Anno 2000
Haar naam is Geeltje.
Ze heet zo omdat de jongen, nog net voor het eurotijdperk, vijfentwintig gulden korting op het nieuwe slooponderdeel voor zijn auto zou krijgen als hij de kat zou vangen om haar voorgoed te laten verdwijnen..
“Voor mijn part verzuip je het kreng! als ik er maar af ben.”
De man nam een trekje van zijn zelfgedraaide sigaret, en begon rochelend te hoesten.
Hij wees op een mooie driekleurige poes.
“Het komt allemaal door dat kreng!”
Hij maakte niet duidelijk wat er door dat “kreng” kwam, maar draaide zich om en spuugde een dikke rochel over het paardebloemenblad dat langs de onderkant van de schuur groeide.
“Hebben jullie die poes al lang?”
“Het is onze kat niet; hij is aan komen lopen en ik moet dat beest niet!”
Grimmig trok hij nog eens flink aan zijn sjekkie en sjokte, vergeefs proberend een nieuwe hoestbui te bedwingen, naar binnen.
De jongen liep naar zijn wagen, een oude blauwe CHEVY VAN, opende de zijdeur en haalde een doos tevoorschijn.
Op de stoel van de bijrijder zat een tweede jongen naar de radio te luisteren.
“Heeft hij het?”
“Wat?”
“Die veer natuurlijk!”
“O, ja…. ja, die heeft hij.”
“Nou, kunnen we gaan dan?”
“Nee, ik ga de poes vangen…. Kom, help even!”
Met tegenzin stapte de tweede jongen uit en pakte de doos aan.
“Hou vast, dan zal ik hem proberen te vangen en dan leggen we hem in de doos; die vent wil hem kwijt.”
“Wat moet je met die poes?”
“Mee naar huis nemen natuurlijk!”
“Zal je moeder leuk vinden!”
“Mijn moeder zit in Canada. En als ze hoort dat ik de poes het leven heb gered, mag zij wel blijven.”
De jongen liet zich op zijn hurken zakken.
“Kom maar Poesje, ik doe je niks hoor,”
De poes sloeg vrijblijvend een beetje met haar staart en hield de jongens geïnteresseerd in het oog.
Hij ging staan en deed voorzichtig een pas in haar richting.
Poes huppelde een eindje weg en ging weer zitten.
Het erf was ruim en als ze zich niet wilde laten pakken, moesten ze iets verzinnen om haar te lokken.
“Blijf jij even hier, dan vraag ik een schoteltje melk,” zei de eerste jongen en klopte op de deur.
Voorzichtig lopend met een schaaltje dat tot de rand gevuld was, ging hij weer op de poes af.
“Kijk eens poes, lekkere melk…”
Hij zette het schaaltje op de grond en deed een pas achteruit.
“Nu komt ze wel,” zei hij vol zelfvertrouwen. “Wacht maar…”
De jongens leken de poes te negeren, maar hielden haar vanuit hun ooghoeken scherp in de gaten.
Terwijl zij op haar beurt de jongens ook in het oog hield, kwam ze behoedzaam iets dichterbij.
De jongens lieten haar begaan en ze waagde zich iets verder.
Weer gebeurde er niets. Toen ging ze zitten, en begon te drinken.
Even lieten ze haar rustig zitten, en toen stapte de jongen op haar af en pakte haar voorzichtig op.
“Kom maar poes, dan mag je met mij mee,” zei hij vriendelijk, en liep met het diertje in zijn armen op zijn vriend af, die de doos ophield.
Hij wilde het beestje in de doos zetten, maar in plotselinge paniek stak het diertje afwerend alle vier haar pootjes uit en worstelde om los te komen. Vastbesloten om haar niet te laten ontsnappen pakte hij haar stevig vast.
“Stil maar hoor poes, je hoeft niet in de doos,” Geruststellend aaide hij het zachte kopje.
“Ze is bang, dus we doen haar niet in de doos,” verklaarde hij zijn vriend ten overvloede.
Met één hand hield hij het diertje tegen zich aan en stapte in de laadbak van de auto.
Hij pakte een deken en frutselde daar met zijn andere hand een nestje van. Zonder zich om te draaien waarschuwde hij zijn vriend:
“Jij moet oppassen dat ze er niet uit springt.”
Hij legde haar op de deken en kroop achteruit de auto uit.
Het poesje gaf zich gewonnen en bleef ineengedoken op de deken liggen.
De deur ging dicht, en de jongens keken elkaar aan en knikten elkaar toe.
Het was gelukt!
Nu moest hij alleen nog afrekenen en dan konden ze gaan.
De jongen klopte op de deur en ging naar binnen.
“We hebben de poes gepakt en in de auto gezet,” De jongen haalde zijn portemonnee tevoorschijn.
“Dan heb je een geeltje verdiend!”
De man worstelde zich door een benauwde hoestbui heen alvorens hij in staat was om af te rekenen.
“Mijn man is allergisch voor katten,” legde de vrouw uit.
“Hij gaat er zo van hoesten! Wil je een kop koffie?”
De vrouw keek hem vriendelijk aan.
“Nee, dank u wel, ik heb nog iemand bij me en we moeten weer verder.”
De man maakte een handbeweging naar de deur en bromde:
“Tot kijk, kom maar weer langs als je iets nodig hebt.”
De jongen stapte in de auto en startte de motor.
“Het is maar goed dat wij hier net waren! Arrejakkes, wat stonk het daar! Maar ik heb wel een geeltje verdiend!”
Voldaan begon hij vals te fluiten, wat hij meestal deed als hij goede zin had.
Regelrecht naar huis ging het.
Thuis hadden ze nog een poes, eveneens een lapje.
Op het moment dat de jongens aankwamen was ze nergens te bekennen.
De jongen droeg de poes naar binnen en legde haar in zijn kamer op het bed. De deur ging dicht en in de keuken vulde hij een schaaltje met melk en een bakje met kattenbrokjes.
Daarna ging hij op zoek naar de kattenbak, die voor de eigen poes niet meer gebruikt werd, omdat ze hier veilig naar buiten kon.
Toen hij voorzichtig de deur van zijn kamer open deed, zag hij dat de poes al op onderzoek was gegaan en vriendschappelijk mauwend kwam ze hem tegemoet.
De jongen zette de schaaltjes op de grond en de poes streek langs zijn benen, alvorens ze eropaf ging.
“Kijk eens poes, lekker hè?” Hij kriebelde het dier over haar zachte velletje terwijl ze van de brokjes at.
Daarna ging hij terug naar de keuken, waar zijn vriend achter een cola de krant zat te lezen.
“Nu moet ze alleen nog naar de dierenarts, want ze zal wel ingeënt moeten worden. Heb je nog even tijd om mee te gaan?”
“Bel eerst maar of je terecht kunt.”
“Doe ik al,” zei hij, terwijl hij het nummer opzocht.
Die avond telefoneerde hij naar Canada, en vertelde zijn moeder het verhaal van de poes.
“Ik ben blij dat je de poes gered hebt,” zei zijn moeder.
“Beloof je me dat je je best zult doen om een goed tehuis voor haar te vinden?”
Dat beloofde hij.
Hij vertelde haar niet dat hij dat tehuis al gevonden had.
Volgens de dierenarts was Geeltje vier jaar toen ze bij ons kwam was en ze is twintig jaar geworden.


Geef een reactie