Anno 1970
Charles en Penny hebben een huis gekocht.
Ze vergaderen elke week op zaterdagavond.
De belangrijkste heilige afspraak die al drie jaar staat is: Géén onnodig geld uitgeven totdat Charles studieschuld is afbetaald!
En nu hebben ze toch een huis gekocht; niet zomaar eentje, maar een degelijke woning gebouwd in de jaren dertig, waar sindsdien niets aan veranderd is.
De redelijke prijs is een voordeel, maar er kleeft ook een groot nadeel aan en dat is dat er van alles aan moet gebeuren en dat er geen financiële buffer is. Het is zaterdagavond, enkele weken na de aankoop van het huis.
“Penny, luister… ik heb nagedacht.”
Charles steekt beide handen uit naar Penny die ze aanpakt en hij trekt haar speels op schoot. Ze moet even giechelen en wurmt zich los.
“De koffie is klaar en ik heb appelkoek gebakken en als ik dat gepakt heb openen we de vergadering.”
“Goed denkwerk,” is Charles het met haar eens.
Als Penny de koffie heeft gehaald begint Charles:
“Deze zomer moeten we benutten om het huis in ieder geval winterklaar te maken.”
“Daar ben ik het mee eens.” zegt Penny. “Een belangrijk punt is veiligheid, met name de elektriciteit. Het hele huis heeft nieuwe bedrading nodig.”
“Ja, dat zal best,” beaamt Charles, “maar we zullen keuzes moeten maken, we kunnen niet alles ineens. Ik heb bedacht dat ik in de zomervakantie centrale verwarming ga aanleggen. Ik heb Joop gevraagd en hij wil me helpen.”
Penny wil iets te berde brengen, maar Charles steekt zijn hand op en zegt: “Wacht nou even, laat me uitpraten alsjeblieft. Joop is een vakman en hij weet exact hoe we dit moeten aanpakken. Maar… als we daarmee aan de gang gaan, kunnen jij en de kinderen niet hier in huis blijven. Er komt veel stof en lawaai bij kijken en dat is niks voor onze meisjes.”
“Waar moeten we dan naartoe? Naar opa en oma?”
“Nee…,”Lachend trommelt hij met beide handen op de tafel… en roept: “Tada….! Verrassing!”
Bladzijde 2
Penny kijkt hem verbaasd aan.
“Jij gaat met onze meisjes op vakantie naar Schiermonnikoog!”
“Wat? Ik alleen met de meisjes? Gaan we in een pension of in een hotel?”
Penny wordt er al een beetje blij van.
“Nee, jullie gaan kamperen!”
“Kamperen? Ik heb nog nooit in mijn leven gekampeerd en dan met twee kleintjes…”
“Maak je geen zorgen, mijn zusters Louise en Fenna zijn er ook en bovendien zijn Jinze en Imke er met de baby.”
“Ik weet het niet hoor, Betty is nog zo klein, die kun je niet op een luchtbed leggen. En onze Lisa op een bed op de grond… Mag ik er even over nadenken?”
Charles doet verongelijkt: “Ik dacht je een plezier te doen. Terwijl jij daar lekker aan het strand kunt zitten met de meisjes sta ik me hier in het zweet te werken om jullie lekker warm de winter door te helpen. En jij moet nadenken omdat het misschien niet leuk genoeg is?”
“Nee, zo bedoel ik het niet. Ik heb het niet over leuk maar over veilig!”
“Het is wel veilig! Je komt vlakbij mijn zusters te staan en Louise heeft beloofd dat ze met elkaar een oogje op jullie zullen houden.”
“Oh… dus je hebt eerst met je zusters overlegd wat het beste voor mij zou zijn?”
Het zit Penny niet lekker. Louise is een schat, dat staat buiten kijf, maar dat Charles zomaar afspraken maakt over haar en de meisjes, alsof ze onder curatele staat… Dat voelt niet goed.
Charles is boos.
Hij dacht Penny een leuke verrassing te bezorgen en nou is het weer niet goed.
Hij bedoelde helemaal niet dat ze door iedereen in de gaten zou worden gehouden, in ieder geval niet zoals zij denkt. Hij dacht dat het voor haar prettig zou zijn om mensen in de buurt te hebben die raad geven of een handje toesteken als dat nodig is.
Penny wil geen ruzie.
Charles heeft wel een punt dat hij zich deze zomervakantie in het zweet staat te werken om te zorgen dat ze het van de winter lekker warm hebben in huis.
Ze kan het ook van zijn kant bekijken. Dat hij zorgzaam is en haar van te voren gerust wil stellen. En ze weet best dat ze geen hotel kunnen betalen… “Oké..” zegt ze.
“Sorry, ik had niet zo moeten reageren. Zullen we afspreken dat ik voortaan betrokken
Bladzijde 3
word bij dingen die mij aangaan?” Ze pakt zijn hand. “Vrede?”
‘Kom hier!” zegt hij en zoent haar.
Op vrijdagavond haalt Penny gewoonlijk boodschappen omdat Charles dan thuis is en op de kinderen past.
Zoals wel vaker gebeurt als ze thuiskomt na de koopavond zit Noor bij haar in de kamer, gezellig keuvelend met Charles, terwijl ze bezig is patronen op stof te spelden en alvast te knippen op haar, Penny s, leeggeruimde tafel..
Penny vraagt zich in stilte af waarom dat altijd bij haar moet gebeuren als ze net alles aan kant heeft voor het weekend.
Ze denkt het wel te weten, want nu heeft zij de rommel en bij Noor thuis blijft het netjes.
Ze laat niks merken.
“Kijk eens aan, wat een verrassing!” zegt ze.
“Charles, heb je geen koffie gemaakt voor Noor?”
“Ik heb op jou gewacht, hoe vind je dat?”
Een onderhuidse strijd vangt aan.
“Dat vind ik reuze lief van je! Ik ga nu de auto uitpakken en de boodschappen opruimen en dan maak jij koffie hè?”
Ze loopt achter hem langs, legt haar koude handen even op zijn wangen en drukt een zoen op zijn kruin.
Charles kan niet anders dan opstaan en koffie zetten.
Penny heeft de boodschappen opgeruimd en schuift aan.
“Wat ben je aan het doen?” zegt ze tegen Noor.
Charles komt met de koffie en Penny schuift met haar arm de stof met patroon en al aan de kant. Ze zet haar koffie voor zich op tafel en verklapt aan Charles waar ze nog iets lekkers verstopt heeft.
“Waarom doe je dat nou?” Noor is verontwaardigd.
“Straks komen er koffievlekken op de stof!”
“Daar heb je gelijk in,” is Penny het met haar eens.
“Je hebt mooie stof gekocht. Misschien kun je dat beter opbergen.” Charles heeft de chocoladekoekjes gevonden en komt er gezellig bij zitten.
Penny zet haar bloemen terug op tafel…
“Heeft Penny je al verteld dat ze in de zomervakantie met de meiden gaat kamperen op Schiermonnikoog?” vraagt Charles.
Bladzijde 4
“Nee toch…. Ga je kamperen? Wat leuk! Oh… ik zou zo graag ook eens zoiets doen. Maar Hugo wil nooit op vakantie…”
Ze blikt treurig voor zich uit.
“Waarom ga je niet met Penny mee? Dat is voor jou leuk en voor Penny ook veel gezelliger.”
Penny schrikt zich een hoedje. Dit wil ze echt niet!
“Dat is niks voor Noor!” zegt ze beslist.
“Dat is behelpen in een tent waarin je niet eens rechtop kunt staan. Er is weinig ruimte en waar moet ze slapen? En Thijsje dan?”
“Thijsje komt natuurlijk mee.” doet Noor enthousiast.
“Ik heb een campingbedje waar hij nog in past.”
“Daar ga je spijt van krijgen,” voorspelt Penny, maar Noor is helemaal om.
“Als het tegenvalt kan ik altijd nog in een hotel gaan..” zegt ze.
Penny is zo boos op Charles en hij begrijpt er niks van.
Hij bedenkt spontaan iets leuks voor Penny en nou is het weer niet goed.
“Hoe zou jij het vinden als ik voor jou dingen ga regelen die diep ingrijpen in je privacy? Dat ik je bijvoorbeeld met Hugo op stap stuur? Of eh met Dirk? Ja ja… ik zie je al blij kijken,” sneert ze.
“Dat slaat nergens op!” Charles trekt zich terug op de bank en zet de tv aan.
Penny laat hem echter niet met rust.
“We hadden afgesproken dat je niet meer zomaar dingen voor mij gaat regelen! En nu heb je het weer gedaan! Ik wil dat helemaal niet!”
Charles zet de tv uit en zegt: “Ik ga naar bed!” Penny kijkt om zich heen en gaat de stofzuiger halen. Ze ruimt de rommel van Noor op, wetende dat ze morgen opnieuw boos wordt als die rommel er nog ligt.
Dan zet ze de tv aan.
Elk nadeel heeft een voordeel, want nu kan zij eens naar een programma kijken dat zij leuk vindt.
Ze schenkt zichzelf een glas wijn in uit een aangebroken fles. Hij is nog goed. Ze heeft nog kaas in de koelkast, daar neemt ze ook wat van en met haar bakje kaas en het wijntje nestelt ze zich op de bank. Ze stopt een kussen onder haar hoofd en trekt een dekentje over zich heen. Ondanks het feit dat het laat in het voorjaar is, kan het in de avond soms kil zijn.
Bladzijde 5
Penny wordt rozig van de wijn waaraan ze niet gewend is en terwijl bij Tatort de ontknoping nadert sukkelt ze op de bank in slaap.
Midden in de nacht wordt ze door een verontwaardigde Charles ruw uit haar slaap gehaald. Demonstratief wijst hij op het sneeuwend beeld van de televisie.
“Waarom kom je niet naar bed, ben je zo kwaad dat je niet meer bij mij wilt slapen?”
Even weet Penny niet waar hij het over heeft.
“Ik ben in slaap gevallen,” zegt ze dan. “Ik was Tatort aan het kijken en het was zo spannend en nu weet ik niet hoe het is afgelopen…”
Ze is helemaal vergeten dat ze zich had voorgenomen om nog een tijdje boos te blijven, in de hoop dat Charles zich in het vervolg twee maal zal bedenken voor hij haar weer een “verrassing” gaat bezorgen.
In de weken daarop wordt er gewinkeld. Er worden luchtbedden gekocht, een enkele voor Lisa en een tweepersoons voor hunzelf en voor Betty is er een kampeerbedje.
Slaapzakken van een goede kwaliteit worden aangeschaft, want al is het zomer, het kan s nachts best koud zijn.
Ze kopen spullen om te koken en van te eten.
Penny dringt erop aan dat ze een tent gaan uitzoeken.
Charles beweert een adresje te hebben voor een goede tent die niet zo kostbaar is.
“Als hij maar waterdicht is, hoor Charles!” betoogt Penny…
Charles vertelt haar niet dat hij vanuit de campingzaak, waar ze alle kampeerspullen hebben gekocht, een volledig versleten exemplaar gratis mag meenemen.
Eindelijk is het zover dat ze gaan!
Penny heeft haar wantrouwen en treurigheid weggestopt en neemt zich voor er iets moois van te maken.
Charles brengt Penny en de meisjes weg en Hugo Noor met Thijsje.
Bij hun aankomst op zonnig en winderig Schier staat de hele familie bij de boot te zwaaien.
Penny brengt de meisjes van boord, terwijl Charles zich over de bagage ontfermt.
De bagage wordt op een wagentrein gezet en Penny en Noor gaan met de kinderen in de bus, waar later Charles en Hugo ook instappen.
Bladzijde 6
Op de camping worden ze bij Louise voor de tent ontvangen met koffie en koeken en dat is een warm welkom.
Zodra de bagage arriveert gaan de mannen de tent opzetten.
De tent van Penny komt schuin tegenover die van Louise en Joost te staan en bij het uitpakken horen ze Joost bulderen van het lachen.
“Man, dat is toch geen tent!” roept hij.
“Wat als het gaat regenen… dat ding is niet waterdicht en de rits van de buitentent is kapot, dus je kunt hem niet eens dicht doen.… en je hebt geen fatsoenlijk grondzeil.. “
Hij schudt zijn hoofd terwijl hij Charles aankijkt.
Charles lacht zijn zorgen weg met een paar grappen en zegt zeker te weten dat het droog blijft.
Penny doet alsof ze niets gehoord heeft.
Al is ze nog zo boos op Charles, ze zal hem niet in gezelschap afvallen.
Na de koffie wordt er over Penny beschikt.
Ze moet een fiets gaan huren met zitjes erop voor de kinderen.
Als ze toch in het dorp is, haalt ze gelijk wat boodschappen voor het avondeten.
Voor ze aan het eten begint, krijgt ze opdracht om Charles met de fiets naar de boot te brengen.
Hij verwacht dat ze wel boos zal zijn om de kapotte tent en daarom doet hij bij voorbaat al vervelend tegen haar in de hoop dat ze niet tegen hem zal praten.
Penny verzet zich echter niet meer, wetend dat ze niets aan de komende weken kan veranderen.
“Nou, ik ga maar, tot volgende week.” bromt Charles als ze er zijn.
Zonder haar gedag te kussen draait hij zich om en wandelt bij haar vandaan.
Penny blijft staan om te zien of hij nog omkijkt…
Dan fietst ze terug naar het dorp.
Ze is blij dat ze alleen is, want haar tranen zitten hoog en dat mag niemand zien.
Zodra Noor haar terug ziet komen zegt ze: “Ik heb gekookt en wat voor je bewaard. Als je het op hebt moet jij afwassen.” Ze pakt Thijsje op en gaat kijken of Louise de koffie al klaar heeft.
Penny zegt niets en neemt een paar happen van het koud geworden eten.
Het smaakt niet.
Dan stapelt ze alles in de afwasbak en verdwijnt om de rest stiekem weg te gooien en de
Bladzijde 7
afwas te doen.
De week kruipt traag voorbij.
Eindelijk is het weer vrijdagavond en Penny fietst met de meisjes naar de boot om Charles te verwelkomen.
De kleintjes kunnen haast niet wachten, zo graag willen ze papa zien.
Charles kust de kinderen en raadt Penny om maar vast met ze terug te fietsen. Hij komt wel met de bus.
In de tent wacht ze met de kinderen in hun pyjamaatjes tot Charles komt om welterusten te zeggen, maar hij komt niet opdagen.
Vrolijke stemmen en gelach uit de tent van Louise verraden zijn aanwezigheid.
Ze gaat met de kindjes naar hem toe voor hun nachtzoentje.
Ze klauteren bij hem op schoot en willen vertellen over boterhammetjes eten in het bos en spelen op het strand en in het water…
Maar al gauw kijkt hij op zijn horloge en zegt: “Papa is een beetje moe, morgen gaan we spelen.” En tegen Penny zegt hij: “Je moet ze niet zo laat op laten blijven, breng ze maar gauw naar bed.”
Na een uurtje te hebben gewacht gaat Penny ook maar slapen.
Ze is blij dat Noor er niet is. Hugo is al vanmiddag al gekomen en heeft voor hun drietjes een kamer in een mooi pension gehuurd, vlakbij de camping.
Ze ligt in het donker te kijken en luistert naar de vrolijke stemmen in de naburige tent. Het is al laat als Charles zich met een zaklamp een weg baant naar zijn slaapplaats.
Penny heeft haar slaapzak strak om zich heen getrokken en zij verroert zich niet. Wat is er toch met hen gebeurd? Waarom is het zo naar tussen hen en waarom wil Charles niet met haar praten?
Ze is zo blij dat de week om is en ze had verwacht dat ze samen zouden zijn; ze wil zo graag weten hoe het thuis gaat en zij verlangt er heel erg naar om hem haar wederwaardigheden te vertellen.
Afgelopen dinsdag toen Johan jarig was, kwam Fenna bij hen in de tent met een uitnodiging voor een gezellige avond in de tent bij Louise.
Zij, Penny, was helemaal blij geweest dat er een keer iets leuks was.
Toen ze accepteerde en zei graag te willen komen, zei Fenna: “Ik bedoel jou niet, ik nodig alleen Noor uit! Ga jij maar vroeg naar bed, dat is goed voor je.”
Bladzijde 8
“Toen zei Noor tegen haar: “Oh Pen, dat vind je toch niet erg hè? Ik wil zo graag gaan!”
“Nee hoor, ik vind het prima!” zei Penny. “Ga maar gauw en veel plezier!”
“Ja, kom je? Fijn, tot zo!” Fenna doet verder of Penny lucht is.
Penny kan niet wachten tot Noor vertrokken is, want dan hoeft ze haar tranen niet meer in te houden.
Charles blijft afstandelijk, ook als zij hem zondagmiddag weer naar de boot brengt.
Ze probeert hem over de verjaardag te vertellen, maar hij snoert haar de mond en zegt: “Ik heb geen zin in jouw geklaag en ik wil er niks meer over horen.”
Het enige positieve is dat Hugo besloten heeft op het eiland te blijven en dus slaapt Noor met hem en Thijsje in het pension.
Verder zitten ze elke dag bij Louise. Penny krijgt dagelijks uit verschillende monden te horen hoe geweldig ze is en zelfs dat zij een voorbeeld aan haar moet nemen.
Noor doet hand- en spandiensten met naald en draad en dat wordt in de familie zeer gewaardeerd.
Aan het eind van die week op zaterdagavond geven Hugo en Noor een feestje in het pension als dank voor de gastvrijheid van de familie en Penny wordt ook uitgenodigd.
Voor het feest hebben ze de bar afgehuurd en de bediening houden ze in eigen hand met hulp van enkele familieleden.
Ook Charles is weer op het eiland aangekomen en hij zegt tegen Penny dat ze zondag met hun viertjes naar huis zullen gaan.
Iemand vindt het grappig om iets met de drankjes van Penny uit te halen.
Ze is de hele week mikpunt geweest en dit is blijkbaar de finale.
Ze heeft nooit kunnen achterhalen wie wat heeft gedaan, maar de ochtend na het feest is ze doodziek.
Ze heeft de hele nacht overgegeven en kan nauwelijks op haar benen staan.
Charles heeft nog vakantie en Penny smeekt hem om een dag langer te blijven zodat zij gelegenheid krijgt om te herstellen. Aangemoedigd en enthousiast geholpen door Fenna, die anders nooit iets doet, breekt hij de tent om haar heen af en transporteert haar naar de boot.
Hij vernedert haar nog meer door met het gezin bij zijn ouders langs te gaan.
Bladzijde 9
Haar schoonouders weten niet wat zich op het eiland heeft afgespeeld en zijn blij hen te zien; gelukkig voor Penny merken ze niet dat er iets aan de hand is.
Als Penny thuiskomt, blijkt het huis veranderd in een enorme puinhoop.
Door het hele huis zijn sleuven in de muren gehakt en gaten geboord en er is niets afgedekt of weggezet.
Waar ze ook kijkt, overal ligt een dikke laag puinstof.
Er is wel centrale verwarming.
Haar opluchting om eindelijk weer thuis te zijn smelt weg bij het zien van de onoverzichtelijke chaos.
Hoe moet ze zich daar doorheen worstelen…
Ze begint in de keuken aan de afwas en veegt het aanrecht schoon, waarna ze beschuiten met suiker maakt met een kopje thee, die ze met de meisjes buiten op de bank opeet.
Charles is met de auto weg en komt even later terug met een gezinszak patatfriet.
Penny heeft nog geen behoefte aan eten, maar de meisjes vinden het leuk om met papa buiten te eten.
Ondertussen maakt Penny de slaapkamers van de meisjes zover in orde, dat zij straks op hun gewone tijd kunnen gaan slapen.
Ze pakt koffers uit en zet de wasmachine aan; ze veegt en stofzuigt en verschoont haar bed.
Nadat ze de meisjes naar bed heeft gebracht en heeft voorgelezen uit Jip en Janneke , stapt ze zelf onder de douche en gaat ook naar bed.
Ze is doodmoe van de doorwaakte nacht en wil alleen nog maar slapen.
Charles zit op het terras te wachten tot hem een beker koffie wordt gebracht.
Als het hem te lang duurt gaat hij kijken en is verbaasd dat Penny, net als de meisjes diep in slaap is.
De volgende morgen voelt Penny zich een stuk beter en na een kopje thee met een beschuit besluit ze korte metten te maken met de chaos. Ze zet de tuindeuren open met een stoffer en zachte bezem doet ze voorwerk en gaat daarna met de stofzuiger aan de gang.
Het werken doet haar goed en als ze ziet hoe ze vordert geeft haar dat een voldaan gevoel.
Ze had nooit gedacht dat een emmer groene zeepsop haar zo gelukkig zou maken.
Bladzijde 10
Charles komt uit bed met Lisa en Betty op zijn arm.
“Wij komen kijken of er een ontbijtje voor ons is.” zegt hij, terwijl hij verrast om zich heen kijkt.
“Nee, er is alleen beschuit en thee. Als papa een ontbijtje wil, dat gaat hij Betty en zichzelf aankleden, want Lisa kan het zelf hè?” Penny geeft Lisa een samenzweerderig knipoogje, “En daarna mogen Lisa en Betty met papa mee naar de bakker om verse broodjes te halen.”
Charles heeft de hele week nog vakantie en hij doet leuke dingen met de meisjes, aangemoedigd door Penny, die van hun afwezigheid gebruik maakt om de rest van het huis op orde te brengen.
Ze zijn nu een paar weken thuis en Charles is weer aan het werk en de Lisa gaat naar de peuterspeelzaal.
Charles en Penny gaan, mede voor de kinderen, vriendelijk met elkaar om; maar de vertrouwelijkheid en liefde die er was en misschien nog is, ligt diep weggestopt onder teleurstelling.
“Charles, weet jij wie er iets met mijn drankjes heeft uitgehaald op het feest van Jules en Noor?” Penny wil heel graag weten wie haar dat heeft aangedaan.
“Hou toch op, je was gewoon dronken!” reageert Charles en dat was niet handig van hem.
Vanaf dat moment sluit Penny zich van hem af.
Ze vraagt zich vertwijfeld af of hij het geweten heeft of er ook aan heeft meegedaan.
Sinds ze thuis zijn heeft Noor zich niet laten zien; dat is ook verdacht.
Vroeger kwam ze zeker een keer in de week…
Zou zij mee hebben gedaan met de pesterij?
Er gaan weken overheen voor het weer wat beter gaat tussen Charles en Penny.
Penny laat echter niet meer over zich lopen en daar heeft Charles flink aan moeten wennen.


Geef een reactie