Het mobieltje van mama

Siem is vijf jaar.
Hij mag thuisblijven van school omdat hij een beetje ziek is; hij heeft verhoging en hoofdpijn.
Elly, zijn mama, heeft beloofd dat ze samen gaan spelen; maar ze zit de hele tijd op haar telefoon.

Als hij, door haar arm heen en weer te zwengelen, haar aandacht probeert te trekken, maakt ze geïrriteerd een afwerende beweging en zet de televisie aan.
Siem wil helemaal geen tv kijken, hij wil met mama een garage maken van een grote kartonnen doos, waar al zijn autootjes in passen. Dat heeft ze beloofd.

Na een hele poos is ze klaar en legt de telefoon op tafel.
“Ik kom zo,” zegt ze tegen Siem en verdwijnt naar de badkamer.

Gelijk begint de telefoon weer te bellen.
Siem kijkt even naar de deur, die is dicht.
Dan neemt hij op: “Hallo?”
Het is weer de vriendin van mama, Isa.
“Ben jij het Siem?” vraagt ze.
“Ja,” knikt Siem.
“Is je mama daar nog? Wil je haar even geven?”
“Mama is weg.” zegt Siem.
“Waar is ze dan?” wil Isa weten.
“Weet ik niet,” zegt Siem en drukt haar weg.
Hij klimt op de stoel bij de tafel en begint zijn autootjes uit te stallen.
Hij maakt motorgeluiden terwijl hij ze in de richting van de doos rijdt waarvan ze straks de garage gaan maken.

Eindelijk komt mama tevoorschijn.
“Gaan we nu de garage maken?” vraagt hij.

Voor zij antwoord kan geven rinkelt de telefoon opnieuw.
Elly kijkt op het schermpje en zegt: “Deze moet ik even nemen.”
Terwijl ze de kamer uitloopt hoort hij haar zeggen: ”Isa, vertel… gaat het door?”
Hij hoort haar lachen…

Siem wordt boos.
Hij veegt met zijn arm over de tafel en alle autootjes vallen op de grond. Hij gaat ertussen zitten en gooit ze een voor een tegen de deur.

Mama komt op het lawaai af en op het moment dat ze de deur open doet, wordt ze door een autootje geraakt.
“Au..! Ik bel je zo terug..” zegt ze tegen Isa.

Ze stapt op Siem toe en trekt hem aan zijn arm omhoog.
“Ga jij maar een tijdje naar je kamer om af te koelen.”
Ze duwt hem voor zich uit de trap op en sluit de deur achter hem.

Beneden aangekomen wacht haar een verrassing, want haar moeder
Bea staat in de keuken met iets lekkers voor bij de koffie en een speeltje voor de zieke.
Ze geeft haar dochter een knuffel en vraagt:
“Hoe gaat het met Siem? Is hij weer wat opgeknapt?”

“Ik heb hem even op zijn kamer gezet, want hij was met autootjes aan het gooien.”
Nu pas kijkt ze naar haar been waar een klein beetje bloed op zit.
“Ik kwam binnen en werd gelijk bekogeld,” overdrijft ze.

“Ach, dat is niks voor Siem,” neemt oma het gelijk op voor haar kleinzoon.
“Waarom doet hij dat? Heb je dat aan hem gevraagd?”
“Nee, ik heb hem op zijn kamer gezet, want hij moet weten dat hij niet zomaar met autootjes mag gaan gooien als hij zijn zin niet krijgt.”
“Hoezo zijn zin niet krijgt… wat wil hij dan?”

Dit is het moment dat Elly zich realiseert dat ze Siem, ondanks haar belofte, al de hele morgen in de wacht heeft gezet.
Dan nog, houdt ze zich voor, hoeft hij geen speelgoed naar haar te gooien.

“Ik heb hem beloofd dat we van die doos, ze knikt naar de grote doos, een garage gaan maken, waar al zijn autootjes in kunnen.”
Het komt er een beetje bokkig uit.

Bea kijkt op haar horloge.
“Het is kwart over elf,” zegt ze. “Je bent nog niet erg opgeschoten he?”
Ze schudt haar hoofd.
“Bekijk het eens van zijn kant. Gisteravond, toen hij niet lekker was heb je hem beloofd vandaag bij hem te blijven en wat leuks met hem te gaan doen. Dat is zo, daar was ik bij. Waarom doe je dat niet?”
“Soms komt er wat tussen.”

Elly’s telefoon gaat weer. Ze kijkt met een scheef oog naar haar moeder, die haar aankijkt en veelzeggend haar schouders ophaalt.
Elly neemt op: “Isa, ik bel je later terug, ik heb bezoek.”

“Juist!” zegt Bea, “als jij Siem ophaalt, dan zet ik koffie, goed?”

Even later komt Elly met Siem naar beneden.
Oma haalt een pakje uit haar tas en Siem, die nog niet helemaal uit zijn verongelijkte modus is, rukt het papier eraf.
Als hij het doosje in zijn hand houdt met alweer een autootje, vergeet hij op slag zijn verdriet:
“Oh… deze wilde ik zo graag!”
Hij springt op en slaat zijn armen om oma heen.
Bea bukt zich, tilt hem op en knuffelt hem.
Koffiegeur vult de keuken.
Bea vult de bekers en kijkt vragend naar Siem..
“Wil jij thee met melk?”
“Nee, ik wil cola!”
“Hebben we niet,” zegt zijn moeder.
“Oké, doe dan maar thee,” klinkt het gelaten.
Met een volgeladen dienblad gaan ze naar de kamer.

Dan gaat de telefoon weer.
Elly neemt op en sluit de kamerdeur zachtjes achter zich.
“Dat is stomme Isa!” zegt Siem.
“Siem, wil je mama even geven?” speelt hij haar na.

Tegen oma fluistert hij: “Isa… die belt wel zes of honderd keer..
Ik vind Isa niet leuk! Ze wil de hele tijd met mama praten.”

Oma legt een plak van de vers gebakken kruidkoek op een bordje en geeft het aan Siem.
“Oma, zit Isa ook in jouw telefoon?”
“Nee, en dat gaat ook niet gebeuren!”
Samenzweerderig lachen ze met elkaar, waarbij Siem zijn schouders hoog optrekt.

“Zal ik je voorlezen Siem? Totdat mama klaar is?” vraagt oma.
Voorlezen vindt Siem altijd fijn.
Even later komt hij met een boek dat gaat over de avonturen van Winnie de Poeh.
Oma laat zich in een grote gemakkelijke stoel zakken en Siem kruipt bij haar op haar schoot.

Als het verhaal uit is, is mama nog steeds aan het bellen.
Daarom kiezen ze samen nog een verhaal over het hertje Bambi.
Als oma het verhaaltje uit heeft, ligt Siem lekker tegen haar aan te slapen. Dat komt omdat hij ziek is.
Oma legt haar hand tegen zijn voorhoofd en voelt dat hij weer koorts heeft gekregen.
Er staat een bank in de kamer, waar hij lekker op kan liggen…
Oma staat op met Siem die gewoon doorslaapt met zijn hoofd op haar schouder en gaat Elly zoeken. Ze zit aan de bar in de keuken waar ze het gezellig heeft met Isa aan de telefoon.

Oma onderbreekt het gesprek en vraagt:
“Wil je een kussen en een dekentje pakken voor Siem?
Hij heeft weer koorts.”
“Isa, ik moet even wat doen, ik bel je zo terug.” zegt ze.

Bea weet dat ze zich niet met de opvoeding van haar kleinzoon mag bemoeien, maar hij is ziek en dan moet er op hem gelet worden.
Hij is nog maar vijf jaar en als hij ziek is heeft hij zijn moeder nodig.

Elly maakt een bedje op de bank en Bea legt hem voorzichtig neer. Siem wordt er niet wakker van.

“Ben jij nog even hier?” vraagt Elly aan haar moeder.

“Ik heb nog een paar dingetjes te bespreken met Isa.”
“Nee Elly, ik ga nu naar huis; hou Siem goed in de gaten, want de koorts kan bij een kind heel snel oplopen; en zorg ervoor dat hij genoeg drinkt!”

Bea trekt haar jas aan en belooft bereikbaar te blijven voor het geval er iets is. Ze woont niet ver.

Rond vier uur belt Elly.
Siem heeft de hele tijd lekker liggen slapen, maar nu heeft hij opeens veertig graden koorts en brabbelt wartaal.

“Ik kom. Waarschuw de huisarts en vraag of wij nu kunnen komen.”
Bea pakt haar jas en de sleutels van de auto.

Even later kijkt ze neer op het doodzieke jochie. Siem wordt in de deken gewikkeld en Elly stapt achterin de auto van haar moeder met haar kind in haar armen.

Gelukkig is de arts thuis en ze onderzoekt Siem. Ze wil weten hoe lang hij al klaagt over hoofdpijn en of hij soms gevallen is en of hij eerder ook koorts heeft gehad.

“Gisteren had hij koorts en vanmorgen leek hij een stuk beter,” zegt Elly.
“Maar vanmiddag liep de temperatuur opeens hoog op.”

De arts knikt.
“Ik zal contact opnemen met het ziekenhuis en ik wil dat u daar nu rechtstreeks naartoe gaat.
Uw afspraak is bij dr. Gerards, dat is de kinderarts.
Hij zal Siem onderzoeken en u hoort van hem of hij eventueel moet blijven.”

Bea knikt, zij had zoiets wel verwacht en ze zegt tegen Elly:
“Het is nooit fijn als je met je kind naar het ziekenhuis moet, maar hij krijgt nu in ieder geval de beste zorg.”

In het ziekenhuis worden ze opgevangen en gelijk naar een aparte kamer gebracht.
De arts is een vriendelijke man die op zijn beurt ook enkele vragen stelt en vervolgens een verpleegkundige instructies geeft.

Siem wordt in bed gelegd en krijgt een infuus in.
Hij is zo ziek dat hij helemaal niet huilt.
Daarna zal hij een ruggenprik krijgen om te kijken of hij misschien hersenvliesontsteking heeft.
Na twee uur krijgen ze daar de uitslag van.

Als de onderzoeken achter de rug zijn krijgen ze te horen dat de kinderarts hem de komende nacht in observatie wil houden.
Het is het beste dat zijn moeder bij hem blijft zodat hij niet alleen in een vreemde omgeving is.

Bea rijdt naar Elly’s huis om wat spulletjes voor haar bij elkaar te zoeken.
Haar telefoon ligt ook nog thuis; die zal ze meenemen, zodat Elly haar kan bereiken als het nodig is.
Dan gaat Elly’s telefoon. Bea kijkt: Isa!
“Dag Isa,” zegt ze. “Elly is niet thuis, ze is bij haar zoontje Siem in het ziekenhuis. Hij is erg ziek en het is beter dat je nu niet meer belt.
Als het weer kan, dan belt Elly jou wel.”
Ze drukt Isa weg en zet gelijk het geluid uit.
Ze brengt Elly’s tas naar de afdeling, maar mag niet de kamer binnen.

Door het glas ziet ze dat het ventje nu rustig ligt te slapen..
Elly komt naar de gang.
“Heb je de uitslag al van de ruggenprik?” vraagt haar moeder.
“Nee, nog niet.”
“Stuur je me een appje als de uitslag er is?”
Elly knikt.
“Je telefoon heb ik op stil gezet, want Isa belde weer. Ik heb haar uitgelegd dat ze niet meer moet bellen en dat jij wel belt als het weer kan. Is dat goed?”

“Ja, dank je wel!”
Ze omhelzen elkaar en Bea gaat naar huis.

De volgende ochtend zit Siem rechtop in zijn bed.
Hij weet helemaal niet meer dat mama hem met oma naar het ziekenhuis heeft gebracht.
De uitslag van de ruggenprik is goed, geen nare ziekte dus.

Daarom mag Siem straks mee naar huis.

Thuis heeft oma de kamer versierd met ballonnen en dat is feestelijk thuiskomen.

Vandaag gaat mama met Siem de garage maken.
Behalve de doos is er een schaar nodig, stevig gekleurd papier, lijm…
Het wordt een mooie garage en Siem is er heel blij mee.

Mama laat de telefoon een tijdje met rust en dat vind Siem stiekem nog het allerfijnste…


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *