Kan ik vliegen of droom ik

Bij het wakker worden weet ik nooit zeker of ik heb gedroomd of dat ik echt heb gevlogen.
Ik ben acht jaar en als ik ga slapen, weet ik al dat ik mijn allermooiste droom ga beleven!
Het gebeurt heel vaak dat ik in mijn droom niet alleen maar slaap, maar wakker word in een ander leven, een andere wereld, gekleurd met een vleugje magie.
Die magie is er niet voor iedereen, alleen voor mij.
In mijn droomwereld zie ik gewone mensen uit de buurt op straat, die hun dingen doen, vanuit een nieuw perspectief.
Want in die droom kan ik vliegen.
Niet zoals een vogeltje of een bij, maar zoals superman!
Ik klauter op een gemetselde post, zo een als bij de ingang van onze tuin, waar de ijzeren hekken aan bevestigd zijn en dan wip ik op mijn tenen op en neer. Mijn handen druk ik in mijn taille met de duimen naar achteren en dan wiebel ik mijn schouders los.
Als ik even op mijn tenen gewiebeld heb, voel ik dat ik los kom van de paal en als ik opstijg, leg ik mijn armen gestrekt langs mijn lichaam.
Door het bewegen van mijn hoofd en schouders kan ik sturen en gas geven.
Ik vlieg altijd boven bekend terrein.
Zeilend rond boomtoppen en nu een dan naar beneden duikend  om mijn moeder te bespieden.
Het gekke is, dat mijn moeder mij kan zien als ik vlieg en verder niemand.

Op een keer zag ze me buiten langs het raam scheren en toen zette ze de deur open.
Ik dook naar binnen, waarna ze snel de deur achter mij dichtsloeg; ze probeerde mij te pakken, maar gelukkig hebben we hoge plafonds, zodat ze er niet bij kon; al graaiend en springend reikte zij naar mij, maar het lukte haar niet om mij te vangen.
“Ik krijg je heus wel!” riep ze.
“Met de ragebol haal ik je zo omlaag, wacht maar!”
“Vervelende meid…” mopperde ze terwijl ze naar de schuur ging om de ragebol te pakken.
Ik dook achter haar aan naar buiten en was weer vrij.
Van al dat rondjes vliegen was ik moe geworden en ik vloog naar mijn favoriete beukenboom en verstopte mij tussen het gebladerte, waardoor ik naar beneden gluurde.
“Hebben jullie mijn dochter gezien?” vroeg mijn moeder aan de mensen op straat; ze stond daar met de ragebol in haar vuist;
de mensen keken haar verbaasd aan, want zij konden mij immers niet zien.

Ik voelde mij veilig in de boom en mijn ogen vielen dicht…
Mijn laatste gedachte was: ik moet een flesje drinken en iets te lezen in deze boom leggen… en toen viel ik in slaap.

Ik ben vroeg wakker.
Mijn mooie vliegdroom zit nog vers in mijn hoofd.
Het is stil in huis; mijn vader en moeder en de broers slapen nog.
Mijn zusje slaapt bij mij op de kamer.
Haar donkere oogjes gluren wakker boven het dekbed uit.
“St..” Met mijn vinger op mijn lippen lach ik samenzweerderig tegen haar.
“Niet mama roepen, ik ben zo terug.”
Met mijn broek en mijn shirt onder mijn arm sluip ik naar beneden.
Ik kleed mij snel aan en nu iedereen nog slaapt, is dit mijn kans om uit te vinden of ik echt kan vliegen of niet.
Ik pak een trapje uit de schuur en zet het voor de gemetselde post, aan de kant van de brievenbus.
Ik klim er op en ontdek dat het hoger en enger is dan in mijn droom.
De bovenkant van de post is niet vlak, maar aangesmeerd met cement met een stompe punt in het midden.
Ik moet doorzetten, anders kom ik nooit te weten of ik echt kan vliegen.
Mijn trillende knieën wankel ik tot ik bijna recht sta.
Met moeite hervat ik mijn evenwicht.
“Ik kan het! Ik kan het!” pep ik mijzelf op.
Eindelijk sta ik goed, met mijn hielen vlak bij elkaar en mijn tenen iets naar buiten.
“Yes!” Vastbesloten plaats ik mijn handen om mijn middel en schud behoedzaam, om niet te vallen, mijn ellebogen en schouders los.
Daarna laat ik mijn armen omlaag zakken en schud mijn handen.
Nu ben ik klaar voor de laatste stap; nu komt het erop aan!

Voorzichtig span ik mijn spieren en dwing mijzelf op mijn tenen.
Even trillen mijn knieën en dan gaat het goed.
Ik wip een paar keer op en neer maar voel mijzelf niet loskomen.
Zonder er verder bij na te denken werp ik mij naar voren en…  maak een nare smak.
Gelukkig heb ik in een reflex mijn handen uitgestoken, waardoor de zichtbare schade aan mijn gezicht beperkt blijft.
Mijn knieën zijn door de broek gegaan en zien er bloederig uit en mijn handen zijn pijnlijk geschaafd.
Verbijsterd en teleurgesteld in mijn bedrieglijke droom kom ik overeind.

Mijn zusje heeft toch om mama geroepen en toen mijn moeder zag dat ik niet in bed lag, riep ze mijn vader.
Op het moment dat ik dacht te gaan ‘vliegen’ kwam mijn vader naar buiten gestormd, net te laat om mij op te vangen.
Hij tilt mij op en fluistert: “Dochter dochter…zeg maar niks; het komt allemaal goed.”

“Wat mankeert die meid!” roept mijn moeder.
“Volgens mij was ze aan het slaapwandelen,” zegt mijn vader.
Daarmee is mijn moeder uitgepraat.
Mijn vader verbindt mijn handen en knieën en ik mag een dagje thuis blijven.

Na het ontbijt gaat mijn moeder boodschappen doen.
Dat vindt mijn vader het geschikte ogenblik om het met mij over mijn avontuur te hebben.
“Wat gebeurde er nou? Je dook zomaar van die paal af!
Vertel het me maar, ik word niet boos.”
Mijn ogen vullen zich met tranen.
“Ik droom heel vaak dat ik kan vliegen en in mijn droom weet ik precies hoe dat moet! Ik heb alles goed gedaan en nu heb ik niet gevlogen!”
“Zo… dat is nogal wat…” Hij kijkt me nadenkend aan.
“In mijn droom vlieg ik net als superman!”
“Je bent mijn bijzondere dochter,” zegt hij dan.
“Je bent ook dapper!
Later, als je groot bent, word je misschien wel wetenschapper, want je bent bereid om nieuwe dingen uit te testen.”
“Kunnen wetenschappers vliegen?”
“Wetenschappers vliegen in een vliegtuig. Die springen niet van hoge posten!
Stel je voor dat je droomt dat je van de watertoren moet springen om te kunnen vliegen. Dan zie je toch wel in hoe gevaarlijk dat is . Je weet best dat dat niet kan.”
“Dat weet ik ook wel; ik wil wel blijven dromen over vliegen en dan droom ik er wel een vliegtuig bij.”
Mijn vader schiet in de lach.
“Ik moet aan het werk,” zegt hij.
“Kom maar bij mij aan het bureau zitten, dan kun je schrijven of een mooie tekening maken… Een verhaal met een vliegtuig misschien?”

Vreemd genoeg droomde ik daarna in geen weken meer over het vliegen.
Toen ik er allang niet meer aan dacht, werd ik wakker en wist:
Ik heb weer gedroomd dat ik kon vliegen.
Ik droomde er inderdaad een vliegtuig bij, een heel kleintje, waar ik alleen in kon zitten.
Hoe hij opstijgt, heb ik nog steeds niet gedroomd, maar als hij landt, vliegt hij tussen twee grote bomen door.
In die bomen hangen lange blauwe en gele linten en als ik moet landen dan draaien die linten zich razendsnel om de vleugels van het vliegtuig en dan schommelt hij even en hangt dan stil.
Dan laat ik een laddertje zakken en klim eruit.

Zodra ik gedroomd heb hoe hij opstijgt, hoort u het


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *