Kikkervisjes 

Anno  april 2024

De lente begint koel met nu en dan een zonnige dag en  nattigheid in allerlei variaties: van miezeren naar regen en zelfs een enkele stevige hagel- of onweersbui.
Een maand geleden is de zomertijd begonnen en de dagen worden langer.

Joris merkt dat niet zo.
Hij is een jongetje uit de stad en hij hoeft niet door weer en wind naar school te fietsen, maar wordt gebracht en gehaald.

Zijn avonturen in de buitenlucht komen pas aan de orde als hij bij opa Jaap en oma Tonny logeert, die op een boerderij wonen in de Achterhoek.
Op de eerste dag van de meivakantie is Oma Tonny jarig.
Om dat te vieren rijden ze die zaterdag naar de boerderij.
Het is altijd een gezellige boel bij oma.
Familie, vrienden en buren komen feliciteren en Joris mag met zijn neefje Dirk spelen die in de buurt woont.
De volgende dag gaan papa en mama terug naar de stad omdat ze moeten werken en hij mag deze vakantieweek op de boerderij blijven logeren.

Hij verheugt zich op alles wat daar te zien is; vooral de dieren hebben zijn belangstelling.
Dat gaat van klein tot groot. Hij kan geboeid naar een kevertje of een vlinder kijken, maar ook de kippen, de honden en de koeien met hun prachtige ogen en lange wimpers krijgen zijn volle aandacht.
De eerste verrassing is dat Dirk, hoewel hij maar een boerderij verderop woont, ook bij oma mag slapen.
Samen liggen ze op de kamer, die vroeger de slaapkamer van mama en tante Jenne was.
Dirk mag dan wel twee jaar ouder zijn dan Joris, toch kunnen ze het prima met elkaar vinden.
Dirk laat Joris de kalfjes zien en ze gaan ook naar de schapen, die overdag met hun lammetjes buiten zijn.
Na de rondgang en een beker warme chocolademelk bij tante Jenne komt de speciale verrassing.

De jongens krijgen een overall aan over hun kleding en Joris moet bovendien een paar laarzen aantrekken, die Dirk te klein zijn.
Voor beide jongens heeft ze een geel emmertje en een schepnetje en met hun drieën wandelen ze naar de sloot, die een eind achter het huis ligt.
Omdat de wei door het vele regenen zo drassig is, heeft tante Jenne zelf ook laarzen aangetrokken.

Aan de slootkant legt ze uit wat de bedoeling is.
“Heb je wel eens een kikker gezien Joris?”
“Ja, op plaatjes in mijn kikkerboek.”
”Hier in de sloot zit kikkerdril, dat zijn kikkereitjes en als die eitjes uitkomen worden het kikkervisjes.”
“En na een tijdje worden de kikkervisjes kikkers!” weet Dirk. Hij wil zijn wijsheid heel graag aan zijn neefje kwijt.
“Dat klopt,” lacht tante Jenne. “Dirk heeft dit al eens zien gebeuren.”
“En nu mag Joris ook kikkervisjes vangen… he mam?”
“Dat mag hij en jij mag het eerst een keertje voordoen..”
Voorzichtig, om geen nat pak te halen, zet hij zijn voeten stevig neer aan de rand van de sloot.
Voordat hij met zijn schepnetje aan de gang gaat vult hij de emmertjes met slootwater.
Jenne pakt het eerste emmertje aan en zet het stevig op de kant.
“Pak jij het andere emmertje maar aan Joris,” zegt ze en ziet erop toe dat zijn emmertje ook recht staat.
Met zijn schepnetje haalt Dirk wat kikkervisjes en wat waterplanten boven.
“Die planten zijn nodig voor hun eten,” onderwijst Dirk.
De kikkervisjes en het groen gaan in Dirk zijn emmertje.
Nu mag Joris.
“Kom maar Joris,” zegt Jenne. “Nu ga je met je schepnet door het water; net zoals Dirk deed. Ik houd je bij je kraag vast, dus je hoeft niet bang te zijn dat je in het water kukelt.”
“Ik ben wel eens in het water gevallen hoor!” Dirk vindt het wel stoer om dat te vertellen.
“Dat is zo,” bevestigt zijn moeder, “Maar toen was het niet zo koud als nu. Daarom passen we goed op Joris, want we willen niet dat hij ziek wordt.”
Tante Jenne geeft hem een aai over zijn bol.
“Nu?” vraagt Joris met het schepnet in de aanslag.
Jenne houdt hem stevig aan zijn kraag vast. “Nu!” zegt ze.
Hij zwaait zijn netje door het water.
Hij zit te hoog en heeft niets gevangen.
“Geeft niks, de eerste keer is lastig. Doe het nog maar eens en nu iets rustiger en wat dieper.”
Nu heeft Joris succes!
Hij heeft vijf visjes en Dirk pas vier.
Hij prijst zijn visjes…
“Wat zijn jullie mooi! Ik ga goed voor jullie zorgen.” belooft hij.
Van tante Jenne mogen ze er ieder niet meer vangen dan tien. Dus ze gaan allebei nog eens met hun schepnet door het water.
 Ze gaan door tot ze over de tien zijn en het teveel wordt teruggezet in de sloot.

Het hele stuk terug naar de boerderij moet Joris zelf zijn emmertje dragen.
Tante Jenne heeft een oude vissenkom die Dirk mag gebruiken en dan heeft ze nog een grote glazen accubak waar Joris zijn kikkervisjes in onderbrengt.
Als de vangst eenmaal in de glazen potten zit kan Joris zijn ogen er haast niet vanaf houden.
“Tante Jenna, lusten ze alleen maar de blaadjes uit de sloot?”
“Nou… ze vinden een dun plakje komkommer ook wel lekker of een dun schijfje tomaat…” 
Ze haalt een komkommer uit de kelder en snijdt er een paar dikke plakken af voor de jongens en hele dunne voor de kikkervisjes.

Het wordt een leuke week voor de jongens.
De glazen bakken blijven bij tante Jenna staan en elke dag speuren ze naar verandering.
Dat gebeurt niet zo gauw en Joris is teleurgesteld als hij hoort hoe lang kan duren voordat je veranderingen ziet.
Tante Jenne vertelt er over: “Na een week of zes komen de achterpootjes en daarna krijgen ze voorpootjes.
Als dat gebeurd is, zal de staart langzamerhand verdwijnen en dan komt het moment dat ze terug moeten in de sloot.”
“Ik wil mijn kikkervisjes terugbrengen!” zegt Joris een beetje boos.
“Natuurlijk!” zegt ze. “En dat kan best, want dan heb je grote vakantie! Vraag maar aan papa en mama of je dan weer mag komen logeren.
Oma Tonny vindt dat heus wel goed.”
Joris is tevreden met die oplossing en dan troont Dirk hem mee naar zijn skelter.
Joris mag ermee rijden en Dirk rijdt mee op zijn fiets.
Er is veel ruimte om te spelen. Ze gaan van de ene boerderij naar de andere en rijden rondom de gebouwen. Als Joris er alles mee kan, vooruit en achteruit, koppelt Dirk de waterwagen erachter.
Dat gaat een stuk moeilijker.
Dirk geeft hem opdrachten.
Achteruit rijden en inparkeren is niet zo gemakkelijk.
Maar na een week op de boerderij heeft Joris ook dat onder de knie.
Het is een leuke bezigheid die aardig wat kennis oplevert, wat handig is voor later als hij groot is.
De week vliegt veel te snel voorbij.

Die laatste middag zitten Joris en Dirk moegespeeld bij oma Tonny in de keuken.
Oma heeft beloofd pannenkoeken voor ze te bakken.
“Oma, Als ik later groot ben, dan wil ik boer worden.”
“Dat is geweldig Joris!” vindt oma.
“En jij Dirk, wil jij ook boer worden, net als je vader?”
“Nee oma, ik word uitvinder!”
“Dat is ook geweldig Dirk!”
“Maar we blijven wel vrienden toch, Joris?”
“Beste vrienden Dirk! High Five!”

“Oma, mag ik in de zomervakantie weer komen logeren?”
“Dat gaan we aan je papa en mama vragen; als zij het goed vinden mag het ook van mij.”
“Als het vakantie is, moeten we de kikkervisjes terugbrengen naar de sloot.”
“Ja… en die zijn van ons samen, dus we moeten ze ook samen terugzetten, he Joris?” helpt Dirk hem.

Oma is klaar met het beslag.
“Wie wil de eerste pannenkoek?”
“Dirk!” zegt Joris.
“Joris!” zegt Dirk.
Met een handig gebaar maakt oma er twee halve van en schuift ze op de borden.

Half juli is de zomervakantie begonnen.
Dirk heeft vanaf de tijd dat Joris naar huis moest voor de beide potten met kikkervisjes gezorgd.
Joris heeft papa en mama verteld over de sloot en de kikkervisjes en vanaf de Meivakantie volgehouden dat hij deze zomer heel graag bij opa Jaap en oma Tonny wil logeren.
Mama herinnerde zich dat ze vroeger ook kikkervisjes had  gevangen en ze begreep dat het voor Joris belangrijk is om ‘zijn’ kikkertjes terug naar de sloot te brengen.

Papa en mama hadden een zomerkamp voor hem geboekt, maar nu mag hij toch naar de Achterhoek!

Als de auto bij opa en oma het erf oprijdt, staat Dirk al te wachten. Ze begroeten elkaar met een high five en taaien af om de kikkervisjes te bekijken, die bijna kikkertjes zijn.
Tien dagen later wordt de inhoud van de potten in de emmers overgedaan en in gezelschap van tante Jenne en oma Tonny brengen ze de kikkertjes naar de sloot.

Als ze teruglopen vraagt Joris aan Dirk: “Wat wil jij later worden?”
“Uitvinder en brandweerman! … En jij?”
“Ik word boer!”


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *