Thomas en Jasper in het spookkasteel.                                                       

Halloween 2023

Buiten was het donker en guur.
De regen kletterde tegen de ramen.
Af en toe rolde de donder knetterend boven de toppen van de bomen.
Thomas stond met Jasper voor het raam.
Een lange bliksemstraal kliefde de donkergrijze lucht en deed de kinderen verschrikt ineenkrimpen.
Thomas pakte Jaspers hand wat steviger vast.
‘Wees maar niet bang hoor Jasper, ik pas op jou!’ zei hij dapper.

In de herfstvakantie zouden Thomas en Jasper met hun ouders een week in een echt ouderwets kasteel gaan logeren.
Vooral Thomas had er lang naar uitgekeken en vond het heel spannend; stilletjes hoopte hij dat er een kasteelspook zou zijn.
Hij was niet bang uitgevallen, vond hij zelf en bovendien waren papa en mama erbij…


Die zaterdag was het eindelijk zover.
Papa stuurde de auto de oprijlaan in, die aan weerszijden was afgezet met hoge bomen, waarachter manshoog struikgewas groeide.
Het laantje maakte een flauwe bocht en toen was er ineens een grote open plek en werden ze verrast door een indrukwekkend vierkant gebouw met aan weerszijden een torentje.
Om het gebouw heen lag een gracht en aan de voorkant liep daar een ijzeren brug overheen, die uitkwam bij de zware dubbele eiken deuren van de hoofdingang.
Aan weerszijden zaten groenige glas- in-lood ramen.
Het zag er imposant en mysterieus uit.
‘Wauw…’ zei mama en draaide zich om naar de jongens: ‘Is dit niet onwijs gaaf?’
Bij de ingang kwam een man tevoorschijn.
Hij droeg een wit hemd met wijde mouwen en daarover een bruin-wollen buis; op zijn hoofd wiebelde  een iets te kleine muts.
Hij kon zo weggelopen zijn uit een sprookjesboek.
‘U bent de familie Oenema?’ vroeg hij met zijn hoofd voor het autoraam.
‘Ik ben Willem; wilt u met mij meekomen? Kan ik helpen met de bagage?’
Thomas stond al naast de auto met zijn rugzak om, maar mama was blij met de hulp.
Alle bagage werd op een bagagewagen geladen, een opvallend exemplaar met hoge goudkleurige beugels en een wapen erop.
Papa ging de auto parkeren terwijl mama met de jongens de man door de ruime hal volgde naar de inschrijfbalie.
Thomas keek om zich heen.
Hij zag hoge witgekalkte muren met hier en daar een zware eiken deur.
Aan de achterkant liep een uitgesleten brede eiken trap omhoog.
Aan de wand hingen heel oude portretten van vroegere kasteelbewoners.
Ze zagen er streng uit en waar hij liep, leken zij hem met hun ogen te volgen.
Gelukkig was zijn moeder erbij.
Jasper bleef dicht bij mama en hield de deur in de gaten.
Toen papa er eindelijk aankwam, sprong hij hem blij tegemoet.
Daarna ging het in optocht naar de kamer, Willem voorop.  Jasper hielp hem de bagagewagen te duwen.

De kamer was groot en ouderwets ingericht, precies zoals je bij een kasteel zou verwachten.
Er was een hemelbed van donker hout met fluwelen gordijnen.
Aan het plafond hing een ijzeren lamp met kaarsen, die er heel oud uitzag, maar toch gewoon elektrisch aan ging.
Voor de jongens waren er twee ingebouwde houten eenpersoonsbedden boven elkaar. 
Zodra Willem weg was ging mama de koffers uitpakken en papa nam de jongens mee om het kasteel te verkennen.
Ze keken hun ogen uit.
Er stonden harnassen in de gangen en hoewel papa zei dat er niemand in zat, leken er toch ogen in je rug te prikken.
Beneden in het kasteel was een oude gevangenis, die er nog precies zo uitzag als vroeger.
Het was een kil stenen keldergewelf met ijzeren traliedeuren ervoor.
Op de stenen britsen lagen kettingen en ijzeren banden waarmee mensen vroeger in de boeien werden geslagen.
Soms, op een koude donkere nacht, kon je de gevangenen nog horen huilen…
Het was akelig en daarom gingen ze maar gauw terug naar de kamer.
Mama was klaar en nu gingen ze een plan maken en afspreken wat ze zouden gaan doen.
Papa en de jongens hadden een verkleedklerenkamer ontdekt en Thomas en Jasper wilden graag verkleed worden als ridderknapen en mama moest natuurlijk een jonkvrouw zijn of een koningin!
Papa moest een held zijn die ging vechten tegen de slechten; zijn ridderknapen zouden hem daarbij helpen en natuurlijk zouden de goeden overwinnen!
Met zijn vieren doken ze in de verkleedkisten.
Er waren nog meer mensen en de meesten wilden zich verkleden als spook of als bloeddorstige monsters omdat het bijna Halloween was.
Na een tijdje was mama een prachtige prinses en papa een ridder.
Thomas was Robin Hood en Jasper was Peter Pan, omdat de andere pakjes hem te groot waren.
Papa tilde Peter Pan hoog in de lucht om hem te laten vliegen en toen was ook hij heel blij met zijn pakje.
Mooi uitgedost trokken ze naar het park.
Hier en daar zagen ze spookjes en monsters die vanachter de bomen tevoorschijn sprongen. Maar het was niet eng; ze wisten dat het verklede kinderen waren; de zon scheen en het was gewoon nog te licht.
Toen ze genoeg frisse lucht hadden gesnoven gingen ze weer naar binnen; om vijf uur zou er in de filmzaal een griezelfilm over het kasteel vertoond worden.
Dan zou je zien hoe, heel vroeger, mensen in die enge kelders werden gevangen gehouden.
Ze spraken af dat ze erheen zouden gaan.
Papa deed zijn helm af, maar verder hielden ze hun verkleedkleren aan.
De film was eng, echt eng!
Er werden mensen vermoord waarbij het bloed alle kanten opspatte.
En als je dacht dat er eentje dood was, kwam hij als monster weer overeind…
Daarom ging mama met Jasper naar buiten om te voetballen en papa en Thomas bleven lekker griezelen.

Toen de film afgelopen was zochten ze elkaar weer op en toen was het tijd om te eten.
De mensen werden naast elkaar aan lange tafels gezet en tegenover je kwamen vreemde mensen te zitten.
Bijna allemaal kwamen ze verkleed aan tafel.
Tegenover de familie Oenema kwam een spokenfamilie te zitten; ze stelden zich voor als de familie Grutte.
Jasper trof een leuk spookje die een beetje op Casper leek.
De andere drie waren verkleed als geraamte.
Thomas vond stiekem hun eigen kleding veel leuker.
Het bleken vriendelijke mensen te zijn en papa noemde ze ‘de goeie Grutten’.

Toen werd het avond.
Mama deed de kinderen in bad en papa ging de verkleedkleren terugleggen.
Het begon hard te waaien en een beetje te onweren.
Papa kwam binnen en vroeg of mama hem wilde helpen, want hij was bij de auto wezen kijken en toen had hij gezien dat er een grote tak op de auto was gewaaid.
‘Thomas, pas jij even op Jasper?’ vroeg hij. ‘We zijn zo terug,’
Mama gaf de kinderen een dikke knuffel en haastte zich achter papa aan, die wilde voorkomen dat de auto beschadigd raakte.

Buiten was het donker en guur.
De regen kletterde tegen de ramen.
Af en toe rolde de donder knetterend boven de toppen van de bomen.
Thomas stond met Jasper voor het raam. Een lange bliksemstraal kliefde de donkergrijze lucht en deed de kinderen geschrokken achteruit deinzen.
Thomas pakte de hand van Jasper wat steviger vast.
‘Wees maar niet bang hoor Jasper, ik pas op jou!’ zei hij dapper.
Opeens klonk er achter hun een knerpend geluid, alsof een heel oude kist werd open geduwd.
Thomas draaide zich om, wilde kijken wat er was….
Op dat moment begon de lamp te flikkeren… even dacht Thomas dat het licht zou uitgaan, maar gelukkig gebeurde dat niet.
Toen klonk weer dat enge geknerp en er kwam een suizend geluid achteraan. Thomas pakte Jasper op en zette hem op het hemelbed en sprong er toen zelf ook op. Hij trok de dikke sprei op tot onder hun kin.
‘Aaaaahgj… iiiiiiiiiiiiaaaghj!!!’ Het gillende geluid kwam dichterbij.
Toen hoorde hij het geluid van ratelende kettingen op de gang en een gil… een gekras aan de deur en toen bonsde er iets of iemand tegen de deur…
Een grafstem riep: ‘Doe open! doe o-p-e-n…!!!’ en weer werd er gebonsd…
Opeens hoorden ze een andere stem: ‘Wat moet dat daar! Weg wezen jullie!’ Dat was de stem van papa.
De sleutel kraakte in het slot en daar waren papa en mama.
‘Waren jullie bang?’ vroeg mama.
‘Nee hoor, hè Jasper?’ deed Thomas stoer.
Toen zei hij: ‘Ze wilden ons gewoon pesten, maar we hebben gedaan of we niets hoorden.’
‘Goed zo,’ zeiden papa en mama.
Opeens begon de lamp weer zachter te branden.
‘Dat doet vast een spook, ‘ lachte mama.
Heel in de verte hoorden ze nog eens:’ Aaaaaaaaahgj..!’
‘Nou, dat klinkt best eng,’ vond mama. ‘Maar goed dat wij er zijn, hè jongens?’
Die nacht wilden Jasper en Thomas graag gezellig bij papa en mama in bed slapen…

—————————————————————————————————————–


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *