.”
“Vader, het is niet zomaar wat om zo’n bericht om je oren te krijgen. Het is moeilijk om daar mee om te gaan.
Ik vind het ook moeilijk… moeilijk om het te geloven en moeilijk om het te laten doordringen.”
Hij reikt zijn vader de koffie aan.
“Een bakje troost zal ons goed doen.” zegt hij. “En als we Engelsen waren, dan had je een kop thee gekregen.”
Verbaasd kijkt zijn vader hem aan.
“Wat weet jij over de Engelsen?”
“Wat ik weet heb ik in boeken gelezen.
Als ik naar de markt ga, wil ik nog wel eens graag bij de bieb binnenlopen.
Daar is een aardige dame, Jorna Hessing heet ze, en daar praat ik graag mee. Zij kan me boeken van over de hele wereld laten zien en ze weet ook veel van films.
Ik lees graag Engelse verhalen, maar dan wel in een Nederlandse vertaling.”
Met glanzende ogen kijkt hij naar zijn vader die hij het gevoel geeft dat hij op deze verdrietige dag een groot cadeau heeft gekregen.
“Hij kan zich niet herinneren dat hij zijn zoon ooit zoveel achter elkaar heeft horen zeggen.”
“Dat is prachtig jongen!” zegt hij.
Deze eenvoudige zoon heeft hem op een mooie manier even losgetrokken uit zijn verdriet.
Zwijgend drinken ze de hete koffie.
Dan zet Bernard zijn beker op tafel en besluit dat dit moment van openheid tussen hen, het juiste moment is om Willie het hele verhaal van de nalatenschap te vertellen.
Willie is zijn hele leven al gewend aan het fenomeen dat hij zijn mond moet houden wanneer anderen willen spreken. Dus valt hem het luisteren niet moeilijk.
Niemand in de hele familie heeft zich ooit gerealiseerd dat Willie alles wat hem jarenlang ter ore kwam heeft opgeslagen in zijn geheugen. Dat hij ontzettend veel weet, ook van gevoelige familiezaken.
Van het bezoek dat zijn vader aan de notaris heeft gebracht, heeft hij geen weet.
Net zomin als Geertje en Mark.
Hij blijkt wel precies te weten hoeveel geld Mark telkens neemt of leent…
Hij laat zijn vader een boekje zien waarin hij alles heeft bijgehouden.
Alles overzichtelijk weer gegeven en met de datum erbij.
Hij weet ook wat Geertje zich heeft toegeëigend, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor Evert.
Dus dat deel van het verhaal hoeft zijn vader hem niet uit te leggen.
Door naar de volgende stap.
Hij vertelt dat hij naar de notaris is geweest, en wat hij heeft besproken.
Willie, die in iedereen het goede ziet, had er altijd al vertrouwen in dat het goed zou komen.
En daarin wordt hij opnieuw bevestigd.
Bernard dendert door. Hij wil spijkers met koppen slaan. Hij maakt een afspraak bij de notaris en deze keer zal Willie hem vergezellen.. Willie ziet er altijd een beetje shabby uit en zijn vader zegt tegen hem dat hij er goed uit moet zien als hij mee gaat naar de notaris.
Voor het zover is, gaat Bernard met zijn zoon naar een herenmodezaak.
Een bezoek aan de kapper hoort er ook bij; en dat voelde allemaal zo spannend en feestelijk! Dat was nog nooit eerder gebeurd.
Willie heeft los krullend haar en na een goede knipbeurt ziet hij er knap uit.
Met tassen vol kleding en een paar eigentijdse schoenen keren ze huiswaarts.
Willy vindt zijn nieuwe outfit zo mooi dat hij van de weeromstuit zijn pick-up gaat wassen.
Hij vindt dat zijn vader en hij met hun mooie kleding niet in een smerige werkauto horen te zitten als ze naar de notaris gaan.
Marina, de notaris, ziet Willie voor het eerst; een knappe goed geklede jonge man, met de harde werkhanden van een boer.
Ze geeft hem een hand en zegt het fijn te vinden nu de hele familie te kennen.
Als alles is doorgesproken en getekend, zegt Bernard dat hij best even naar de bibliotheek wil.
Misschien is er voor hem ook wel iets interessants.
Stiekem wil hij natuurlijk Jorna zien en Willie zonodig een zetje in de ‘goede’ richting geven.
Jorna is er meestal en ook vandaag.
Zelfverzekerd stapt Willie op haar af en vertelt haar dat ze voor zaken in de stad zijn. Hij stelt zijn vader voor en Bernhard ziet haar helemaal zitten. Ze is een aardige vrouw, begin dertig en even groot als Willie.
Ze kan mooi vertellen en Bernard kiest een boek uit.
Ze zijn van plan om in de stad koffie te drinken en Willie vraagt of Jorna mee kan.
“Dat gaat niet,” zegt ze spijtig, want ze wil wel heel graag.
Bernard kan het niet laten. “Waarom gaan jullie straks niet iets eten in de stad? Ik wil liever naar huis en dan ga jij samen met Jorna, als ze wil?”
Jorna bloost en knikt bevestigend.
“Dat zal ik heel leuk vinden.”
Ze spreken af dat Willie haar om zes uur bij haar thuis ophaalt.
Het is woensdag en Bernard gaat deze keer alleen naar Geertje om te eten.
“Waar is Willie? Als ik hier voor jullie sta te koken kan hij tenminste wel op tijd komen.”
“O ja…, dat moest ik zeggen. Willie komt niet. Hij eet in de stad.”
Geertje en Evert roepen tegelijkertijd: “In de stad?”
“Ja, in de stad! Jullie eten ook zo vaak in de stad! En dan komt Mickey bij ons, hè vent!”
Ze willen van alles weten, maar Bernhard maakt ze niet wijzer en haalt zijn schouders op.
Na het eten gaat Bernard naar huis. Hij realiseert zich eindelijk dat het huis van Willie na al die tijd meer zijn thuis is dan de boerderij.
Willie heeft het heel gezellig met Jorna.
Ze weet veel en deelt dat graag. Willie zuigt haar kennis op als een spons. Het etentje is goed uitgepakt, het was erg lekker.
Jorna weet meerdere leuke adresjes in de stad en Willie vindt dat ze dan maar vaker uit moeten gaan, want deze avond is hem uitstekend bevallen.
Langzamerhand is Bernard zo ver dat hij zijn oudste kinderen op de hoogte gaat brengen van het verloop van zijn ziekte.
Zelf vragen ze er nooit naar. Want ze blijven alle zorg op Willie schuiven.
Hij zou liever nog een tijdje blijven leven, maar daarin heeft hij geen keus.
Hij vraagt Mark een weekend over te komen en op zaterdagavond komen ze allemaal bij elkaar op de boerderij.
“Jullie weten dat ik de laatste tijd vaak naar het ziekenhuis moet.” begint hij.
“Dat doet Willie toch altijd met jou?” Dat is Geertje natuurlijk.
“Twee weken geleden heb ik de uitslagen gekregen en ik heb niet lang meer te leven. Er zit een gezwel op mijn alvleesklier, die helaas niet op tijd is ontdekt.”
“Dat is niet zo mooi,” reageert Mark.
“Nee, zeker niet. Maar ik heb een mooi leven gehad en mijn tijd zit er bijna op.”
Hij kijkt naar Willie.
“Het afgelopen jaar is mijn jongste zoon een geweldige steun voor mij geweest. Daarbij werkt hij al jaren op de boerderij, waar de hele familie van profiteert.”
Beurtelings kijkt hij Mark, Geertje en Evert aan.
“Bovendien heeft hij mij uitstekend verzorgd.
Hij gaat al maanden mee naar het ziekenhuis en ik vind dat hij daarvoor beloond moet worden.”
Hij knikt voor zich uit en gaat verder:
“Ik heb mijn testament aangepast ten behoeve van Willie.
Geertje, jij hebt de boerderij en jij Mark kan een deel van het land krijgen. Je kunt dat verkopen of verhuren, dat moet je maar zien. Mijn volledige kapitaal heb ik aan Willie vermaakt. Dat heeft hij verdiend.”
Hij kijkt van de een naar de ander. Het blijft even stil.
Als hij verder wil gaan zegt Mark rustig: “Ik ben het er niet mee eens. Dat kan Willie niet aan, niet alleen tenminste. Ik denk dat ik het beste…”
“Ik ben het met Mark eens,” zegt Geertje.
“Ik vind dat wij Willie moeten bijstaan in het beheer van ons kapitaal.”
“Ons kapitaal?” Bernard kan een glimlach niet onderdrukken.
“Er is geen ‘ons kapitaal’; het is Willies kapitaal!”
Mark oppert: “Laten we naar de notaris gaan en daar nog eens goed overzien wat de afspraken waren en daar moeten we ons aan houden, vind ik.”
“Als ik dat aan jullie zou overlaten, wat hadden jullie Willie dan toegedacht?”
“Dan kan hij hier blijven boeren.” zegt Mark zelfgenoegzaam. Geertje knikt bevestigend.
“Jullie hebben niet goed opgelet. Mijn testament is al aangepast en alles is getekend zoals de wet het voorschrijft. En Willie is veel slimmer dan jullie denken!” kan hij niet nalaten eraan toe te voegen.”
Willie heeft het allemaal zwijgend aangehoord en verwaardigt zich niet om er ook maar een woord aan vuil te maken. Bernard staat op.
“Ga je mee Willie? Het is morgen weer vroeg dag.”
Willie is wat stilletjes.
“Maak je geen zorgen jongen, en beloof me dat je ze geen geld geeft. Er blijft land genoeg over om te boeren en je kunt, als je wilt, ook nog wat beesten houden.
Maar als je slim bent ga je eerst eens wat van de wereld zien… misschien samen met Jorna?”
Bernard leunt zwaar op Willie. Hij is doodmoe.
Willie stopt hem in bed, want hij is te moe om het zelf te kunnen.
Zeven weken later overlijdt hij in zijn slaap.
De laatste weken is Jorna geregeld bij Willie geweest, omdat hij zijn vader niet meer alleen durfde laten.
Ze paste op als Willie noodzakelijk werk moest doen en dan vond Bernhard het heerlijk als ze hem voorlas.
Na het overlijden van hun vader zijn Mark en Geertje nog naar de notaris getogen, maar Bernard had zijn zaken zo goed dichtgetimmerd, dat ze geen been hadden om op te staan.
Ik heb vandaag een kaartje ontvangen.
Willie en Jorna reizen per camper door Australië.


Geef een reactie