“Weet je wat? Bekijk het maar, ik ben er klaar mee!”
Nena telt zijn voetstappen… zes zeven acht.. Onwillekeurig krimpt ze even in elkaar bij de harde knal waarmee hij de deur achter zich dicht slaat.
Dan herpakt ze zich.
“Zo, die is weg! Kinderachtige vent!”
Deze scène heeft ze al zo vaak doorgemaakt met Hugo.
Altijd gaat het om een kleinigheid.
Het verloop daarna is ook bekend.
Zij, Nena, brengt het huishouden op orde, doet boodschappen en kookt wat lekkers.
Als meneer thuis komt, doet hij of er niks gebeurd is.
Hij zoent haar nek en gluurt in de pannen terwijl zijn handen alvast haar lichaam verkennen.
En nu is hij er dus klaar mee…
“Weet je wat Hugo,” zegt ze zachtjes tegen zichzelf, “Ik ben er ook klaar mee… en net als jij heb ik een baan en maak ik lange dagen! Blijf jij maar denken dat je mij kunt rond commanderen en bekritiseren zonder zelf ooit een hand uit te steken. Je komt er wel achter als je vanavond thuis komt!”
Wat was er nou helemaal aan de hand?
Ze was vergeten de vaatwasser aan te zetten; en dan doet hij alsof ze altijd alles laat versloffen en ze moet telkens horen dat hij het meeste betaalt.
Haar inbreng wordt nooit meegeteld, laat staan gewaardeerd.
Vandaag is haar vrije dag en ze gaat nu eens niet het huis poetsen, maar wat leuks doen.
Ze ruimt de ontbijtboel weg en zet de afwas in de gootsteen.
De vaatwasser wordt niet aangezet; die knop moet hij zelf maar indrukken.
Het lijkt haar heerlijk om eens een paar dagen niets te hoeven en zich lekker te laten verwennen.
Op de Veluwe is een Spa waar ze weleens met Dot is geweest.
Even was ze in de verleiding om haar te bellen en mee te vragen, maar ze wil het niet over Hugo hebben en ze heeft een heerlijk boek bij zich, waar ze nu eens fijn helemaal in kan duiken.
Bij de balie wordt ze ingeschreven en er liggen keuzefolders om een arrangement uit te zoeken.
Daarna zoekt ze haar kamer op en laat zich op het bed vallen.
Dat voelt goed; ze gaat het hier best een paar dagen uithouden.
Ze kijkt op haar telefoon.
Het is nog vroeg.
Ze kan wel gaan lunchen en gelijk haar werk bellen dat ze de rest van de week afwezig is.
Tegen half zeven komt Hugo meestal thuis en dan verwacht hij, zeker als het haar vrije dag is, een schoon gezellig huis waar voor hem gekookt is en waar zij de leuke vrouw uithangt.
Dat gaat ze niet meer doen, neemt ze zich voor.
Als Hugo haar gaat bellen en eisen stellen, dan is het gauw over tussen hen.
Hugo is tevreden naar zijn werk vertrokken.
Hij is een pietje precies, dat weet hij van zichzelf, maar Nena wist waar ze aan begon.
Niets is irritanter dan spullen die niet op hun plaats liggen. De reden doet er niet toe.
Nena weet dat hij dat blauw porseleinen schaaltje graag voor zijn ontbijt gebruikt.
Vanmorgen bijvoorbeeld komt hij goedgemutst de keuken in en denkt dat uit de schone vaatwasser te kunnen pakken en dan blijkt Nena vergeten te zijn dat ding aan te zetten.
En dat is niet voor het eerst.
Er is telkens wat.
Vorige week moest hij notabene op zoek naar schoon wasgoed toen hij zich wilde douchen.
Nena’s excuus was dat ze moest overwerken.
Hij grimlacht als hij aan haar ontdane gezicht denkt toen hij haar toebeet dat hij er klaar mee was.
Deze keer is hij zonder ontbijt vertrokken, al kon hij het evengoed niet laten om de deur met een harde knal dicht te gooien.
Ondanks al haar tekortkomingen heeft zij het toch met hem getroffen; hij heeft haar tot op heden nog nooit een mep verkocht…
Vanwege dat ontbijt zal ze zich vast schuldig voelen en in het vervolg beter opletten verwacht hij.
Hij vindt zichzelf niet haatdragend, want als hij vanavond thuis komt en ze alles weer op orde heeft, dan heeft hij het nergens meer over.
En na een lekkere maaltijd en een goede vrijpartij is alles weer goed tussen hen en weet ze weer wat haar plaats is.
Hij stopt bij een bakker om een vers broodje te kopen en een flesje perensap..
Nena bestelt een lekkere massage voor het eind van de middag.
Het is rustig in de eetzaal en ze leest wat op haar telefoon terwijl ze op haar lunch wacht.
“Nena?”
Verbaasd kijkt ze op: “Maarten?”
“Hoe kom jij hier, ben je alleen?” vraagt hij met een blik op de tafel die slechts voor een persoon gedekt is.
“Ja… ik ben alleen.”
“Ik ook! Mag ik bij je komen zitten? Samen lunchen is gezelliger dan alleen toch?”
Onderzoekend kijkt hij haar aan om te peilen of het echt wel oké is dat hij aanschuift.
Voorzichtig laat hij zich op de stoel tegenover haar zakken.
Nena ziet het en vraagt: “Heb je last van je rug of zo?”
“Nou, eerlijk gezegd is het niet zo spannend… ik heb een ingreep gehad in mijn rug. Het stelt niet veel voor, maar het is goed om te oefenen in warm water en ze hebben hier een goede masseur.”
“Hernia?”
“Ja.. en jij?”
“Ik heb mijzelf een paar vrije dagen cadeau gedaan en buit die uit om mijzelf te verwennen.
Ik hanteer hetzelfde recept als jij: lekker bewegen in aangenaam warm water en daarna een lekkere massage.”
“Aha… Mag ik je wat vragen, ben je single?”
Nena schiet in de lach. “Je bent niet van de subtiele hè?”
Bedachtzaam kijkt ze hem aan.
“Eerlijk? Ik weet het niet. Ik schijn iemand te zijn met erg veel tekortkomingen en Huug vertrok vanmorgen met slaande deuren, verkondigend dat hij er klaar mee was. En toen dacht ik: Ik ben ook klaar met al die muggenzifterij, hij zoekt het maar lekker een paar dagen alleen uit.”
Ze heft haar handen met de palmen naar boven en zegt: “Ik weet het echt niet. Maar hij ziet me voor het weekend niet terug.”
“Weet hij waar je bent?”
“Nou… Ik denk dat ik daar nu achter ga komen. Hij is een zo’n control freak en het zou me niet verwonderen als blijkt dat hij een GPS tracker op mijn telefoon heeft gezet. Als dat het geval is, is het over en uit.” zegt ze beslist.
“Als je zoiets doet spreek je dat samen af met een reden. Maar als dat er stiekem op wordt gezet is dat gebrek aan vertrouwen en dat is voor mij een reden om de relatie te beëindigen.”
“Zo! Dat is duidelijk!” knikt Maarten.
Het dienstertje dekt bij en ze bestellen eensgezind een salade.
“Wilt u alvast iets drinken?” vraagt ze.
“Wat dacht je van een lekkere Sekt?” Vragend kijkt Maarten Nena aan.
Als hij haar ziet aarzelen plakt hij er een cliché aan vast: “Ergens op de wereld is het borreltijd..”
Nena schiet in de lach. “Ach ja, waarom ook niet?… Heel graag!”
“Twee Sekt en heeft u een mandje met dat lekkere brood?”
De jonge dame toetst de bestelling in en verdwijnt.
Nena kijkt Maarten aan. “Dat ik jou hier tegen kom… Ik ben echt blij dat je er bent!”
“Dat maakt ons allebei blij, want mijn cadeautje voor vandaag is dat jij er bent.”
“Ik heb ook een vraag die misschien een beetje vrijpostig is: Ben jij nog met Lindy?”
“Lindy heeft niks met ziekenhuizen of mensen die daar wat moeten; dus toen ze hoorde dat er een ingreep aan zat te komen heeft ze afgehaakt, maar mij wel het beste gewenst. Ze vroeg begrip van mij, want ze meende mij in een situatie als deze niet te kunnen steunen en geloofde dat ik beter af was zonder haar.”
Nena legt haar hand op de zijne. “Het spijt me dat ik erover begon..”
Maarten steekt afwerend zijn hand op. “Welnee, trek het je niet aan! Ik ben er overheen. Ik hoop dat zij, mocht ze ooit iets mankeren, niet op dezelfde wijze behandeld wordt.”
De drankjes worden gebracht en het mandje met brood wordt neergezet.
“Je bent niet boos op haar.” Concludeert Nena.
“Nee, dat ben ik niet. Eigenlijk heb ik met haar te doen. Ik hoop dat ze zichzelf ooit zo kan vermannen dat ze anders in het leven komt te staan. Niet alleen voor haarzelf , maar ook voor de mensen om haar heen die haar dierbaar zijn.”
Glimlachend kijkt hij haar aan en wrijft zich in zijn handen. “Genoeg over Lindy nu, laten wij genieten van onze lunch en van deze bijzondere ontmoeting!”
Hij heft zijn glas en vraagt: “Waar toosten we op?”
Nena knikt hem hartelijk toe: “Op ons!”
“Op ons….” Eigenlijk wil Maarten er nog wat aan toevoegen, maar hij voelt dat het verstandiger is om af te wachten of Hugo komt opdagen en hoe dat afloopt.
De laatste klant was wat vroeger en dat betekent voor Hugo dat hij eerder weg kan van de zaak.
Goed gehumeurd stapt hij in zijn Mercedes Coupé.
Hij draait de oprit op en verbaast zich dat de witte VW Golf er niet staat.
Hij loopt om het huis heen om te zien of Nena in de tuin is; het ziet er doods uit en alles zit op slot, dus ze is er niet.
Hij haalt zijn sleutelbos tevoorschijn en gaat naar de voordeur.
Zodra hij over der drempel stapt roept hij: “Nena!!! Nena waar zit je?”
Hij loopt de hal door naar de keuken.
Hij kijkt rond en signaleert van alles tegelijk… Er staat vuile vaat in de gootsteen en de klep van de vaatwasser staat op een kier… Er is niet schoongemaakt en het is kil in huis. En staat geen eten op het fornuis…
Hij voelt een kille woede opkomen.
Zo bont als nu heeft ze het niet eerder gemaakt.
Hij pakt zijn telefoon waar inderdaad een app op zit om Nena te kunnen volgen.
Tot zijn woede en ontzetting ontdekt hij dat ze op de Veluwe zit, in een dure Spa!
Wat denkt ze wel niet! Hoe haalt ze het in haar hoofd! Hij is al die tijd dat ze bij hem is veel te gemakkelijk voor haar geweest.
Vanaf nu gaat hij haar anders aanpakken. Hij zal haar laten voelen dat ze van hem is. Even blijft zijn hand rusten op zijn broekriem…
Hij sluit af en stapt in de auto.
In zijn haast vergeet hij voorzichtig te zijn. Op de snelweg is het behoorlijk druk en hij probeert zigzaggend sneller vooruit te komen. Zijn onverantwoorde gedrag wordt gesignaleerd en hij wordt door een politieauto naar een veilige stopplaats geleid.
“Uw rijbewijs en uw autopapieren alstublieft.”
Hugo heeft in de haast de tas waar zijn papieren in zitten thuis laten staan.
Zijn rijbewijs kan hij wel laten zien.
De agent geeft het aan zijn collega die ter plekke controleert of er nog boetes uitstaan en of er verder nog iets met hem aan de hand is.
“Heeft u gedronken?” vraagt de agent.
“Nee.”
“Heeft u medicijnen geslikt of drugs gebruikt?”
Hugo ontploft bijna. Hij begint tegen de agent te schreeuwen: “Dit is pesterij, wat denk je wel niet! Ik zal je baas bellen en zorgen dat je de zak krijgt…”
De politieman is er gauw klaar mee: “U gaat mee naar het bureau!”
Er komt een tweede wagen en Hugo wordt afgevoerd. Bij het bureau aangekomen heeft hij zich niet meer in de hand en probeert een agent te slaan.
Deze weet hem te ontwijken en hij gaat de cel in.
Nena heeft een leuke middag gehad.
Samen met Maarten had ze het zwembad bijna voor zich alleen.
Daarna gingen ze ieder op hun kamer douchen en rusten, hetgeen vooral voor de herstellende Maarten belangrijk is.
om vijf uur wacht haar de massagesalon.
Ze heeft een lange afspraak van vijftig heerlijke minuten.
Bij het verlaten daarvan voelt ze zich heerlijk ontspannen en ze heeft met Maarten afgesproken dat zij samen gaan eten, als er tenminste niks tussenkomt.
Voor het eten gaat ze iets leuks aantrekken en zich optutten.
Ze realiseert zich dat ze zich nu niet voor Hugo mooi maakt, maar voor zichzelf.
Vol verwachting kijkt ze uit naar een simpel etentje, terwijl ze zich thuis aldoor maar loopt af te vragen of ze niks vergeten is of heeft fout gedaan.
Het is ongeveer half zeven.
Hugo gaat nu ontdekken dat ze weg is. Ze wil er graag achter komen of hij haar volgt of niet. Bij eerdere gelegenheden heeft ze wel eens gedacht dat hij kon zien waar ze was, maar dat was nooit iets belangrijks. Dat was als ze boodschappen deed of even bij een vriendin langs ging… Dat wilde Hugo niet. Als ze niet werkte moest ze thuis zijn….
Het uurtje in de cel kalmeert Hugo.
Hij realiseert zich dat het een stommiteit was om zich door zijn woede te laten meeslepen.
Hij biedt zijn verontschuldiging aan voor zijn onbeschofte gedrag en legt uit dat hij op zoek is naar zijn vriendin en dat hij bang is dat haar iets is overkomen.
Als er wordt doorgevraagd vertelt hij dat ze nooit weg gaat zonder hem te waarschuwen.
Dat ze niet bij haar moeder is of bij een van haar vriendinnen…
Hij heeft moeten blazen en nu hij rustig is valt de verdenking van drugsgebruik weg.
Hugo mag gaan.
Hij krijgt nog een waarschuwing mee over gevaarlijk rijgedrag, maar hij wordt niet meer boos en bedankt de politieman.
Zijn auto staat bij het bureau en het is hem een raadsel hoe hij daar gekomen is. Want hij moest met de politiewagen mee.
Hij stapt in en kan niet laten een schampere opmerking te maken nu hij buiten gehoor is: “Wat een stelletje stumpers zitten er op zo’n bureau.”
Hij dwingt zichzelf nu om het rustiger aan te doen, want als ze hem nog een keer pakken, zit hij zeker vast tot de volgende dag.
Tegen acht uur rijdt hij het terrein van de Spa op.
Nena en Maarten hebben samen gegeten en om acht uur is het tijd voor Maarten om te gaan liggen.
“Hoe gezellig ik het ook met je vindt, ik ga even op bed liggen lezen of tv kijken. Als je het goed vindt bel ik je daarna nog… misschien doen we later een slaapmutsje?”
“Ga maar gauw,” zegt Nena. “Je moet goed op jezelf passen!”
Maarten loopt langs de receptie om te vragen of er misschien een boodschap voor hem is. Die is er niet, maar hij ziet Hugo, die een sleutel van Nena’s kamer probeert te bemachtigen, zogenaamd om haar te verrassen.
Maarten begrijpt dat Hugo inderdaad een tracker op Nena heeft gezet. Dat is niet gezond, dat is ziek. Hij draait zich om en gaat terug naar de eetzaal om Nena te waarschuwen.
Meer kan hij niet voor haar doen in zijn situatie… of toch wel?
“Nena, hier heb je mijn sleutel. Verberg je op mijn kamer en geef je telefoon maar aan mij. Die breng ik naar Gevonden voorwerpen. Houd de deur dicht tot ik kom. Ik geef twee korte en een lange tik op de deur en dan weet je dat ik het ben.”
Maarten probeert niet te laten merken hoezeer hij ontdaan is door de ontzette blik van Nena, die aanvoelt dat ze Hugo niet moet tegenkomen, wil ze hier zonder kleerscheuren vanaf komen.
Maarten kijkt voorzichtig de hal in en ziet Hugo niet meer.
Hij heeft de telefoon van Nena uitgezet en geeft hem af aan de balie met een smoes dat ze hem de volgende dag komt ophalen. Het meisje neemt hem aan en legt hem weg.
Maarten kijkt goed om zich heen voor hij naar zijn kamer gaat.
Nena laat hem binnen en haalt opgelucht adem.
Ze is totaal van slag.
Nu ze bewijs heeft dat ze door haar eigen partner gestalkt wordt is haar gevoel van veiligheid weg.
Angstig kijkend zoekt ze steun bij Maarten die haar probeert op te beuren.
“Wees toch niet zo bang meisje, niemand weet dat je hier bent en hij kan je hier niet vinden met zijn telefoon.
In het ergste geval komt hij nog een keer bij de balie terecht, maar ik heb je telefoon uitgezet.
Meer kunnen we niet doen.”
Hij denkt even na…. “Of we moeten de politie waarschuwen…”
Nena kijkt hem verschrikt aan. Ze laat zich leiden door angst. Dat is niet goed. Zo kan ze niet nadenken, hij moet haar helpen.
“Ik heb een idee,” zegt hij. “Luister: Met mijn telefoon bel je de balie en je zegt dat je bij een vriendin overnacht. Dan vraag je of ze iemand naar boven willen sturen om in je nachtkastje te kijken of daar jouw medicijn ligt.”
“Ik gebruik geen medicijn,”
“Dat weten jij en ik, maar het personeel hier weet dat niet. Je verzint gewoon een kleurtje. Je zegt dat het een groen doosje moet zijn of een geel doosje, dat maakt niet uit. Als Hugo op jouw kamer zit, dan merken ze dat en dan hoor je dat wel. Dan zeg jij dat je niet met iemand samen bent gekomen en dat ze de beveiliging of de politie maar moeten inschakelen. Jij kunt niet weg, want je vriendin is ziek. Klaar!”
Nena lijkt een beetje opgelucht. “Dan denken ze misschien dat hij een inbreker is,”
“Ja precies, want jij kunt toch niet weten dat hij hier is? Want jij weet immers niet dat hij zo’n tracker heeft geplaatst?”
Maarten trekt Nena even naar zich toe en kijkt haar aan.
“Je hoeft niet bang te zijn. Hij weet niet dat hij gezien is en dat ik je verstopt heb!” Hij klopt haar zachtjes op haar rug.
“Gaat het nu beter met je?”
Maarten gaat op zijn bed liggen en sluit even zijn ogen. “Sorry hoor, maar ik moet even liggen.”
”Dan bel ik over een uurtje wel. Is dat goed?”
“Nee, ik vind dat je nu moet bellen. Anders wordt het nachtwerk.”
Maarten reikt naar zijn telefoon. “Kom maar op mijn bed zitten, dan hou ik je hand vast. Zet hem op hè, fris en fruitig!”
“Goedenavond, u spreekt met Nena Berg. Ik logeer een paar dagen bij u en ik bezoek een vriendin hier in de buurt.
Nu is zij gevallen en daarom lijkt het mij verstandig om vannacht bij haar te blijven slapen.
Is het mogelijk dat iemand van u naar mijn kamer gaat en daar een geel doosje uit mijn nachtkastje haalt?
Daarin zitten mijn medicijnen.
Ik laat het doosje ophalen.
Zal ik u straks terugbellen om te horen of zij het gevonden heeft?”
Nena knikt. “Ja hoor, dat is goed. Ja over een half uurtje, dank u wel.”
Maarten geeft even een kneepje in haar hand.
“Je kunt zo het toneel op, “Hij schatert het uit.
Nena gaat naast Maarten op het grote bed liggen en dan is het een half uurtje rustig.
Onder het openstaande raam wordt het rumoerig. Er klinken luid dichtklappende autoportieren en er wordt druk gepraat..
Nena wipt van het bed af en roept opgewonden tegen Maarten: “Moet je kijken! Er staan wel vijf politiewagens!”
Ze schuift een eindje opzij zodat Maarten mee kan kijken.
“O god, ze hebben Hugo gepakt, zie je dat?”
Ze is een beetje hyper.
Ze zien dat hij zich nogal verzet en dat hij daardoor een paar meppen oploopt.
De wagens klappen dicht en ze rijden een voor een weg.
“Misschien is het verstandig om je kamer te inspecteren,” zegt Maarten.
“Ik ga wel met je mee.”
Nena had haar koffer nog niet uitgepakt. Dat heeft Hugo dus gedaan. De kamer is een grote chaos en al haar kleding en toiletspullen zijn door de kamer gesmeten. Er ligt zelfs een flesje shampoo in het toilet.
Bij het zien van de puinhoop slaat Nena haar hand voor haar mond.
Ze voelt haast lijfelijk de woede waarmee Hugo zich aan haar spullen heeft vergrepen en beseft waaraan ze op het nippertje is ontsnapt.
Ze pakt Maarten bij zijn arm: “Maarten.. ik ben zó blij met je! Je hebt me gered!”
Met zijn droge humor zegt Maarten: “Hij zei dat hij zijn vriendin ging verrassen… en hij heeft niet gejokt.”
Hij slaat zijn arm om haar schouders. “Ga je mee? We zouden nog een slaapmutsje doen…”


Geef een reactie