proza 2025
Aanvankelijk wilde Pien, moeder van Dani en Bob, het huis in Zuid-Spanje, dat ze erfde, verkopen.
Dat is ruim twee jaar geleden.
Met het hele gezin trokken ze die herfstvakantie naar Spanje om het erfdeel te bekijken, alvorens het van de hand te doen.
Voor die tijd waren ze nog nooit in Spanje geweest.
Ze werden positief verrast door het vriendelijke dorpje met de witte huizen, waarvan er een aan Frederik had toebehoord. Hij was de halfbroer en het enige familielid van Pien. Zij had als kind weinig contact met hem, omdat hij uit een eerder huwelijk van haar vader was voortgekomen; bovendien was er een aanzienlijk verschil in leeftijd.
Frederik was een artistieke man. Dat had hij van zijn moederszijde meegekregen.
Hij maakte beelden uit kalksteen, een zacht natuursteen dat in Zuid-Spanje werd gewonnen, en ze vonden een heleboel schilderijen, die mooi en evenwichtig in kleur waren, maar waarvan geen van de familieleden kon duiden wat ze moesten voorstellen.
Ze trokken in het huis en verkenden de omgeving.
In de garage vonden ze een oude legerjeep en een scooter, waar ze beurtelings mee op pad gingen.
Al na enkele dagen begon Piet, de man van Pien, er bij haar op aan te dringen, dat ze op zoek moesten gaan naar een makelaar. Het lag immers in de bedoeling het huis en alles wat met Frederik te maken had, in geld om te zetten.
Maar Pien was verkocht.
Ze was helemaal verliefd op het huis en de omgeving en ze was trots op de kunst van háár broer… Frederik!
Het speet haar zo dat ze nooit de moeite had genomen om Frederik bij haar leven te betrekken.
Haar ouders waren burgerlijke types die zijn vrijgevochten leefwijze veroordeelden en hem geen kans gaven hun èn haar leven te ‘besmetten’.
Een nieuwe oktobermaand naderde.
Ondanks de druk die Piet op haar zette met zijn dreigement dat hij niet nog eens dat hele eind met haar naar Spanje ging rijden, weigerde ze pertinent haar huis te verkopen.
Koeltjes deelde ze hem mee dat hij helemaal niet mee hoefde, omdat ze best met de bus wilde gaan en dat Dani en Bob, wanneer zij dat wilden, met haar mee konden komen.
Wat haar echter het meest stoorde, was de ontdekking dat Piet zich op dezelfde wijze tegen Frederik afzette, als vroeger haar ouders hadden gedaan.
En hij had hem niet eens gekend!
Daarbij wilde hij haar dwingen haar huis te verkopen en dan zou hij haar geld wel beheren en beslissen wat ermee gebeuren moest. Hij dacht aan ‘verstandig beleggen’.
Pien had niet toegegeven. Zonder een makelaar te hebben gesproken waren ze huiswaarts gekeerd.
De daaropvolgende maanden liep de onenigheid hoog op en toen Piet dreigde te vertrekken, liet ze hem gaan, wat voor hem een geweldige klap was.
Hij was er zo zeker van geweest dat dit ultieme dreigement ervoor zou zorgen, dat ze zich beschaamd naar zijn wensen zou voegen.
Toen hij zijn dreigement wat wilde ontkrachten, want hij wilde niet echt weg, deelde Pien hem mee dat ze klaar was met die maandenlange ruzies.
Het leek haar het beste dat ze uit elkaar zouden gaan.
Piet stoof op dat hùn huis zìjn huis was en dat zìj dan maar weg moest gaan!
Vervolgens beende hij woest de deur uit en even later hoorde ze zijn Renault wegrijden.
Ze wist dat hij tegen etenstijd weer op zou komen dagen en daarom belde ze Bob om haar op te halen.
Ze was er helemaal klaar mee.
Haar hart begon al te bonzen bij de gedachte dat hij straks weer met een sacherijnige kop aan tafel zou zitten en dat hij dan zonder iets te zeggen zijn bord leegat en op de bank ging liggen televisiekijken.
Al die maanden, sinds hun terugkeer uit Spanje, had hij haar geen enkel vriendelijk woord gegund.
“Hee Mam, wat is dat nou?”
Bob keek haar onderzoekend aan.
“Het is een lang verhaal jongen. Zullen we eerst mijn spulletjes in de auto leggen? Ik wil even niets. Straks, als we bij jou zijn, zal ik het allemaal uitleggen.”
Pien wist dat ze bij Bob niet gestoord zou worden omdat Bob een latrelatie had; niet met een meisje, maar met een leuke man.
Dat was voor zijn vader absoluut onverteerbaar en daarom weigerde hij ieder contact.
Pien haalde haar mobiel tevoorschijn.
“Ik ga Dani even bellen, want als ik niet thuis ben dan verwacht je vader gegarandeerd dat ik bij haar ben; en ik wil niet dat ze zich ongerust maakt.”
“Natuurlijk, bel haar maar… en vraag gelijk of ze ook komt, dan ga ik voor jullie koken.”
Pien blikte dankbaar opzij.
Haar Bob, haar jongen… Ze had hem weliswaar nooit laten vallen, maar hun ontmoetingen wel altijd verborgen gehouden voor Piet.
Waarom… vroeg zij zich nu af, waarom had zij zich altijd weer naar Piet geschikt, naar die… die dwingeland!
Ze beloofde zichzelf dat ze dat nooit meer zou laten gebeuren. Voortaan zou ze trots naast Bob en Niels staan.
En wie dat niet pikte, kon wat haar betreft vertrekken.
Daar kon ze wel zonder.
Dani stond al bij Bob voor de deur te wachten.
Met een stralende lach omhelsde ze haar broer en daarna keerde ze zich naar Pien.
“Ha mam! Wat fijn dat je bij Bob komt kijken.”
Dat gezegd hebbende kreeg haar moeder ook een knuffel.
“Papa komt zeker niet hè?”
“Nee kind, papa niet.”
Pien voelde scherp het bedekte verwijt van Dani die voor haar broer opkwam.
“Kom binnen mam! Dani zie ik hier vaak en je weet niet hoe blij ik ben dat jij hier nu ook bent!”
Pien liep de kamer binnen en draaide zich om naar haar kinderen.
“Wat er ook gebeurt… ik beloof jullie, Bob en Dani, dat jullie voortaan altijd op de eerste plaats komen!”
Verbaasd bleven ze een paar seconden stokstijf staan;
toen opende Pien haar armen en Dani en Bob vlogen haar om de hals ze gaven elkaar een geweldige groepsknuffel.
“Oh Bob…wat heb je het mooi hier! Zo warm en gezellig!”
Pien keek haar ogen uit. Ze wist eigenlijk niet wat ze verwacht had te zien.
“Ga maar lekker zitten,” animeerde Bob. “Of ga rond, wat je wilt. Je mag overal kijken. Het is niet heel groot, maar wel comfortabel.”
Opeens viel haar oog op een schilderij dat hij, zeer tegen de zin van zijn vader, uit Spanje had meegenomen.
Dat ziende, vulden haar ogen zich met tranen.
Dani zag het.
Ze sprong op en zei: “Bob, heb je al koffie? We moeten eerst met mam praten.”
Bob zette het dienblad op de eettafel en ze schoven met hun drieën rondom.
“Brand maar los mam, tot in de meest gênante details.” Adviseerde Bob.
“Nou moet je mam even niet plagen Bob, want er is iets naars en dat zit haar dwars.” Temperde Dani hem.
Pien glimlachte; zij wist dat Bob met een grapje de spanning probeerde weg te nemen.
“Niks aan de hand, jullie bedoelen het allebei goed.”
Ze nipte van haar koffie.
“Jullie weten dat jullie vader en ik, sinds ik het huis van Frederik heb geërfd, problemen hebben.
Hij zet mij enorm onder druk om te verkopen en zodra dat is gepasseerd wil hij degene zijn die beslist wat er met de opbrengst gaat gebeuren.
Ik wil het huis niet kwijt. Daar ben ik duidelijk in geweest. Om die reden dreigde je vader te vertrekken en dat vond ik prima. Hij wilde niet echt weg, maar ik gaf aan dat het beter is om uit elkaar te gaan, dan elke dag ruzie te maken.
Toen zei hij dat ik weg moest, want ons huis is opeens zijn huis.
Daarna is hij met slaande deuren vertrokken en hem kennende, zal hij precies op tijd voor het eten weer thuis zijn. Als ik niets doe… en ik heb er al te lang niets tegen gedaan, blijven we hangen in een heel nare sfeer.”
Pien wil niet huilen en probeert zich uit alle macht groot te houden. Ze merken het.
Dani geeft haar moeder een kus. “Je mag bij ons altijd liefde komen tanken, hè Bob?”
“Natuurlijk, altijd!” beaamt hij.
“Jullie zijn lief.” Zegt Pien
Ze haalt diep adem.
“Wat ik nu ga zeggen, zeg ik niet zomaar, daar heb ik goed over nagedacht. Ik weet alleen nog niet in welk vat ik het moet gieten.”
“Ga je wijn maken?” grijnst Bob. Hij kan het niet laten. Pien schiet in de lach en kan niet meer ophouden…
Ze lacht totdat die emotie naadloos overgaat in huilen.
Dani slaat haar armen om haar heen en de geschrokken Bob zet een glaasje water bij haar neer.
“Overal goed voor!” mimet hij.
“Laat haar maar even…” mimet zij terug.
Eindelijk bedaart het snikken en Pien drinkt wat van het water.
“Ik ben zo moe.” Ze kijkt haar kinderen met betraande ogen aan. “Mag ik eventjes gaan liggen?”
“Goed idee!” zegt Bob.
“Dan ga ik boodschappen doen en Dani blijft bij je.”
Dani brengt haar moeder naar het bed waar zij altijd slaapt als ze bij Bob logeert.
Ze helpt haar in bed en al gauw valt Pien in slaap.
Dani ruimt de koffieboel op en dekt alvast de tafel.
Haar moeder is nog vast in slaap als haar mobiel gaat. Dat zal haar vader zijn. Ze gaat hem echt niet vertellen waar mama is, want hij moet niet komen herrie schoppen, dat kan ze niet aan.
“Met Dani, hallo pap, zeg het eens…”
“Is je moeder bij jou?”
“Nee, ze is niet bij mij thuis en ik ben…”
Zonder iets te zeggen drukt hij haar weg.
Ze kijkt naar de mobiel in haar hand. “Aardig.” Zegt ze.
Wat later hoort ze Bob binnenkomen.
“Slaapt ze?”
“Ja, ik heb haar in mijn bed gestopt.”
“Kom Dani, je moet me helpen koken.”
Koken met Bob is leuk! Hij is er zo goed in. Alles wat hij verzint pakt goed uit.
Hij heeft nooit een cursus gedaan.
Het is een creatief talent dat is uitgedeeld voor zij, Dani, in de planning stond.
“Geeft niks”, placht Bob te zeggen,
“Jij hebt andere kwaliteiten”.
Ze hebben Pien ruim twee uur laten slapen.
Misschien is het beter om haar nu wakker te maken, overleggen ze, anders slaapt ze misschien vannacht niet.
Op haar tenen gaat Dani de slaapkamer in.
“Ik ben wakker hoor! Het is hier heerlijk rustig.”
Pien glimlacht.
“Lief dat jullie mij lieten slapen; daar ben ik echt van opgeknapt.”
“Goed zo! Ga je maar opfrissen. Bob heeft lekkere dingen gemaakt, dan kunnen we eten. Ik heb trek!” voegt ze eraan toe.
Nu Pien niet de hele tijd tegen een boze man hoeft aan te kijken, is ze minder gespannen.
Na het eten zet Bob de koffiemachine aan en terwijl de bonen worden gemalen verspreid zich de heerlijke geur van koffie.
“Ik heb in lange tijd niet zo lekker gegeten,” prijst Pien haar zoon. “Ik ook niet!” doet Dani een duit in het zakje.
“Jongens, zitten jullie stevig op jullie stoel?”
Verbaasd kijken ze naar hun moeder.
“Ja hoor, ik zit best!” zegt Bob. “Ik ook!” zegt Dani.
“Ik ga het huis van Frederik aan jullie geven.”
Pien kijkt van de een naar de ander.
“Waarom zeggen jullie niks?”
“Eh… ja.. Juist. Waarom?” vraagt Bob.
“Omdat jullie vader persé wil dat ik het verkoop.
Als ik het aan jullie geef, dan blijft het in de familie.
Jullie vonden het toch ook fijn daar?
En er is nog iets: als er wat met mij zou gebeuren, dan verkoopt hij het vast en zeker en dan zien jullie er niets van terug. Hij heeft mij duidelijk gemaakt dat hetgeen waarvan ik dacht dat het van ons samen was, alleen van hem is. En wat van mij is, is tenminste voor de helft van hem en dan wil hij ook het beheer over mijn deel.”
“Ik ben heel blij dat je ons jouw erfenis toevertrouwt,” Dani wordt er emotioneel van.
“Je moet weten dat het, ook als je het op onze naam hebt gezet, altijd jouw huis blijft, zolang je leeft. Toch, Bob?”
“Natuurlijk! Want jij bent onze moeder!”
Pien neemt het woord weer.
“Het is belangrijk dat jullie dit stil houden totdat alles geregeld is. Dat moeten jullie mij beloven. Geen vergissingen, want het is zo zonde als dit niet door kan gaan. Ik denk dat de eerste stap de notaris is. Die heeft een zwijgplicht. We gaan er met ons drieën heen om ons te laten voorlichten hoe zo’n overdracht in zijn werk gaat. Wij zijn dit soort zaken niet gewend, maar met ons drieën en een goede notaris komen we er vast uit.”
Ze slaan de handen ineen en de afspraak staat.
Het hielp enorm dat Frederik zijn zaakjes goed geregeld had. Pien had alle papieren voor de zekerheid meegenomen uit het huis met alles wat ze verder dacht nodig te hebben.
Operatie overdracht was niet zomaar een dingetje, het was een heel gedoe, maar het kwam allemaal goed.
Toen ze bij de notaris vandaan kwamen reden ze langs het huis, waar Piet nu in zijn eentje bivakkeerde.
Hij was niet thuis, zagen ze en dat gaf Pien de gelegenheid om haar oplader te gaan pakken en nog een paar persoonlijke kleine dingetjes.
Buurvrouw Nel was in de tuin aan het werk en keek verbaasd op toen ze Pien herkende.
“Pien!” riep ze. “Wat is er toch aan de hand? Je bent net te laat! Hij is een uurtje geleden vertrokken.”
Pien riep: “Ha die Nel!” en liep naar het hek.
“Wie is een uurtje geleden vertrokken?”
“Nou, Piet natuurlijk. Hij vertelde mij dat jij met de bus naar Spanje was gegaan en hij is daar nu met de auto naartoe om je te verrassen en je terug naar huis te rijden.”
“Dat is aardig van hem.” Zei Pien. Ze ging Nel echt niet wijzer maken. Laat ze maar denken wat ze wil.
“Ik moet gaan. Leuk je even gezien te hebben,” zei ze en maakte dat ze in de auto kwam, een verblufte Nel achterlatend.
Eenmaal in de auto zei ze: “Papa is naar Spanje omdat hij denkt dat ik daar ben en hij heeft tegen Nel gezegd dat hij mij op gaat halen.”
Ze schoot in de lach. “Hij is een uur geleden vertrokken, zei ze. Ik ga Sofia bellen dat ze hem en een eventuele makelaar niet binnen mag laten.”
“Je vertrouwt hem voor geen meter hè?” zei Bob.
“Het is erg dat ik het zeggen moet, maar nee, ik vertrouw hem niet. Ik denk dat hij, door mij daar te overvallen, verwacht mij weer in het gareel te krijgen, zoals dat volgens hem hoort. Dat gaat niet gebeuren.”
“Ga je tegen Sofia vertellen dat het huis nu van ons is?” vroeg Dani.
“Dat maakt het voor haar gemakkelijker om te weigeren hem binnen te laten.”
“Ik zal haar vertellen dat het huis aan een paar familieleden is overgedragen.” Lachte Pien.
“Dan heeft hij de hele weg terug de tijd om te piekeren wie dat toch kunnen zijn, omdat hij niet beter weet dan dat ik het enige familielid van Frederik ben.”
“En dat ben je niet, want Bob en ik zijn ook familie van hem!” Lacht Dani.
“Volgens mij zal hij dan denken dat jij niet voor jezelf kon opkomen en dat je door een paar verre neven en nichten van je huis afgeholpen bent.” Meende Bob.
Bedachtzaam knikte Pien: “Ja zoiets zal hij denken. En dan zal hij in het strijdperk treden om de neven en nichten te verslaan. En dan moet ik zo dankbaar zijn dat ik in zijn armen vlieg en voortaan altijd zal doen wat hij ook maar verlangt.
En hij leefde nog lang en gelukkig.” Maakte ze haar sprookje af.
“Maar dat laten we niet gebeuren, hè mam?” Dani ging helemaal op in de fantasie.
“Vertel eens… krijgen jullie binnenkort geen herfstvakantie?”
“Nou, vakantie… Als ik mijn laptop meeneem naar Spanje, kan ik van daaruit werken.” Bob wrijft zich over zijn kin.
“Maar Niels,” vragend kijkt hij naar zijn moeder en zusje.
“Vinden jullie het goed als ik hem ook meevraag?”
“Natuurlijk! Hoe meer mensen, hoe meer plezier!”
Pien zucht diep, maar deze keer niet van de zorgen, maar om haar geluksgevoel te uiten.
“Je gaat Niels hartstikke aardig vinden, hoor mam!” Klinkt het overtuigd uit de mond van Dani.
“Frederik, wij gaan van jouw huis een blij huis maken,” zegt Pien hardop. “We zullen er goed op passen.”


Geef een reactie