Wandelen

Anno 2026
Elke dag wandel ik door onze mooie bosrijke omgeving. Op een sombere dag, het was een van de laatste dagen van februari, volgde ik vanuit het Keppelse bos het asfaltweggetje om de oude Aviko heen de Prinsenlaan op. Het was een donkere dag; het miezerde en het was waterkoud. Een onverwachte windvlaag rukte mijn sjaal los, die ik nog net op tijd kon pakken, zodat hij niet wegwaaide. Vanachter mij naderde het schijnsel van een paar koplampen. Ik draaide mij om en zag een auto langzaam naderbij komen. Toen hij naast mij tot stilstand kwam, herkende ik in de groene auto een Peugeot. De bestuurder liet het portierraam zakken. Hij leek een beschaafd type van rond de veertig en hij had blond haar. Ik deed een stap dichterbij, in de veronderstelling dat hij de weg wilde vragen. Dat bleek niet het geval. “Mevrouw, als ik u was zou ik maar gauw in de auto stappen, want er komt een dikke bui aan met zware windstoten.” Ik keek hem verbaasd aan. “Nee,” zei ik. “Ik ken u niet en ik stap niet in.” Hij produceerde een lachje dat geruststellend moest overkomen. “Het is niet mijn gewoonte om dames van de straat te plukken, maar als de bui losbarst is het niet veilig voor u om hier te lopen.” “Ik wandel hier altijd en weet me prima te redden in elke weersomstandigheid.” zei ik en stapte achteruit.
De man gaf het nog niet op. “Zeg me waar u woont en dan zet ik u bij uw huis af, dan kan u niets gebeuren.” “Ik woon hier vlakbij.” jokte ik. “Ik ben bijna thuis.” Zijn blik schoot langs de villa’s. “Ja, daar woon ik,” knikte ik en zette de pas erin. De auto bleef naast mij rijden. Ik pakte mijn mobiel en bracht hem naar mijn oor. “Ja, ik kom eraan! Laat de hond maar los!” zei ik. Ik knikte opzij: “Tot ziens!” en stapte het tuinpad op. De man gaf gas en de auto stoof weg. Ik liep een paar passen het tuinpad op en toen ik de achterlichten zag verdwijnen, ging ik terug naar de straat en vervolgde mijn weg. Ik moest stiekem een beetje grinniken, omdat ik die man voor het lapje had gehouden. Thuisgekomen realiseerde ik mij dat ik ontsnapt was aan een gebeurtenis, die best eens had kunnen uitlopen op een akelig voorval. Te meer omdat de zware buien en windstoten uitbleven. Het was gewoon waterkoud, een beetje nat en er stond een windje.
De volgende dag vertelde ik het verhaal aan enkele bekenden uit mijn omgeving. Telkens werd mij gevraagd: “Heb je die man wel eens eerder gezien? Weet je het autonummer? Heb je de Politie gebeld?” Ik heb hem niet eerder gezien en ik heb hem nooit teruggezien. Het nummer weet ik niet, en de Politie heb ik niet gebeld omdat hij niet geprobeerd heeft mij in de auto te sleuren. Dus heeft hij niks strafbaars gedaan; zo is het toch? Toch wandel ik daar niet graag meer in de vallende schemering…


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *