De telefoon trekt mijn aandacht.
Hij blijft maar overgaan, terwijl ik alles doe om hem te bereiken.
Ik kom niet vooruit!
Ben ik in een boze droom beland?
Als kind droomde ik dat er een wolf achter mij aanzat.
Ik probeerde te vluchten.
Hoe meer ik mijn best deed, hoe minder ik vooruit kwam.
Waarom schiet mij dat nu te binnen?
Vast omdat mijn vader er was die mij geruststelde.
Als ik de stem van mijn vader hoorde, was ik niet bang:
“Je hoeft niet bang te zijn voor iets dat er niet is.
In Nederland leven geen wolven in het wild.
Alleen in verre landen met oneindig uitgestrekte wouden zoals in Siberië en Noorwegen, hebben ze een goed leven.”
Hij glimlachte… Ach, mijn vader, ik zie hem na al die jaren nog zo voor me.
We zijn en keer naar de dierentuin geweest.
Wij stonden daar en bekeken die wolven en ik vond ze er niet angstaanjagend, maar nogal scharminkelig uitzagen.
“Lieve kind, die verhalen over wolven zijn niet echt, dat zijn sprookjes,” zei hij en ik geloofde hem.
Opnieuw gaat de telefoon over. Ik realiseer me dat ik nog steeds op de koude keukenvloer lig.
Opeens weet ik weer wat er gebeurd is, alleen niet hoe.
Ik ben gevallen omdat ik iets van een hoog schapje wilde pakken. Misschien leunde ik te ver achterover, dat weet ik niet.
Verlangend kijk ik naar de telefoon. Als ik die kan pakken, komt het goed.
Ik sluit mijn ogen en denk heel hard: Teleporteren! Teleporteren! Waarom lukt dat niet?
Draadloos beelden en geluid overbrengen, kan al jaren!
Waarom krijg ik dan die stomme telefoon niet in beweging; ik heb hem nodig om hulp te krijgen.
Die verhalen van die wolven, waren vroeger sprookjes en niet waar. Nu is het een narratieve en in een vorm gekneed dat het wel waar is. Gedeeltelijk althans. Die wolven zijn er wel, maar er is niet genoeg ruimte voor.
Opeens wordt er hard op de ruiten gebonsd.
Daar staan mijn twee zonen breed lachend met een kerstboom! Verheugd en opgelucht zwaai ik naar ze.
In een wolk van koude lucht komen ze met boom en al naar binnen.
“Ha moeder, gaat het?”
Met z’n tweeën trekken ze mij overeind en zetten me op een stoel.
Stiekem denk ik bij mijzelf: Zou er dan toch een narratieve bestaan die een soort teleportatie aanstuurt?


Geef een reactie