Anno 1956
Hilda was een rustig meisje.
Ze zat op de lagere school en was dat jaar overgegaan naar de vijfde klas.
Ze kwam uit een gezin met vier kinderen en had twee oudere broers en een jonger zusje.
Hilda ging graag naar school, maar nu was er iets veranderd.
Haar beste vriendin, Anneke, was verhuisd naar een andere plaats.
En in het huis, waar ze altijd Anneke wist, waren nu andere mensen komen wonen.
Als ze erlangs kwam, had ze wel eens opzij gekeken, in de hoop dat er een aardig meisje van haar leeftijd zou zijn.
Helaas was dat niet zo, maar die mensen hadden wel een hond. Het was een grote slanke hond van een onduidelijk ras, maar hij zag er lief uit.
Als Hilda voor het hek bleef staan, kwam hij zacht kwispelend naar haar toe om zich te laten aaien.
Vandaag was het drie september en dat was de eerste schooldag na de vakantie.
Het was vrij koud en vochtig, dus een prima dag om weer naar school te gaan.
Nu Anneke er niet meer was, ging Hilda alleen.
Toen iedereen in de nieuwe klas een plekje had gevonden, werd door de hoofdonderwijzer een nieuw meisje de klas binnengebracht.
Het was een stevig meisje met dun blond haar.
Het hoofd sprak even kort met de meester en toen mocht ze zich voorstellen.
“Ik heet Wilhelmina en ik ben naar de moeder van de koningin vernoemd!”
“Dat is een prachtige naam.” vond meester.
“Word je altijd voluit bij je naam genoemd of is het Willie of Mina?”
“Winnie,” zei ze.
Hilda hoopte dat het meisje naast haar mocht zitten, maar ze kreeg een plekje voorin de klas.
“Ga maar naast Geertje zitten,” wees de meester.
De dag was begonnen.
In de pauze stond er al gauw een drom meisjes om de nieuwelinge heen.
Winnie bleek een zak vol snoepgoed bij zich te hebben en deelde er royaal van uit.
Hilda trok zich een beetje terug.
Ze ging vanavond een brief aan Anneke schrijven, dat hadden ze elkaar beloofd.
Anneke zou haar alles vertellen over haar nieuwe school en zij kon vertellen over de nieuwe mensen in Annekes oude huis en ook nog dat er een nieuw meisje op school gekomen was.
Na schooltijd ging Hilda alleen naar huis.
Toen ze stopte om de hond te aaien fietste Winnie met haar moeder langs.
Ze gingen dezelfde kant op als waar zij naartoe moest.
De volgende dag was Winnie ook op de fiets en nu was ze alleen.
Haar moeder was dus alleen de eerste dag meegegaan.
Hilda nam zich voor om Winnie te vragen of ze samen met haar wilde fietsen, want zij waren de enige twee meisjes die over de heuvel moesten.
De volgende morgen stond ze al vroeg op Winnie te wachten.
Toe ze eraan kwam riep ze: “Hallo Winnie… zullen wij samen naar school fietsen?”
Winnie remde af en keek naar Hilda.
“Nee!” riep ze en fietste zo hard ze durfde de heuvel af.
Hilda was de weg gewend en haalde haar in.
Ze zette de fiets weg en toen kwam Winnie er pas aan.
Hilda zei: “Hoi Winnie!” en liep het plein op.
Hooghartig negeerde Winnie haar.
De weken en maanden gingen voorbij en Winnie deed al haar best om Hilda buiten te sluiten.
Hilda was geen snoeper, dus dat ze nooit meedeelde met de snoeperijen, deerde haar niet.
Ze vond het wel naar dat de meisjes, waar ze vroeger samen met Anneke contact mee had, haar op bevel van Winnie links lieten liggen.
Ze begreep niet waarom dat was en dat maakte dat ze Anneke nog veel meer ging missen.
Thuis sprak ze er niet over, tot de dag dat ze jarig was.
Ze kreeg toffees mee om in de klas te trakteren en er waren zelfgebakken koekjes voor de meesters en voor de juffen van de twee laagste klassen.
Die dag werden de orders van Winnie genegeerd, want iedereen wilde vrienden zijn met de jarige.
Na het zingen van het ‘Lang zal ze leven..’ mocht ze de klas rond met haar toffees en met een glimlach bood ze ook Winnie een toffee aan, in de hoop dat ze na deze dag eens gewoon ging doen.
Van haar ouders had Hilda een schooltas gekregen en die zette ze met een spin op haar bagagedrager vast.
Nu gauw naar huis, naar de warme kachel…
Tegen de heuvel op had ze de wind tegen.
Haar mantel waaide aan de onderkant open en dat was zo koud!
Met haar ene hand hield ze haar stuur vast en met de andere probeerde ze haar jas dicht te houden.
Opeens voelde ze een ruk aan haar fiets en haar mooie nieuwe tas vloog in de modder.
Hilda viel nog net niet.
Gelijk ging Winnie haar voorbij.
Triomfantelijk riep ze:
“Oho…. Je mooie nieuwe tas is van de fiets gevallen!”
Ze draaide zich om en lachte Hilda uit.
Hilda zei niets.
Ze pakte haar tas op en legde hem weer op de bagagedrager.
Thuis gekomen ging ze de garage in waar ze haar mooie tas, die helemaal vies geworden was, losmaakte.
Haar broer Jaap had haar zien komen en keek verbaasd naar haar tranen, die ze verwoed probeerde weg te poetsen.
“Wat is er? Ben je gevallen of zo?”
“Nee… Ik ben woedend!” snoof ze.
“Die akelige meid!…”
Nu brak ze.
Ze vertelde Jaap het hele verhaal van pesten, buiten sluiten, andere meisjes tegen haar opstoken… enzovoort.
“Waarom heb je niks gezegd?”
“Ik dacht dat ze vanzelf wel een keer gewoon tegen mij zou gaan doen, als ik aardig bleef.”
“Je moet haar terugpakken, dan is het in een keer over!”
“Dat durf ik niet, dan wordt het misschien nog erger!”
“Die meid rekent erop dat je bang voor haar bent!
Als je haar een keer goed terugpakt, zul je zien dat het over is. Ik zal je wel helpen!”
Eenmaal binnen was er, dank zij Jaap, een last van haar afgevallen.
Het werd een gezellige verjaardag!
De volgende dag ging Jaap mee naar het plekje waar Winnie haar tas in de modder had gegooid.
Ze spraken af dat hij die middag, na schooltijd, daar op haar zou wachten.
Ze mocht niet treuzelen, want zij moest zich verstopt hebben voor Winnie langs kwam.
Jaap had zijn plan klaar.
Hij wees: “Als ze voorbij dat punt is, ren je achter haar aan en dan trek je keihard aan haar fiets, zo hard als je kan!”
“En als ze mij dan achterna komt?”
“Dat doet ze niet. Een meid, die een hele troep anderen nodig heeft om een meisje te pesten, is niet dapper.
Zij is laf. En mocht ze toch iets durven, dan kom ik je helpen. Maar het is het beste als zij denkt dat jij alleen bent, want dan is het voortaan omgekeerd en is zij bang voor jou!”
De middag kroop voorbij.
Na school verdween Hilda als eerste op haar fiets en ging zo vlug zij kon naar het punt waar Jaap op haar wachtte.
Hij had een mooi plekje achter een haag, volledig onzichtbaar voor degenen die langskwamen.
Winnie had geen haast.
Langzaam trappend klom ze tegen de heuvel op.
Door de haag heen kon Jaap haar zien naderen.
“Nu!”
Hij gaf Hilda een zetje en ze vloog achter haar aan en trok keihard aan haar fiets!
Winnie verloor haar evenwicht en lag in de modder.
Jaap had gelijk.
Ze mocht dan wel een half hoofd groter zijn dan Hilda, maar ze was laf!
Doodsbenauwd keek ze haar aan.
“Je gaat me toch niet slaan he?”
“Als jij mij pest, dan pak ik je terug… als je dat maar weet!”
“Ik beloof dat ik je niets meer zal doen en ik breng morgen dropjes voor je mee..”
“Oké..” knikte Hilda genadig en ze was niet eens gek op drop.
Winnie kwam onzeker overeind, bang dat Hilda haar opnieuw in de modder zou duwen.
Hilda bleef wachten tot Winnie op haar fiets stapte en keek haar na toen ze maakte dat ze wegkwam.
Met rode wangen van opwinding ging Hilda naar Jaap.
“Die durft niks meer te doen,” zei ze.
Hilda kon het haast niet geloven.
Maandenlange pesterijen waren binnen een paar minuten over, opgelost…
“Als ze nog eens iets probeert, dan kom je naar mij!”
Jaap was best wel trots dat zijn bedachte actie zo goed had uitgepakt.
Dat bleek niet nodig.
Winnie heeft het niet aangedurfd Hilda ooit nog eens te pesten!


Geef een reactie