De brief 

Anno 2026                                                  

De telefoon trilt, een WhatsApp bericht:
-Dag Betty, de sensodyne ligt in de brievenbus, ik hoop de goeie… multi-protection, klonk wel veelomvattend 😊. Kun je weer fris de buurt door. Groetjes Fenna-
– We moeten nog afrekenen. –
-Tikkie doen? –
-Doe maar. –

Betty scrolt langs de rest van de ingekomen berichten.
D’r zit niets bij dat niet wachten kan…
Haar ouders zijn met hun twee jongere dochters op wintersport en de berichten van haar moeder bevatten gewoonlijk alleen maar het ophemelen van de skiprestaties van de zusjes en voor haar extra opdrachten voor vervelende klusjes.
Daar heeft ze nu even geen zin in.
“Oké dan,” zegt ze tegen zichzelf en trekt haar jas aan, om zich door de kou naar de brievenbus te haasten.

Inderdaad ligt het doosje met tandpasta in de bus.
Tegelijkertijd ontdekt ze een grote envelop.
Ook die wordt meegepakt en dan maakt ze dat ze binnenkomt, want de voorspelde ijsregen laat zijn eerste druppels los.

Ze bekijkt de envelop aan weerskanten.
Voorop, in een ouderwets schuin handschrift, staat: ‘Mijn Elisabeth’… en daaronder Hoog Keppel.
Elisabeth is haar doopnaam, maar familie en vrienden zeggen Betty.
Waarschijnlijk heeft de afzender de brief persoonlijk gebracht, want er staat geen volledig adres op. Alleen haar naam en Hoog Keppel.
Uit de lade neemt ze een schilmesje waarmee ze de envelop opensnijdt.

Er zitten een brief en enkele snapshots in.
Stuk voor stuk legt ze de kiekjes naast elkaar op de tafel. 
Verbaasd herkent ze zichzelf in het meisje op de foto’s, terwijl ze zeker weet dat ze deze afdrukken nooit eerder heeft gezien.
Ze strijkt de brief glad en ontcijfert het ouderwetse handschrift.

Lieve Elisabeth,

Vanaf je vroege jeugd hebben je vader en ik je op afstand gevolgd.
Al heel lang koester ik het plan om contact met je op te nemen.
De dwingende wens van je moeder echter, om je vader en mij buiten jouw leven te houden, hield ons af van een poging tot persoonlijke kennismaking.
Een en ander had te maken met het feit dat je moeder, toen ze met je stiefvader trouwde, haar huwelijk wilde beschermen.
Dat hebben wij altijd gerespecteerd.
Nu jij meerderjarig geworden bent, vervalt voor ons deze afspraak.
De meer urgente reden is echter een verdrietige.
Jouw vader, Gerard Roos, mijn zeer geliefde neef en peetzoon, is erg ziek en heeft niet lang meer te leven.
In jouw beleving heeft hij nooit naar je omgekeken.
Dat vind ik heel jammer, want het tegendeel is waar.
Hij is bij je in de buurt blijven wonen en heeft zoveel mogelijk je ontwikkeling gevolgd.
De ingesloten kiekjes schoot je vader bij verschillende feestelijke gelegenheden in het dorp; ze laten zien dat hij, zonder dat het opviel, bij je in de buurt kon en wilde komen.
Na de korte omgang met je moeder is je vader nooit een andere relatie aangegaan.
Hij heeft altijd gehoopt dat je ooit naar hem zou vragen en dat je dan contact zou zoeken.
Zijn enige en diepste wens is jou te ontmoeten.
Er is mij veel aan gelegen zijn laatste wens te vervullen.
Jouw naam, Elisabeth, is ook mijn naam.
Ik denk niet dat het opzet was; waarschijnlijk komt deze naam ook in je moeders familie voor.
Zelf heb ik helaas nooit kinderen gekregen en ik noem jou bij mijzelf   altijd ‘Mijn Elisabeth’.
Wanneer je contact met mij wilt zoeken of, nu het nog kan, je vader wilt bezoeken, laat mij dat weten.

Je toegenegen tante,
Elisabeth

Betty legt de brief neer en laat haar blik nogmaals over de foto’s glijden en over de brief, die in een ouderwets plechtig handschrift geschreven is.
Dit gaat ze niet tegen haar moeder vertellen.
Opeens realiseert ze zich waarom haar vader altijd veel meer met haar zusjes heeft opgehad dan met haar. Hij is haar vader immers niet…
Nee… dat is hij niet. Nou… dat kan haar niks schelen, god nee!
Ze heeft altijd al gevoeld dat hij haar niet hoog heeft zitten, niet zoals haar jongere zusjes Trix en Ruth…

Met haar jas nog aan gaat ze aan tafel zitten.
Ze zet haar ellebogen op tafel en laat haar gezicht in haar handen rusten…
Ze is alleen in huis.
Hardop zegt ze: “Mama, dit had je nooit stil mogen houden!
Ik had ook een lieve vader kunnen hebben, net als Trix en Ruth.”

Ze voelt zich opeens erg alleen.
Met dit verhaal hoeft ze niet bij haar zusjes aan te komen.
De zusjes hebben wel een band met elkaar, maar niet met haar;
net als hun vader hebben ze weinig met haar op.
Ze denkt aan de tantes, aan de familie van haar moeders kant.
Die moeten dit toch weten?
Als haar moeder haar gekregen heeft voor ze met die Wieger trouwde, dan heeft de hele familie haar al die jaren voorgelogen.
Ze pakt de brief weer op.
Er staat geen adres op, ook niet aan de achterkant.
Ze kijkt nog eens in de envelop en dan ontdekt ze het kaartje.
Jawel, met de volledige naam en het adres:
Elisabeth Hoefnagel. Mooie naam wel…
Ze woont in Velp… Dat is niet ver met de auto…
En er staat een telefoonnummer bij.
Ze krijgt het er warm van en trekt haar jas uit.
Ze zou graag met iemand willen praten… willen vertellen dat zij een eigen vader heeft.
Een vader die vast wel goed voor haar zou zijn geweest.
En nu schrijft die tante… nee, háár tante! dat hij doodgaat.
Net nu zij weet dat hij bestaat! Natuurlijk gaat ze er naartoe.
Ze moet niet te lang wachten, anders is ze misschien te laat.

Ze moet naar Fenna toe.
De brief gaat mee en ze zal haar vragen de brief te lezen.
Misschien wil ze haar wel naar Velp brengen.

Verbaasd opent Fenna de deur.
“Heb je het erg druk?” vraagt Betty timide.
Fenna registreert de uitgelopen mascara, steekt haar hand uit en trekt haar naar binnen.
De jas wordt over de trappaal gemikt en ze gaan aan de keukentafel zitten.
Fenna schuift haar laptop en wat papieren opzij en grapt met een knipoog:
“Ik was net bezig mijn innige relatie met de belastingdienst te bestendigen. Het kost wat, maar een goede verstandhouding is ook wat waard.”
Ze staat op en zet de koffiemachine aan.
Het malen van de bonen verspreidt een heerlijke geur.
Betty houdt de envelop stevig vast. Fenna ziet het.
Ze steekt haar hand uit: “Wil je mij iets laten zien?” helpt ze.
Betty toont haar de bovenzijde van de envelop.
“Kijk! Daar staat: Mijn Elisabeth!”
“Ik zie het,” knikt Fenna. “Is dat wat je mij wilt laten zien?”
Er breekt een flauw lachje door op het vlekkerige meisjesgezicht.
Ze haalt de inhoud tevoorschijn en geeft de brief aan Fenna.
“Lees maar Fenna. Ik wist dit niet; mijn moeder heeft hier nooit iets over gezegd.”
Fenna’s ogen vliegen over de regels. Dan legt ze de brief neer en kijkt haar aan. “Betty toch! Heb je nooit geweten dat Wieger je echte vader niet is?”
“Jij wel dan?”
“Nee, zeker niet. Geurt en ik hebben wel eens opgemerkt dat je zusjes worden voorgetrokken.”
Zonder acht te slaan op die opmerking zegt ze verdrietig:
“Nu ik eindelijk weet wie mijn vader is, gaat ie dood!”
“Laten we kijken hoe we dit het beste aanpakken. We drinken eerst onze koffie.” Fenna snijdt een paar plakken koek af en besmeert ze   met een lik roomboter.
“Fenna, wil jij met mij daarheen gaan?”
“Natuurlijk wil ik dat, maar je kunt het beste eerst een afspraak maken per telefoon. Als ik het handschrift op de brief bekijk, gaat het om een oude dame. Wel een mooi handschrift trouwens, een mooie vaste hand heeft ze.”
Fenna heeft nog steeds het kaartje in haar hand.
“Kijk, dit is haar kaartje. Alles staat erop, adres en telefoon.”
“Dat is mooi. Je kunt het beste vragen of je zo gauw mogelijk mag komen. Wanneer komen je ouders thuis?”
“Volgens mij vrijdag.”
“Het is nu dinsdag, dus we hebben nog tijd.
Betty staat totaal niet stil bij de ongeopende berichtjes van haar moeder. Ze heeft er geen idee van dat de plannen gewijzigd zijn.

“Wil je nu bellen, hiervandaan?” vraagt Fenna, dan kan ik gelijk zeggen of ik kan.”
Betty voegt haar tantes nummer toe op haar telefoon. 
Fenna pakt het kaartje.
“Vind je het goed dat ik hier een kopietje van maak?” vraagt ze.
“Ja hoor, als je denkt dat dat handig is…”
“Betty, stel dat je tante zegt dat we vanmiddag kunnen komen…”
“Dan gaan we toch?”
“Lieverd, kijk eens in de spiegel, je ziet er niet uit.
Was je haren en trek iets leuks aan. Je wilt toch niet dat je vader en je tante je zo zien?”
“O ja, natuurlijk. Sorry, ik ben een beetje van slag.”
“Dat is logisch. Maar ga nu eerst bellen.”
“Wat moet ik zeggen?”
“Lieve Betty maak je daar niet druk om, dat wijst zich vanzelf.”
Fenna speelt dat zij Betty is: “Tring… Goedemorgen, u spreekt met Betty. Ik heb een envelop in mijn brievenbus gevonden met uw kaartje erin.”
Ze kijkt Betty aan. “En dan zegt je tante dat ze heel blij is dat je belt en dan gaat verder alles vanzelf.”

Vastbesloten Knikt Betty naar Fenna en kiest het nummer van haar nieuwe tante.
“Goedemorgen, “
“Goedemorgen, u spreekt met Betty Leenderts.”
“Betty, kind, wat ben ik blij dat je mij belt. Ik ben je tante Elisabeth. Je kent mij nog niet, maar daar hoop ik heel snel verandering in te brengen. Zoals ik je schreef is je vader erg ziek. Hij wordt bij mij thuis verpleegd en hij kan niet wachten om van je te horen.”
Betty kleurt rood van opwinding. “Ik wist niet dat ik een andere vader had dan mijn zusjes. Ik wil u beiden dolgraag ontmoeten.”
“Zullen we dan maar gelijk afspreken?”
“Heel graag. Bedoelt u vandaag?”
“Jazeker meisje, je hebt niet veel tijd meer met je vader.
Dus als het mogelijk is, kom je zo gauw mogelijk hierheen.”
“Mijn familie is op wintersport, maar een vriendin wil mij wel brengen.
We komen in de loop van de middag. Komt dat uit?”
Als Elisabeth heeft opgehangen kijkt Betty Fenna hoopvol aan.
“Kan dat voor jou, om een uur of drie hier weg?”
Fenna is blij voor haar.
“Ga je maar gauw klaarmaken, dan pik ik je straks thuis op.”

Het huis van tante Elisabeth blijkt een zeer ruime ouderwetse villa te zijn. Tante zelf is een rijzige, goed verzorgde dame. De vriendinnen worden hartelijk ontvangen en Betty wordt liefdevol omhelsd, waarbij de nieuwe tante haar intens aankijkt en met een glimlach toevoegt: “Mijn Elisabeth.”
Die warme ontvangst geeft haar het gevoel dat ze elkaar al jaren kennen.
Elisabeth laat Fenna met enkele tijdschriften in de ouderwetse salon achter en neemt Betty mee naar de kamer van haar vader.
Er staat een ziekenhuisbed en er hangt een ondefinieerbare geur.  Haar vader zit in een rolstoel met een huisjasje aan. Over zijn benen ligt een warme reisdeken.

Verrast lichten zijn ogen op als hij zijn dochter ontwaart.
“Elisabeth!” Hij steekt beide handen uit.
Onzeker kijkt Betty hem aan. Stiekem verwacht ze hem te herkennen vanuit het dorpsleven… Maar nee…
“Bent u mijn vader?” vraagt ze en legt haar handen in de zijne.
“Ja meisje, ik ben je vader. Maar je mag ook Gerard zeggen als dat gemakkelijker voor je is. Of, als énige op de wereld, mag jij mij papa noemen, want jij bent mijn enige kind.”
Hij kijkt haar zo warm… zo lévend aan, dat ze haast niet kan geloven dat hij stervende is.
Hij geeft een kneepje in haar hand en wijst op de stoel.
“Kom Elisabeth, kom bij me zitten. Ik wil je graag leren kennen. Heeft je moeder jou wel eens over mij verteld?”
“Nee, niet. Ik heb hier nooit enig idee van gehad. Ik heet ook Leenderts, net als de dochters van mijn stiefvader.”
Opeens schiet de gedachte door haar heen dat ze tegen haar stiefvader, die ze niet aardig vindt, nooit meer papa hoeft te zeggen en ze zucht opgelucht.
Ondertussen heeft tante stilletjes de kamer verlaten.
“Wat vind je moeder ervan dat je mij komt opzoeken?”
“Mijn ouders zijn met mijn zusjes op wintersport. Dat doen ze elk jaar en ik pas op het huis.”
“Hou jij er niet van om te gaan skiën?”
“Dat weet ik niet. Ik ben nog nooit mee geweest. Ik doe klusjes als ze weg zijn en zorg dat alles er schoon en gezellig uitziet als ze thuiskomen.
En dat de boodschappen zijn aangevuld.” Voegt ze eraan toe.
Ze bijt een beetje verlegen op haar lip.
“Een moderne Assepoester ben jij dus!” lacht haar vader.
Hij past ervoor op dat zijn dochter niet merkt hoe boos dit hem maakt… Als hij dat geweten had…
Tegen haar zegt hij echter: “Je weet vast wel hoe het verhaal afloopt. Assepoester krijgt de prins!”
Ze beloont hem met een vrolijke lach.
“Ik hoorde dat je door een vriendin gebracht bent.”
“Ja, Fenna. Wilt u haar ontmoeten? Ze wacht op mij in de kamer.”
“Heb jij geen auto?”
“Nee, maar ik heb wel een rijbewijs. Dat moest van mijn moeder.”
“De zusjes hebben wel een auto gekregen toen ze hun rijbewijs hebben gehaald. Daar moeten ze samen mee doen en soms maken ze er ruzie over. Ik vind het wel lekker om te fietsen; liever fietsen dan die ruzies. En als er iets bijzonders is, zoals nu, dan gaat Fenna met mij mee. Fenna is twaalf jaar ouder dan ik en ze woont samen, maar toch zijn wij beste vriendinnen. Haar vriend Geurt is ook aardig.”
“Even iets anders; wat voor opleiding heb jij gedaan?”
“Havo.”
“Ja… en verder?”
“Verder niks, dat is het.”
“Heb je nooit bedacht wat je later zou willen worden?”
“Mijn stiefvader zei: “Je bent lang genoeg op school geweest en nu ga je maar werken.”
“Wat voor werk doe je dan?”
“Losse baantjes. Ik werk drie dagen in de zorg en op vrijdag doe ik de kassa bij de supermarkt. Ik breng kranten rond en verder moet ik thuis helpen.”
“Werken je zusjes ook?”
“Nee, zij studeren. Ze zitten op het HAN in Arnhem.”
“Had jij dat ook niet gewild?”
Betty haalt haar schouders op. Ze weet dat een meisje zoals zij niets te willen heeft.

Opeens merkt Gerard dat hij doodmoe is.
Hij vraagt Betty om voor hem op de bel te drukken.
Een jongeman stelt zich bij het binnenkomen vluchtig voor: “Ik ben Jesse.” 
Hij kijkt haar vriendelijk aan en zegt: “Ik ga uw vader verzorgen. U kunt nu het beste naar beneden gaan.”
Ze kijkt naar haar vader en weet niet of ze nog gedag moet zeggen.
Hij heeft zijn ogen gesloten.
Jesse gebaart nog eens naar de deur en dan begrijpt ze dat ze weg moet.
Na eerst een verkeerde deur te hebben geopend komt ze de kamer binnen waar tante Elisabeth en Fenna druk in gesprek zijn.
Tante kijkt op.
“Gaat je vader rusten?”
“Opeens trok hij wit weg en toen heb ik op de bel gedrukt.”
“Dat is goed lieve kind, hij heeft het nog aardig lang volgehouden met je. We kunnen die eenentwintig jaar niet in een middag overbruggen. Dat begrijp je wel.”
Ze gaat naast Fenna zitten: “Mijn vader vroeg ook naar jou.”
“Wil je wat drinken?” vraagt tante. “Ik heb jullie maar niet gestoord bij jullie eerste gouden uurtje.”
“Graag tante. Is er thee?”
De oude dame staat op en komt terug met een glas thee.
“Willen jullie blijven eten? Of hebben jullie al plannen?”
Betty kijkt Fenna aan. “Ik kan wel, ik ben toch alleen. Maar kan jij ook? Of wacht Geurt op jou?”
“Nee, die redt zich wel. Die is zo gemakkelijk.”
Ze kijkt haar tante aan: “Ik vind het heel fijn dat we mogen blijven eten. Dan kan ik u ook leren kennen.”

De maaltijd verloopt gezellig.
Jesse is ook aangeschoven; het klikt onderling en de jongelui kletsen ongedwongen met elkaar.
Tante Elisabeth bedenkt weemoedig dat ze deze gezelligheid al jaren had kunnen hebben, als Gerard en zij Betty’s moeder niet in alles haar zin hadden gegeven.
Ze is altijd bang geweest, dat een eventuele onenigheid zijn weerslag op het meisje zou hebben.
Gerard heeft eenentwintig jaar betaald voor zijn dochter, maar het lijkt erop dat alleen de stiefzusjes daarvan de geprofiteerd hebben.
Na het eten nemen ze afscheid.
Tante heeft haar gevraagd morgen weer te komen en als de familie weer thuis is, wil ze graag dat Betty komt logeren.
Fenna belooft haar de volgende dag weer naar Velp te brengen.

Eenmaal terug in Hoog Keppel gaat Fenna met Betty mee naar binnen. Ze begrijpt dat ze haar niet direct alleen moet laten. Ze moet even afkicken. De gesprekken tijdens de maaltijd hebben ook voor Fenna zaken bloot gelegd waar ze geen weet van had.
Er is voor Betty altijd een toelage geweest en ze heeft daar niets van teruggezien.
Betty wist dat niet en Betty klaagde niet.
Ze is van jongs af aan gewend datgene te doen wat haar wordt opgedragen.

De volgende ochtend rijden de dames naar Velp. Deze keer kan Fenna niet lang wegblijven, want ze moet thuiswerken.
Wel maakt ze kort kennis met Gerard waarbij ze hem belooft bij Betty een oogje in het zeil te houden.
Wanneer haar vader niet slaapt zit Betty bij hem op de kamer.
De vorige dag heeft zoveel van hem gevergd dat hij in bed blijft.
Ze blijft de hele ochtend bij zijn bed zitten met haar hand in de zijne. Hij wil van alles over haar weten.
Af en toe sluit hij zijn ogen voor een paar minuten, maar als Betty hem loslaat en wil opstaan, opent hij zijn ogen: “Niet weggaan alsjeblieft …”
Rustig kabbelt haar verhaal zijn klein geworden wereld binnen.
Ze vertelt over haar jeugd en over school. Haar leven blijkt schraal.
Gerard kan het niet laten om een belangrijke vaderlijke vraag te stellen: “Vertel mij eens, Betty, heb je een vriendje?”
Verbaasd kijkt ze hem aan. “Nee hoor, dat vinden ze thuis niet goed. Ik weet niet wat ik gedaan heb, maar ze vinden dat ik niet te vertrouwen ben.”
“Projectie!” zegt hij bitter. “Typisch een gevalletje -Zo de waard is, vertrouwt hij zijn gasten-.”

Tegen het einde van de middag wordt Betty gebeld. Het is Fenna.
“Betty, je moet niet schrikken, maar de familie is zojuist thuisgekomen. Ze zijn in alle staten omdat jij er niet bent en omdat er niks in huis is en zo…
Natuurlijk kwamen ze gelijk met opgestoken zeil hiernaartoe en ik heb ze verteld dat je bij je vader bent.
Ik heb er niet bij gezegd dat hij ziek is, dat is niet aan mij.
Je had die gezichten moeten zien Bet!
Het besef dat het vanaf nu met hun rijke leventje gedaan is, dringt genadeloos tot hen door.”
“O jee, zijn ze er nou al?”
Opeens denkt ze aan de appjes die ze niet heeft gelezen.
“Hoor eens Fenna, ik bel je later terug.”
Ze bekijkt haar berichtjes en ziet allemaal opdrachten. Ze komen eerder naar huis, want er is niet genoeg sneeuw…
Tja, dat heeft ze allemaal gemist. Ze is blij dat ze het belangrijkste niet heeft gemist.
De brief die haar naar haar vader heeft geleid.
Ze weet nog steeds niet wie die heeft bezorgd.
Tante Elisabeth komt binnen en kijkt haar opmerkzaam aan.
“Wat is er aan de hand? Ik zie aan je dat er iets is.”
“Fenna belde mij zojuist dat de familie naar huis is gekomen. Ze zijn heel boos omdat het huis niet op orde is en omdat ik de boodschappen niet heb gehaald.”
Tante besluit haar een beetje wakker te schudden.
“Lieverd, het zijn volwassen mensen. Als ze flink genoeg zijn om met elkaar op wintersport te gaan, zijn ze heus wel in staat om hun eigen bed op te dekken en een paar boodschappen te doen.”
Ze opent haar armen en geeft Betty een knuffel.
“Vindt u niet dat ik naar huis moet?”
“Ik vind dat jij juist niet naar huis moet gaan. Laat ze hun zaakjes zelf maar regelen. Misschien gaan ze je na al die jaren van dienstbaarheid nog eens waarderen.”

Betty’s mobiel begint te zoemen.
Ze ziet aan het nummer dat het haar moeder is.
“Betty…”
“Met je moeder! Waar zit je? Kom onmiddellijk naar huis!”
In gedachten ziet Betty haar van woede vertrokken gezicht.
“Het spijt me moeder, ik kan hier op het ogenblik niet weg.”
“Vertel me waar je zit en dan komt je vader je ophalen.”
“Ik ben bij mijn vader en van hem mag ik hier blijven.”
“Dat is schandalig! Dit gaat tegen alle afspraken in!”
“Welke afspraken moeder?”
Haar moeder valt stil en verbreekt de verbinding.

Elisabeth kijkt naar het rood aangelopen gezicht van haar nichtje.
Ze gaat naast haar op de bank zitten en pakt haar hand.
“Ik heb het gesprek goeddeels kunnen volgen en je hebt niet over je heen laten lopen… dat maakt mij blij. Ze hebben niet alle spirit in jou weten te doven!” Ze slaat haar arm om Betty’s schouders.
“Onthoudt één ding goed! Jij hoeft ze nooit meer de baas over jou te laten spelen. Je bent meerderjarig en volledig in staat om je eigen keuzes te maken.”
Ze kijkt haar tante aan en die knikt haar bemoedigend toe.
“Je moeder gaf al aan dat er afspraken stonden hè? Dat had ze liever niet gezegd, want nu liet ze zich door jou in de kaart kijken.
Natuurlijk moet je het gesprek met je familie aangaan, maar wij helpen jou daarbij. Vanmorgen, toen jij bij je vader was, heb ik contact opgenomen met onze advocaat.
Hij krijgt alle documenten ter inzage over de financiële zorg die je vader aan jou besteed heeft. Wat van jou is, zal je moeder moeten afstaan.”
“Maar er is toch niets van mij?”
“Jawel hoor. Heb je jezelf nooit afgevraagd waarom je van je moeder je rijbewijs moest halen? Dat was duidelijk niet om jou ooit achter het stuur te krijgen. De afspraak was dat jij van je ‘echte’ vader een auto ter beschikking zou krijgen als het zover was.”
“Nee, dat is nooit gebeurd.” Zegt Betty.  
“Nee, jij hebt de auto nooit gekregen, maar hij is wel afgeleverd.” “Wie heeft hem dan?”
“Dat laten we uitzoeken.
Als ze meewerken kunnen we dat onderling regelen, maar als ze dwarsliggen komt er een rechtszaak.” Zegt tante beslist.

Twee weken zijn er voorbij gegaan.
Betty is bij haar vader en tante gebleven.
Ze brengt zoveel mogelijk tijd met hem door en ondanks het feit dat haar vader zo ziek is, hebben ze plezier met elkaar.
Tante Elisabeth zit geregeld haar advocaat achter de vodden.
Ondertussen heeft Betty een complete metamorfose ondergaan.
In de uurtjes dat Jesse met haar vader bezig is, gaat tante met haar wat modezaken langs, waar ze verschillende outfits mag uitkiezen met als kers op de taart een hippe wollen wintermantel.
Daarbij komen schoenen, laarzen èn bijpassende tassen.
Er gaat een wereld voor haar open.
Voor het eerst in haar leven betreedt ze een schoonheidssalon.
De schoonheidsspecialiste is blij met haar.
Ze heeft een mooie huid en na een paar tips van de visagiste lukt het haar met ietsje kleur haar mooiste trekken te accentueren.
Thuisgekomen loopt ze een modeshow voor haar vader, die haar zonder dat al zo mooi vindt en nu lijkt ze nog mooier.
“Schoonheid komt niet uit een doosje, maar omdat je gelukkig bent.” Is hij stellig van mening.
Betty is dol op haar vader; met hem kan ze alles bespreken.
Hij kan heel goed luisteren en begrijpt haar.
Ze ziet op tegen het gesprek met haar moeder.
Om haar stiefvader bekommert zij zich niet, omdat hij haar nooit zag staan of ook maar één vriendelijk woord heeft vergund.
Haar vader stelt haar gerust en legt uit dat zij de moeilijke zaken niet hoeft aan te roeren; daar hebben ze Bart Stevens voor.

De advocaat heeft het dossier doorgenomen en er is een brief onderweg naar mevrouw Leenderts met een oproep om zich te melden op het advocatenkantoor.
Betty wordt verzocht om daarbij aanwezig te zijn.
Bart legt uit dat hij erop rekent dat haar moeder komt, omdat haar anders een rechtszaak boven het hoofd hangt.

Hij heeft gelijk.
Ze ziet de rode Toyota van haar ouders de parkeerplaats op draaien. Haar moeder is niet alleen gekomen, Wieger is er ook bij.
Bart heeft Betty opgehaald en als haar ouders aan komen lopen stapt ze uit de BMW van Bart.
Op het eerste gezicht herkennen ze in de zeer goed geklede knappe dame Betty niet. Betty laat dat zo totdat ze binnen zijn.
Haar ouders moeten in de hal wachten en Bart neemt Betty mee.
In het voorbijgaan knikt ze hen goedemorgen.

Ze kijkt niet om. Ze ziet niet hoe ze hun hoofden bij elkaar steken en een beginnende ruzie gedempt proberen uit te vechten.
Ze voelen zich geïntimideerd door de advocaat met de stijlvolle jongedame die haar dochter blijkt te zijn.
Bart neemt Betty mee naar een spreekkamer, trekt een stoel bij en legt in het kort het verloop uit. Rustig luistert ze tot hij is uitgesproken.
“Zijn er nog vragen?”
“Dankjewel Bart. Je hebt het goed uitgelegd. Zoiets is nooit leuk, maar ik moet erdoorheen.”
“Je zult zien dat het meevalt; zo erg is het niet en ik ben bij je.”
Hij belt en een receptioniste laat de Leendertsen binnen.
Bart stelt zichzelf voor en legt uit dat hij in deze de advocaat van haar dochter Betty is. Hij richt zich tot de moeder, maar ze knikken allebei.
“Dit gesprek wordt opgenomen. Ik heb u twee brieven gestuurd en een vertrouwelijk informatiepakket met het financiële verhaal over de periode dat u voor Betty heeft gezorgd.
Heeft u dat doorgenomen?”
Haar stiefvader wil antwoorden. Maar Bart is hem voor en knikt naar haar moeder: “Mevrouw Leenderts?”
Wieger kan zich niet inhouden: “Ik spreek voor mijn vrouw en ik kan u wel zeggen dat wij er alles aan gedaan hebben om Betty een goede opvoeding te geven. Dat wij daarbij iets van financiële steun hebben ontvangen zal ik niet ontkennen, maar wij hebben haar zover gebracht als ze nu is.”
“Dat dacht ik niet,” laat Betty zich horen.
“Zoveel opvoeding en aandacht heb ik bij jullie nooit gehad.
Ik was niet meer dan jullie manusje van alles.”
“Ondankbare meid!” roept hij, maar Bart legt hem het zwijgen op.
“Houdt u er rekening mee dat alles wat u zegt wordt opgenomen?”
“Wacht maar!” zegt hij dreigend tegen Betty. Dan heft hij zijn handen op en zegt tegen Bart: “Ik zeg al niks meer!”
Bart haalt het gebeurde met de auto naar voren.
“Mevrouw Leenderts, u stond erop dat Betty haar rijbewijs haalde. Waarom was dat? Ze heeft nooit mogen rijden.”
“Ik vind dat een rijbewijs tegenwoordig bij de opvoeding hoort.”
“Was het niet zo dat de vader van Betty had toegezegd dat hij, zodra u hem een foto van haar rijbewijs had gestuurd, een auto voor haar zou laten afleveren?”
Haar moeder werd zo rood als een pioen.
“Betty heeft nooit geweten dat ze een auto heeft gekregen en ook nooit ontvangen. Ze heeft nooit in haar eigen auto mogen rijden!”
Betty kijkt hem verbaasd aan. Bart maakt een handgebaar dat zij zich even buiten het gesprek moet houden.
“In het informatiepakket, dat u heeft ontvangen, staat te lezen dat op 3 februari 2023 een rode Toyota bij u is afgeleverd. Dat is de auto van Betty. Het kenteken is bekend. Als ik nu iemand naar buiten stuur om het kenteken op de rode Toyota te checken die op de parkeerplaats staat, zal dan blijken dat jullie auto, de auto van Betty is, die jullie hebben ontvreemd?”
Het blijft drukkend stil.
“U mag straks met de Toyota naar huis rijden,” er klinkt een zucht van verlichting… Maar Bart gaat door: “Bij u thuis kunt u uw eigendommen uit de wagen verwijderen en dan wordt hij morgen opgehaald door iemand van het bedrijf die de auto geleverd heeft.”
“Dat gaat zomaar niet!” roept Wieger. “Dat is wel mijn auto ja!”
“Betty, dat mag je niet goed vinden! Wij zijn toch je ouders?” probeert haar moeder huilerig.
“Neem de auto van Trix en Ruth maar weer terug.” Zegt Betty.
En tegen Bart: “Mag ik weg?”
‘Natuurlijk.” Zegt hij hoffelijk en Betty vertrekt.
“Dan kom ik aan het volgende… Betty heeft jaarlijks een flink bedrag op haar naam gekregen en driemaal per jaar een ruim vakantiegeld.
Ik heb een berekening laten maken, waaruit gebleken is dat dit bedrag vele malen hoger is dan wat jullie ooit aan Betty hebben besteed. Ze mocht nooit mee op vakantie. In vergelijking met haar zusjes was ze zeer armoedig gekleed. Ze heeft altijd jullie huis moeten onderhouden en ik kan nog wel een poosje zo doorgaan…
Haar vader weet dat mooi uit te drukken: Hij noemde haar een moderne Assepoester.”
“Wij hebben gèèn geld.” Zegt Wieger.
“We hebben voor haar gezorgd, terwijl ze niet eens mijn kind is.”
“Geen probleem.” Bart gaat eens goed rechtop zitten.
“Dit dossier gaat naar de belasting. Jullie hebben al dat geld netjes opgegeven, neem ik aan? Dan kan jullie niets gebeuren.”  
Hij staat op en zegt: “Ik zal jullie uitlaten.”
Als geslagen honden druipen ze af.
Betty komt tevoorschijn. “Zijn ze weg? Ik vind het toch wel naar. Vooral om te horen dat ze nog gemener zijn dan ik dacht. Niet alleen die man van haar, maar ook mijn moeder.”
Bart slaat zijn arm om haar schouders.
“Kom maar, “zegt hij, “dan breng ik je naar huis.”
Opeens fleurt ze op als ze zich realiseert dat haar huis niet in Hoog Keppel is, maar in Velp, bij haar vader en tante Elisabeth.
Eenmaal in de auto vraagt Bart: “Heb je zin om ergens een kop koffie te drinken voor ik je weer terugbreng?”
Verrast kijkt ze hem aan. Nog nooit heeft iemand haar uitgenodigd voor een kop koffie of een feestje. Met een verheugde glimlach knikt ze: “Heel graag.”

De weken daarop gebeurt er van alles.
Betty doet een opfriscursus voor de vervaagde rijlessen die ze een paar jaar geleden had.
Deze keer vindt ze het leuk en weet ze dat ze, zo gauw de
rijinstructeur het veilig vindt, alleen op pad mag.
Ze mag de Volvo van haar vader gebruiken, want dat lijkt hem voorlopig de veiligste optie.
Ze weet nu al dat haar eerste rit naar Fenna gaat, haar vriendin.

“Betty!” roept Fenna verheugd.
Ze omhelst haar vriendin en troont haar mee naar binnen.
Ze hebben elkaar van alles te vertellen. Betty heeft geen contact meer met de Leendertsen. Zelfs haar moeder laat niets meer horen sinds ze begrijpt dat er van Betty niets meer te plukken valt.
Van Fenna hoort ze dat het huis is verkocht en dat ze nu ergens in een huurflat zitten.

Zodra ze thuiskomt van haar eerste rit, rent ze de trap op naar haar vader, die in zijn rolstoel bij de tafel zit: “Papa, de auto rijdt fantastisch! Het ging hartstikke goed!” zegt ze blij.
Verrast kijkt hij op. Voor het eerst heeft ze hem papa genoemd, en ze heeft het niet eens in de gaten… ze knielt en legt haar hoofd bij hem op schoot. Zijn vingers beroeren haar zijdeachtige haardos.
“Je hebt mij papa genoemd, dat is het liefste en het mooiste dat ik ooit heb gehoord.”
Ze kijkt hem aan: “Zo lang ik weet dat u bestaat, zie ik u al als mijn ‘papa’. Ik moest alleen die Wieger loskoppelen van ‘papa’ in mijn hoofd. De smet moest eraf. Vindt u dat raar?”
Hij neemt haar beide handen in de zijne: “Lieverd, ik vat dit op met respect, als een groot compliment!
Ik ben zo blij dat je los van hem bent.”
Lenig komt ze overeind en kust haar vader op beide wangen.
“Ik hou van u!” knikt ze terwijl ze hem glimlachend in de ogen kijkt. Ze staat op en haar hand glijdt licht uit de zijne terwijl ze zich verwijdert.
Ze gaat op zoek naar tante Elisabeth.
“Tante, het ging heel goed met de auto!”
“Dat wist ik wel, ik heb je een paar keer weg zien rijden toen je les had en toen wist ik het al.”
Ze legt haar hand op Betty’s arm. “Kom, we gaan aan de koffie.”
Betty draagt het blad de kamer in: “Ik wil u al heel lang iets vragen, al vanaf het moment dat ik uw brief vond, vraag ik me al af hoe hij bij mij in de bus is gekomen.”
“Jesse heeft hem meegenomen.” “Jesse?” “Ja, Jesse.” “O.”
Ze hebben er met elkaar om moeten lachen, dat dit zo’n spannende vraag was voor Betty.

Bart Stevens komt steeds vaker langs. Hij vindt Betty erg leuk en geeft haar veel complimentjes.
“Heb je zin om dit weekend met mij naar Amsterdam te gaan? De ‘West Side Story’ is de hele maand te zien in Carré…”
“Heel lief dat je mij vraagt, maar zolang mijn vader er nog is, wil ik bij hem zijn.”
Hij voelt dat hij niet moet aandringen en daarom blijft het bij een koffietje in de stad of een lunch…
Betty heeft een stuk jeugd in te halen en hangt erg aan haar vader. Ze wil dolgraag een lange buitenlandse reis met hem maken; maar dat zit er niet meer in. Daarom houdt ze dat voor zich.
De tijd die hem rest, wil ze er vóór hem zijn en vooral bìj hem zijn.
Drie maanden genieten ze van elkaar.  
Dan, op een zonnige ochtend, ontdekt Jesse dat hij in zijn slaap is overleden. Betty is diep verdrietig.
Volgens tante Elisabeth kon het niet anders: “Alleen in de nacht kon je vader zich van ons losmaken en was hij vrij om te gaan.” probeert ze uit te leggen.
Tante Elisabeth en Betty zijn er voor elkaar.
En Bart is er voor hun beiden. Niet alleen zakelijk, maar ook privé wint hij meters met babystapjes.

Een jaar later.
Betty bewoont inmiddels de villa, en is daarbij een geweldige hulp voor haar tante, die ze beslist bij zich wil houden.
Betty heeft tijd nodig, voor ze zover is om met Bart in zee te gaan. Als hij het eindelijk aandurft om op een knie te gaan, vliegt Betty hem stralend om zijn hals. Ze is er klaar voor.
Met trots draagt ze zijn witgouden ring met de roze parel.

Er breekt een heerlijke tijd aan.
Tante Elisabeth voelt zich de moeder van de bruid.
Fenna zal haar bruidsdame zijn.
Tante regelt een afspraak bij de mooiste bruidswinkel, waar de vriendinnen kennis maken met de eigenaresse, Rona.
“Waar gaat je voorkeur naar uit?” Rona kijkt haar vriendelijk aan.
“Ik wil graag een lange witte japon.” Zegt Betty.  
Veel meer weet ze niet aan te dragen. Ze is nog nooit op een bruiloft geweest.
Rona laat enkele modellen showen door een pasdame…
Betty kijkt gespannen toe, terwijl tante haar scherp in de gaten houdt.
Dan komt de showdame op in een sprookjesachtige witte creatie, voor Betty een droom, waarvan ze nooit had gedacht dat zoiets romantisch voor haar was weggelegd.
Haar adem stokt.
Tante steekt haar hand op: “Stop maar.” Rona kijkt opzij.
“Dit is een optie, hun je haar laten draaien?” vraagt Tante.
Betty grijpt Fenna’s hand en houdt hem stevig vast.
Tante kijkt met een glimlach opzij: “Wat dacht je ervan, wil je deze aanpassen?”
Betty is geëmotioneerd en kan even niets zeggen. Daarom knikt ze nadrukkelijk.
Fenna maakt haar hand los en zegt: “Ga maar, het komt goed!”
Tante staat erop om haar peetkleindochter de jurk te schenken.

Twee maanden later is het zover. Ze gaan trouwen.
Tante Elisabeth geeft de bruid weg.
Het is een gezellige bruiloft, want Bart draagt met zijn zes broers en zusters en zijn vitale ouders een leuke familie aan. Betty’s familie bestaat uit tante Elisabeth, Fenna en Geurt, en Jesse met zijn vriend Clemens.
In de speech van vader Stevens, wordt Betty in het zonnetje gezet.
“Lieve Betty, mijn vrouw en ik zijn je eeuwig dankbaar dat je de vrijbuiter van de familie hebt weten te vangen. En Bart, zoon, we hebben er lang op moeten wachten, maar je hebt een prachtige vrouw weten te veroveren!”
Hij heft zijn glas. “Op het prachtige paar! Veel geluk!”
De dag vliegt te snel voorbij.
Na het eten, tijdens de livemuziek, trekken Bart en Betty zich terug in hun hotelkamer om zich klaar te maken voor de huwelijksreis.
Bart helpt Betty bij het ontdoen van haar bruidsjapon, een actie die het vertrek enigszins vertraagt, maar het vliegtuig wacht niet. Stiekem sluipen ze via de achteruitgang naar de auto en zodra ze vertrokken zijn, zal een trompettist met een signaal op zijn trompet aandacht vragen voor de stadsomroeper, die kond zal doen van het stille vertrek van het bruidspaar.

In de periode van de huwelijksreis heeft Jesse vakantie en is graag bereid tante zolang gezelschap te houden. Clemens komt vaak langs en schuift graag aan bij de eettafel.
Tante vindt het erg gezellig met de jongemannen.

Betty beleeft met Bart haar wondermooie reis naar Mexico.
Ze wandelen door kleurige straatjes en kopen cadeautjes voor de beide families.
Dit is iets nieuws voor Betty, ze had nooit geld voor zichzelf.
Bart voelt het als zijn voorrecht om Betty te helpen verdrietige herinneringen achter zich te laten en samen te bouwen aan een mooie toekomst, vol met splinternieuw geluk!

Assepoester heeft haar prins en ze leven nog lang en gelukkig.  


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *