Anno 1994
Saskia, mijn schoondochter, schoof achter het stuur van de vrachtwagen. Vandaag zouden we mijn moeder gaan verhuizen naar het verzorgingshuis in haar woonplaats, omdat het niet meer verantwoord was dat ze alleen in het grote huis bleef.
Vroeg in de morgen vertrokken we vanuit de Achterhoek richting Soestdijk, het dorp waar mijn moeder al ruim zeventig jaar woonde.
Eerder die week hadden we al van alles ingepakt en wat niet mee kon naar het tehuis hadden we naar de kringloop gebracht of naar de stort afgevoerd.
Voor mijn moeder was dat confronterend, omdat ze het liefste alles wilde houden, maar dat ging niet, daar was geen plaats voor.
Vandaag was het vrijdag, de dag van de verhuizing.
Bijna alles wat nog in haar huis stond moest mee naar haar nieuwe onderkomen.
Saskia en ik pakten en sjouwden alles de vrachtwagen in, behalve het ouderwetse eiken ledikant waar ze al die jaren in geslapen had.
Dat bed was bij de verzorging niet praktisch en nam teveel ruimte in.
In het appartement wachtte haar het pas aangeschafte senioren bed met bijpassend nachtkastje, dat we rechtstreeks op haar nieuwe adres hadden laten bezorgen.
Omdat mama dacht alles zelf te kunnen regelen en ons stevig voor de voeten liep, bracht ik haar naar de huiskamer van het tehuis, waar ze werd verwelkomd met een kopje thee en een praatje, wat mij de gelegenheid gaf er snel tussenuit te knijpen.
Nu konden we opschieten.
We hadden de kamer van tevoren laten stofferen met vloertapijt, vitrages en overgordijnen die mama zelf had mogen uitkiezen. Dat was het welkomstcadeau van de kinderen.
Over de verlichting hoefden we ons niet druk te maken. Er waren lampen van het huis aan de plafonds bevestigd. Wel zetten we voor de gezelligheid een paar schemerlampjes neer die ze thuis ook in de kamer had staan.
Samen met Saskia zette ik de linnenkast in elkaar en pakte hem in.
De tv zetten we op een tafeltje met een draaiplateau, zodat ze vanuit verschillende hoeken kon kijken. Daarbovenop kwamen de foto’s van haar drie jongste kleinkinderen te staan.
Toen de meubels op hun plaats stonden zette Saskia een meegebrachte roze met rood bloeiende azalea op tafel en de cake die ze voor oma had gebakken..
“Gezellig he Sas?” zei ik. “Hier zal ze het vast naar haar zin hebben.”
“Als jij koffie zet, zal ik oma dan ophalen?” bood Saskia aan.
Ik vulde de elektrische ketel en vond de thermoskan en de Melitta filter. Filterzakjes en koffie waren ruim voorradig.
Ik spoelde de kopjes af, droogde ze en zette bordjes klaar met een dikke plak cake op elk bordje.
Het vertrek geurde heerlijk naar koffie toen oma aan de arm van Saskia binnenstapte.
“Welkom in je nieuwe huisje, mam,” zei ik en gaf haar een knuffel.
Ze duwde me weg en zei: “Wat hebben jullie alles raar neergezet. Zo kan ik niks vinden.”
Ze wees op de televisie. “Die moet aan de andere kant staan!”
Ik had gehoopt dat dit niet zou gebeuren en dat ze haar kamer gezellig zou vinden.
“Luister mam, als we de televisie aan de andere kant zetten, dan kun je vanavond geen tv kijken, want daar zit geen aansluiting.”
Ik liep naar de hoek van de kamer en deed met mijn hand het gordijn opzij.
“Kom maar kijken, hier zit niks.”
“Wat ruikt het hier heerlijk naar verse koffie!” onderbrak Saskia tactvol.
“Ik vind dat we wel een kop koffie verdiend hebben na al dat harde werken, wat u oma?” knikte ze en leidde haar naar de tafel.
“Kijk eens wat ik voor u gebakken heb, een heerlijke verse cake. Gaat u maar lekker zitten en kijk rustig om u heen; dan drinken we koffie en daarna laten we zien waar uw spulletjes liggen, het is niet moeilijk.”
Mijn moeder had een zwak voor Saskia en knikte haar dankbaar toe. Toen keek ze mij aan en zei:
“Dat is een lieve meid!”
Na de koffie ging Saskia met mijn moeder de kamer rond en al babbelend wees ze waar oma haar spullen kon vinden. Kastdeuren gingen open en dicht…
Ze haalde een vel stickers uit de achterzak van haar spijkerbroek en opperde:
“Als u het gemakkelijker vindt met een geheugensteuntje, dan kan ik stickers op de kasten plakken, waarop staat wat erin zit. Maar…” ze drukte even haar arm. “Het is zo eenvoudig, dat ik haast zeker weet dat u het zo ook wel kunt vinden! U bent best een slimmerd!”
Ze gingen samen op de bank zitten.
“Wat zit die bank lekker, ik zou er zomaar een dutje op kunnen doen.”
“Kom op…. Jullie zijn nog jonge meiden!” lachte oma.
“Toen ik jong was…”
Ik onderbrak haar:
“Toen werd er niet gedut.. he mam?”
Ik stond op en waste de kopjes en de bordjes af.
Daarna werd het tijd om op te stappen.
“Mam, Saskia en ik moeten nu gaan. Straks komt er iemand om je op te halen voor het eten.
Dat gebeurt omdat je de weg nog niet weet.
Ondertussen kun je je nieuwe huis nog eens heel goed bekijken.
Vanavond bel ik je om te horen hoe het gegaan is en… of je lekker hebt gegeten. Goed?”
“Morgen is het zaterdag,” deed Saskia een duit in het zakje, “en dan komt Tilly, die vast heel benieuwd is naar uw nieuwe huisje.”
Tilly heeft tot nu toe bij mijn moeder gewoond.
Zij is mijn zusje en heeft het syndroom van Down.
Daarom mag ze niet bij mijn moeder in het verzorgingshuis wonen.
“Ze mag blijven slapen..,” vertelt ze treurig, “maar dat moet op een logeerkamer, heeft de directrice gezegd.”
“Nou, dat is toch niet zo erg, want ’s nachts slaap je..” bagatelliseerde ik die hobbel.
Onderweg werd er bijna niet gesproken.
Vijf kwartier later waren we thuis.
Die avond belde ik mijn moeder, maar ik kreeg geen gehoor.
Voor de zekerheid belde ik de verzorging en kreeg te horen dat ze uitgeput in slaap was gevallen.
Zodra Saskia en ik waren vertrokken ging ze de gang op en kon haar kamer niet meer terugvinden.
Nadat ze is een paar keer was teruggebracht, lieten ze haar maar lopen tot ze heel moe was en daarmee was het probleem voor de verzorging opgelost.
Ik vond het een rare manier van doen en besloot zondag nog eens naar Soestdijk te rijden.
Die zondag trof ik een aardige zuster, die mij vroeg of ik de dochter was van mevrouw van X. Ik antwoordde bevestigend en toen zei ze:
“Ik moet u iets leuks vertellen… Gisteravond had ik late dienst en om tien uur ging ik naar de kamer van uw moeder om Tilly op te halen en naar de logeerkamer te brengen.”
Ze grinnikte en schudde haar hoofd.
“Ik wou dat u het gezien had.
Ze lagen samen in het senioren bed, twee koppies op een kussen en op het nachtkastje stonden twee glazen, met in elk glas een kunstgebit en hun brillen lagen ernaast.
Ze snurkten allebei en ze lagen zo lekker te slapen dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om ze wakker te maken.”
Ik schoot in de lach.
“Echt waar? Ik wou dat ik het gezien had. Hoe gaat het nu met mijn moeder?”
“Wel, ik moet zeggen dat zij, nu uw zusje hier is, het naar haar zin heeft.
Uw zusje heeft blijkbaar een prima richtingsgevoel en hoewel dit huis voor haar ook nieuw is, weet ze alles te vinden.
Ze brengt uw moeder overal heen waar ze maar wil.
Het grappige is, dat ze de andere bewoners ook bijstaat.
Uw zusje is een heel lief empathisch vrouwtje.”
“Daarom is het zo jammer dat zij hier niet bij mijn moeder mag wonen,” verzuchte ik.
“Samen functioneren ze prima, maar apart hebben ze het moeilijk. Allebei, mijn zusje ook…” benadrukte ik nog eens.
“Helaas…hier ga ik niet over,”
“Nee, dat weet ik wel. Ik wil u in elk geval hartelijk bedanken dat u mij over hun eerste nacht hebt verteld. Dat is een mooi verhaal!”
Ik lachte haar vriendelijk toe en ging op zoek naar mijn moeder en zusje. Ze zaten in de koffiekamer, waar Tilly met de koekjes rondging.
Ik dronk gezellig een kopje koffie mee en ging toen naar mijn moeders kamer en knoopte een roze lint aan de deurknop, zodat ze haar kamer wat gemakkelijker kon herkennen.
Daarna ging ik naar huis.
Ik was gerustgesteld.


Geef een reactie