Een zondagse wandeling en Gotthilf en een eigenwijze keesdame

Elke zondag wordt er gewandeld.              

Omdat er een zeer warme dag is voorspeld gaan vriendin Inge en ik al bijtijds op pad. Meestal lopen we de straat uit die na vijfhonderd meter overgaat in een zandweg met aan weerszijden bos.

Dit keer echter gaan we een andere kant op, want het plaatselijk nieuwsblad heeft gewag gemaakt van een benefietrun die wij liever ontlopen. Ons tempo ligt gelijk en dat maakt dat we ontspannen babbelend en discussiërend ongemerkt de kilometers achter ons laten. We komen via bospaden langs vennetjes op een zandpad dat naar een kleine uitspanning leidt. Op het grasveld staan enkele spartaans aandoende houten tafels en banken in de schaduw van twee knapen van kastanjes. We gaan het houten gebouw binnen dat, met nog drie wachtenden en een hond, haast vol is. Bij de man achter de bar bestel ik twee koppen thee. Vervolgens kijkt hij over mij heen naar Inge die bij de deur is blijven staan en vraagt: ‘Kan ik u helpen?’ Ze knikt met haar hoofd mijn kant op en zegt: ‘Wij horen bij elkaar.’                                                                                                

‘Oh een setje!’ trekt de man voorbarig en snel zijn conclusie. Ik grijns en vraag Inge: ‘Wil je verder nog iets schat?’ ‘Nee hoor lieverd,’ glimlacht Inge. ‘het is goed zo.’  Wij mogen elk een theezakje kiezen uit het bruine pickwickkistje.  

Buiten op het terras schuiven we aan bij een Duitse dame met een prachtige zacht bruine kees aan haar voeten. We drinken onze thee en babbelen over het weer en over de hond. We horen dat Gotthilf, zo heet hij, pas geleden op ruim tienjarige leeftijd nog vader is geworden. Trots laat de dame ons een plaatje zien op haar telefoon met zes beeldige puppy’s. Zelf begint ze niet meer aan een puppy, legt ze uit; daarvoor vindt ze zichzelf te oud.

Het valt ons op dat er steeds meer keeshonden langs lopen met kleurige tuigjes om en allemaal zien ze er buitengewoon schoon, keurig verzorgd en pas geborsteld uit. De Duitse dame met haar Gotthilf is een toevallige aanwezige; maar van een heer, met ook zo’n prachtexemplaar aan de lijn, horen we dat er een bijeenkomst gaande is van de keeshondenclub. Als we de thee op hebben blijven we, geboeid door alles wat er te zien is, nog even zitten.

Er daagt een man op met, aan de riem, een lieflijke grijs getinte keesdame met een pittige donkere snuit. Hij stapt het stoepje op en wil haar het gebouw in trekken. Het dier zet zich schrap en het lukt hem niet haar over de drempel te dwingen.
Buiten staat een jongen tegen de boom geleund en de man vraagt hem of hij de riem van zijn hond even vast wil houden. Bereidwillig neemt de jongen de riem over en de man gaat naar binnen. De hond heeft een uitloopriem en wandelt zonder mankeren achter haar baas aan ook het gebouw in.
Zodra de man merkt dat de hond hem is gevolgd komt hij naar buiten en haalt de riem terug. Vastbesloten om de hond deze keer naar binnen te loodsen, trekt hij alles uit de kast; hij probeert het eerst vriendelijk en gaat dan over op strenge toon, maar zij weigert pertinent.
Wij kijken geboeid toe. ‘Men zegt wel eens dat een hond niet denken kan,’ zeg ik tegen Inge. ‘maar volgens mij is dat schatje veel slimmer dan haar baas!’
Inge lacht: ‘Moet je eens kijken naar die andere hond…’ Ze wijst naar de deuropening waarachter een hond braaf zit te wachten, terwijl hij tegelijkertijd met zijn kop scheef, tussen de benen van zijn baas door gluurt om zijn soortgenoot in de gaten te houden.
Het is een intens vermakelijk toneeltje om gade te slaan en  te zien hoe de man het telkens tegen de hond aflegt.
Ondertussen zijn wij niet meer van het bankje weg te slaan.
We begrijpen dat de baas van de keesdame het opgeeft als de jongen de riem opnieuw toegestopt krijgt.
Weer gaat de man naar binnen en de hond volgt hem op de voet. Het lijkt een spelletje. De man vraagt de riem terug en de hond herhaalt haar gedrag.
Wij doen ons best om het niet uit te schateren.
Ongevraagd steekt de jongen zijn hand uit om de riem voor de derde maal aan te nemen. Hij volgt man en hond naar binnen. Dan gaat het goed, de hond blijft binnen en de voorstelling is afgelopen.

Tevreden staan we op en gaan naar huis.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *