Onverwacht

 Anno 2026 

“Eddy, doe even open! Hoor je niet dat de bel gaat?” 
“Jij bent er toch?”  
Geïrriteerd draait Nan het gas laag. 
Op de stoep staat een jong meisje, dat haar vaag bekend voorkomt. Ze houdt een opgerolde jas tegen haar borst en kijkt haar smekend aan. 
Het water druipt van haar af en rond haar voeten vormt zich een plasje. Ze rilt van de kou.  
Het overrompelt Nan: “Kom gauw binnen meisje; blijf even op de mat staan, dan pak ik een handdoek.” 
Nan geeft haar de handdoek en het meisje reikt voorzichtig haar jas aan.  
“Daar zit een poesje in,” licht ze toe.  
Nan vouwt de jas open en ziet een rood met wit katje dat zo te zien ook in het water heeft gelegen.  
Het meisje dept het ergste nat van zich af en wil het poesje terugpakken. Nan schudt haar hoofd. 
“Doe die natte schoenen maar uit en droog je voeten af.” 
Het meisje doet wat haar gezegd wordt en steekt haar handen opnieuw uit naar het katje. 
Nan geeft het haar en vraagt vriendelijk:  
“Ik heb jou wel vaker gezien; kom je hier uit de buurt?” 
“Ik woon in de volgende wijk, naast de kerk. Hier breng ik altijd folders rond.” 
“Oh… vandaar. Ik heet Nan… en wie ben jij?”  
“Nova…”  
“Nova… mooie naam.” knikt ze  
“Kom maar mee naar de badkamer, Nova, dan zoek ik droge kleren voor jou. Want je moet niet ziek worden.” 
Ze draait de badkraan open en voegt een scheut geurig badschuim toe…  
“Als je wilt, mag je in bad, daar word je lekker warm van. Maar het hoeft niet als je dat liever niet doet.” 
Het meisje kijkt nieuwgierig om zich heen.  
De badkamer is mooi en ruim; ze heeft nog nooit in zo’n bad gezeten.  
Even later verschijnt Nan met een arm vol kledingstukken, waarvan ze denkt dat ze Nova zullen passen. Ze heeft aan alles gedacht, zelfs aan schoenen. 
“Nova, als je aangekleed bent, gaan we je moeder bellen om te vertellen dat je hier bent.  
Ze moet zich niet ongerust maken, toch?” 

Al babbelend spreidt ze de kleding uit over de toilettafel: “Kijk eens Nova. Zit er iets voor je bij? Het is kleding waar onze dochter Raya is uitgegroeid. Ik denk dat deze maat voor jou wel goed is.” 
Nan draait de kraan dicht en controleert de temperatuur van het water.  
Ze pakt een paar schone handdoeken en legt ze naast het bad op het handdoekenrek. 
Nova gaat nog steeds met haar hand door de kleding, terwijl ze met de andere hand het poesje tegen zich aanhoudt.  
“Zal ik het poesje van je overnemen?” biedt Nan aan. “Dan zal ik haar verzorgen en iets te eten geven.” 
Eindelijk kijkt het meisje haar aan en begint te spreken: “Hij wilde het poesje verdrinken…”  
“Wat?” Nan is ontzet! 
“Wie wilde dat?” 
“Onze buurman. Hij háát katten.” 
“Kind toch… en heb jij haar gered?” 
“Ik zag dat hij haar in een plastic zak stopte en in de singel gooide. De zak bewoog en bleef een beetje drijven. Toen ben ik het water in gegaan en heb de zak gepakt.” 
“Je bent een lieve dappere meid!” zegt Nan en steekt nogmaals haar handen uit. Vind je het goed dat ik voor het poesje zorg terwijl jij je omkleedt?”  
Nova geeft haar de jas aan met het poesje erin. 
Dan laat Nan haar alleen. 

Eddy, die niet door heeft dat er iets aan de hand is, moppert:   
“Wat is dat toch allemaal… wanneer gaan we eten?”  
Nan laat hem het katje zien. “Kijk toch eens…het is nog een heel jong ding; ze is vast niet ouder dan een week of vijf. Is ze niet schattig met haar ronde blauwe oogjes?” 
Eddy vergeet op slag zijn trek in eten en steekt zijn handen uit: “Kom maar bij Eddy, poesje, dan gaat mama Nan wat lekkers voor je maken.” 

Nova wil heel graag in bad en van Nan mag het…  
Ze doet de deur op slot en trekt haar natte spullen uit.  
Dan stapt ze in het bad. Het water is heerlijk warm.  
Ze gaat liggen en speelt wat met het schuim dat op het water ligt. Dan glijdt ze met haar hoofd onder water en spoelt haar haren schoon. 

Een kwartier later klinkt er een schuchter klopje op de deur en gluurt Nova om het hoekje.  
“Kom maar binnen Nova,” zegt Eddy.  
Hij zit op de bank met een fleecedekentje op schoot, waarop het katje heerlijk ligt te slapen. 
Met zijn hand klopt hij naast zich.  
Verlegen komt Nova dichterbij en gaat op het randje van de bank zitten. 
“Schuif maar een beetje naar achteren, dan zal ik jou het poesje geven.”  
Nova doet wat haar gezegd wordt en krijgt het beestje aangereikt. 
Voorzichtig streelt ze het donzige lijfje.  
“Wat is ze mooi geworden! Heeft Nan dat gedaan?” 
“Nee, dat is het werk van Eddy, onze grote dierenvriend!” zegt Nan die juist binnenkomt. 
“Hoe gaat het Nova, heb je het warm genoeg? Want zo vroeg in maart al de singel in duiken is een koud pretje.” doet ze luchtig.  
“Het gaat wel. Als ik nog eens zie dat hij een poesje gaat verdrinken, spring ik er weer in!” meldt ze vastbesloten. 
“Mooi!” zegt Eddy, “Zo mag ik het horen!” 
“Zullen we nu eerst je moeder even bellen?” vraagt Nan, “Ze weet vast niet waar je blijft.”  
Ze vist haar mobiel uit haar broekzak. 
“Mijn moeder is er niet, want na het werk gaat ze naar oma toe. Mijn oma is ziek.” 
“En je vader dan?”  
“Nee. Wij zijn samen, mama en ik.” 
“Oké meisje…” knikt Nan. “Hoe zou je het vinden om met ons mee te eten? Ik heb het bijna klaar en er is genoeg.” 
“Echt waar?” 
“Ja… echt waar!” 
“Goed.” 
Nan strijkt over het natte warrige haar.  
“Zal ik je haar uitborstelen? We spuiten er een beetje ontklitter in en dan doet het geen pijn als we de knopen eruit halen. Kom maar mee.” 
Het poesje gaat weer naar Eddy en Nova volgt Nan naar de badkamer.  
Haar natte kleding ligt over de vloer verspreid. 
Nan laat het bad leeglopen en stopt de natte spullen in de wasmachine.   
Terwijl ze Nova’s haar ontknoopt begint het meisje te kwebbelen. Ze is elf jaar en zit in groep acht.  
Haar moeder heet Esther. Oma Lydia is de moeder van papa, maar over hem weet ze weinig, alleen wat haar verteld is en wat ze op foto’s heeft gezien. 

In de keuken valt het Nan op hoe handig Nova is.  
Ze vindt het leuk om mee te helpen en dekt de tafel.   
Tijdens het eten komt ze helemaal los, waardoor Nan en Eddy steeds meer zicht krijgen op de moeilijke omstandigheden waarin Nova en haar moeder zich staande moeten houden. 

Eddy en Nan kijken elkaar veelbetekenend aan.  
Nan weet dat haar Eddy zich soms als een brombeer gedraagt, maar hij heeft een hart van goud. 
Met veel tact peutert hij het mobiele nummer van Esther los bij Nova. Dat het meisje haar nummer niet aan iedereen mag geven, begrijpen ze.  
Eddy zal haar moeder een whatsappje sturen en vragen of ze straks hier, bij hen, Nova komt ophalen. 
Ze maken zich zorgen over haar, omdat ze die buurman, die zomaar poesjes vermoordt, niet in de buurt van een jong meisje vertrouwen. 

Om kwart voor acht gaat de bel.  
Er staat een vrouw voor de deur.  
De gelijkenis met Nova is onmiskenbaar. 
“Jij moet Esther zijn,” glimlacht Nan en nodigt haar binnen. 
Esther kijkt verbaasd als ze haar dochter aantreft in vreemde kleding.  
Nova merkt het niet en vliegt haar moeder om de hals.  
Ze begint gelijk te vertellen over de gemene buurman die het poesje wilde vermoorden. 
“Toen ik het water in ging, riep hij dat het goed was als ik ook zou verzuipen…” vertelt ze. “En toen liep hij weg. En toen durfde ik niet naar huis, want ik was bang dat hij het poesje zou afpakken en dat hij het nog eens zou doen.” Ze zucht eens diep. “Toen heb ik hier aangebeld. Nan zei dat ik binnen moest komen. En toen mocht ik in een bad met schuim en Nan heeft kleren die mij passen, kijk maar!”  
Esther is er stil van. 
Dan troont ze haar moeder mee naar het provisorische mandje waarin het poesje ligt te slapen.  
“Ze heeft zulke schattige blauwe oogjes, mama…” 
En dan komt de grote vraag: “Mag ik haar houden?” 
Nan ziet aan Esther dat ze die vraag al had verwacht.  
Ze is oprecht verdrietig dat ze moet weigeren.  
“Lieve schat, ik zou willen dat het kon. Het is een snoezig beestje. Maar dat kunnen we niet betalen…” 
Eddy onderbreekt het gesprek.  
“Nova, hoe zou jij het vinden als het poesje bij ons blijft en dan mag jij zo vaak je maar wilt op bezoek komen.  
Jij mag het poesje een naam geven en, wat héél belangrijk is, dan is het poesje veilig voor die nare buurman.”  
Hij kijkt van Nova naar Esther en weer terug.  
“Nou, wat zeggen jullie daarvan?” 
“Mag ik dan ook helpen?” vraagt Nova.  
“Jaja… dat moet zelfs. Als jouw moeder het goed vindt, ga je mee poezenspulletjes uitzoeken. En je moet ook mee naar de dierenarts. Met dat alles heb ik heus hulp nodig!” zegt hij terwijl hij Esther aankijkt en een knipoog geeft. 
“Mag dat mam?” Tegen haar smekende blik is Esther niet opgewassen.  
Ze kijkt van Eddy naar Nan en weer terug.  
“Weten jullie zeker dat jullie dit willen en kunnen? Hebben jullie geen baan of zo?” 
“Wij werken allebei. Nan werkt in het ziekenhuis en draait veel nachtdiensten en ik werk doorgaans thuis. 
Als ik op reis moet, dat gebeurt niet vaak en ik ga meestal niet langer dan drie dagen, dan hopen wij dat jullie Nan willen helpen met het poesje.”  
“Denk er maar rustig over na.” raadt Nan. “Dan ga ik koffiezetten. Wil jij ook koffie Esther?  
En wat wil Nova? Ik kan warme chocolademelk voor je maken, of wil je liever iets fris?”  

Als Esther met haar dochter is vertrokken, kijken Eddy en Nan elkaar aan.  
“Wat zijn wij toch gelukkig dat wij gezond zijn en dat we elkaar hebben en dat onze Raya het zo goed doet.” 
Raya volgt de voetsporen van haar moeder en studeert medicijnen. 
Peinzend zegt Eddy: “Het kan wel een jaar of zeven acht geleden zijn dat ik eens gelezen heb over een man die vermist is geraakt. Volgens mij was hij archeoloog. Ik wilde Esther er niet gelijk mee overvallen, maar ik denk zeker te weten dat hij de man van Esther is of was… 
Ik kan zo gauw niet op zijn naam komen.” 
Nan kijkt hem nadenkend aan. 
“Om te beginnen moeten we contact blijven houden.  
Voor een lief meisje zoals Nova is het heel belangrijk dat ze een onderkomen heeft als haar moeder moet werken; en jou kennende denk jij er net zo over als ik.” 
“Absoluut! Wij zitten op één lijn. We geven zo vaak aan goede doelen en nu is er een goed doel vlak onder onze neus en we hadden er geen weet van.” 
“Dat is wel zo Eddy, maar pas op dat je niet te hard van stapel loopt. Mensen die zonder geld zitten, hebben nog wel hun trots. We moeten ze niet beledigen door gelijk met geld te gaan strooien.” 
“Nee, met iets goeds bedoel ik echt iets doen; niet iets afkopen omdat dat gemakkelijk is.”  
“Die vermiste man waar jij het over had… jij hebt zoveel contacten… 
Stel je voor dat je uit kunt vinden of hij nog leeft…”  
Eddy staat op. “Eerst moet ik te weten komen wie die vermiste man is en daarna zoeken wij uit of het de vader van Nova is. We leven in onrustige tijden. 
 
De weken verstrijken terwijl de levens van de twee families steeds meer met elkaar verweven raken. 
Eddy en Nan hebben oma Lydia ontmoet en toen Raya haar vriend Herman kwam voorstellen, waren oma Lydia, Nova en Esther ook van de partij. 
Deze verbondenheid maakt het voor Eddy gemakkelijker om nu en dan bij Lydia langs te gaan. 
Daarmee is ook Esther geholpen; dan hoeft ze niet meer voor elk wissewasje op te draven. 
Bij zijn laatste bezoek overloopt Lydia hem terwijl hij met een foto van haar zoon in zijn handen staat. 
Hij glimlacht tegen haar en zegt: “Dit is vast je zoon, hij heeft jouw ogen!” 
Gelaten knikt zij en slaakt een diepe zucht: “Ja, dat is David, mijn zoon. Hij is de vader van Nova.” 
“Ja, dat zie ik,” zei Eddy, “Ik herken de neus!” 
“Ja… de vorm is gelijk, maar het neusje van Nova is wat kleiner, meer een damesmodel.”  
Er kan een flauw glimlachje af. 
“Mag ik je wat vragen over je zoon, Lydia?” 
De oudere vrouw kijkt hem aan en weet niet wat te antwoorden. Toen haar zoon pas verdwenen was, moest ze telkens opnieuw vragen beantwoorden. Nare vragen over handel in wapens en drugs. Ze dachten dat zij wist waar David zat ondergedoken, en lieten haar voelen dat ze weinig geloof hechtten aan hetgeen ze hun vertelde…  
Daarom beantwoordt zij zijn vraag met een wedervraag. 
“Waarom Eddy? Wat is jouw belang hierin?” 
Dat is een diepe vraag. Ze laat zich niet meer van alles ontfutselen om vervolgens voor leugenaarster te worden uitgemaakt.  
Haar reactie verbaast hem niet.  
Hij is in overheidsdienst in een functie waarover hij nooit mag en zal uitweiden; zijn dekmantel is het kantoor aan huis, waar hij als ZZP’er een adviesbureau runt.  
Voor zijn werk heeft hij honderden mensen ondervraagd, stuk voor stuk bijzondere gevallen, waarbij hij het vertrouwen van de ondervraagde moest winnen. 
Deze vrouw zal hem weinig moeite kosten. 

“Lydia, ik heb een groot zakelijk netwerk.” begint hij. 
“Ik heb een adviesbureau en adviseer bedrijven en organisaties bij hun ontplooiing in het buitenland. 
Ik meen jaren geleden iets over jouw zoon te hebben gelezen. Omdat ik overal contacten heb, lukt het soms iemand op te sporen die gedurende langere tijd is vermist of ontvoerd.” 
Hij kijkt haar ernstig aan. 
“Wat is er met je zoon gebeurd? Wanneer en waar vandaan heeft hij voor het laatst contact met jou opgenomen?” 
Lydia kijkt hem aan. Er gaat van alles door haar heen. Deze benadering is heel anders dan ze eerder van de politie en andere onderzoekers heeft ondervonden.  
Voor ze iets prijsgeeft wil ze weten hoe Eddy erin staat: “Wees eerlijk Eddy, denk je dat hij een crimineel is, dat hij in drugs of wapens handelt of dat hij iets anders doet dat minder fraai staat op zijn cv?” 
“Nee, ik denk helemaal niets en laten we alsjeblieft geen aannames doen! Dat vraagt om misverstanden en erger.” 
Daar is ze het mee eens, want dat heeft ze bij herhaling ondervonden.  
“Lydia, het is een keuze. Je hoeft mij niets te vertellen. Als dat jouw keuze is, val ik je niet meer lastig. 
Maar… als jij twijfelt of ook maar énige hoop koestert dat jouw jongen nog in leven is, dan kùn je ervoor kiezen mij te vertrouwen.” 
Eddy geeft haar de foto in handen.  
“Denk er maar over, ik wil morgen je antwoord.” 
Hij loopt naar de deur. 
“Ik kan niets garanderen. Ik kan alleen beloven dat ik mijn uiterste best voor je zal doen.” 
Hij knikt haar toe: “Ik kom er wel uit!” 

Dit is zijn tactiek. Niet oeverloos argumenteren maar zeggen waar het op staat. Dan een keuzemoment neerleggen en vertrekken. 

Thuisgekomen gaat hij naar zijn kantoor.  
Hij heeft de foto van David gekopieerd met zijn telefoon en zet hem op een zoekprogramma.  
Het duurt niet lang. Hij staat geregistreerd als David Buvé, archeoloog. Hij is nog steeds vermist.  
Het vermoeden bestaat dat hij in de goudhandel zit.  
Er staat niets bij over wapens of drugs.  
Eddy laat het even hierbij. Morgen hoort hij van Lydia of ze zijn hulp wil.  

Nan is thuis.  
Poes ligt in de vensterbank te slapen.  
Nova heeft een paar dagen heel hard nagedacht over een naam voor de poes en bedacht toen dat ze niet wist of het een moeder- of vaderpoes zou worden.  
Daarom heet de poes Poes, dat is voor beide soorten passend.  
Eddy kijkt om zich heen. “Is Nova er niet?” 
“Nee, ik heb haar nog niet gezien.” 
Hij pakt zijn telefoon. “Kijk, dit is David Buvé. Hij is de vader van Nova. Ik was bij Lydia en zag de foto. 
Morgen hoor ik of ze mijn hulp wil. Als dat zo is, kan ze misschien vertellen vanwaar hij verdwenen is. Dat maakt het zoeken eenvoudiger. Zo niet, dan zijn er een aantal landen die in aanmerking komen.” 
“Denk je dat hij nog in leven is?” 
“Er is veel mogelijk. Zolang zijn lichaam niet is gevonden, is er een kans dat hij nog leeft. Omdat er nooit om losgeld is gevraagd, heb ik het vermoeden dat hij of als ruilmiddel achter de hand wordt gehouden of dat hij gedwongen wordt wetenschappelijk onderzoek te doen…” 
Eddy kijkt op zijn horloge.  
“Zet jij koffie dan ga ik kijken waar Nova blijft. Vanmiddag na schooltijd zou ze hierheen komen.” 
Hij pakt de fiets van Nan die nog buiten staat en sjeest naar de volgende wijk. 
Hij drukt op de bel en haast zich daarna achterom. 
Daar vindt hij Nova, met een doos met vier poesjes erin, die ze bij de buurman heeft weggenomen. 
Eddy pakt de doos op en zet hem op de bagagedrager. 
“Kom Nova, we moeten gaan!” 
Met grote stappen gaat het op huis aan. Nova komt op een holletje achter hem aan en even later heeft hij Nova en de poesjes veilig bij hem thuis. 
Nova heeft een kleur van opwinding. 
Ze begint gelijk te vertellen: 
“De buurman is op zoek gegaan naar poesjes, dat kon ik zien, want hij had de zak meegenomen. Toen heb ik gewacht tot ik hem met de poesjes terug zag komen. Hij had ze bij elkaar in een zak gestopt en ik hoorde ze verdrietig miauwen. Hij gooide de zak buiten neer en toen heb ik die zak weggepakt en de poesjes in de doos gedaan.” 
Nan slaat haar armen om haar heen.  
“Lieve meid, wat je nu gedaan hebt, mag je niet weer zo doen. Die man is gevaarlijk. Als je ziet dat hij poesjes heeft, dan vertel je dat aan ons en dan regelt Eddy dat.  
Je mag nóóit, maar dan ook nóóit alleen naar die man toe gaan of achter hem aan gaan. Iemand die dieren kwaad doet, kan ook best een kind kwaad doen.” 
Ze onderdrukt een rilling. “Ik moet er niet aan denken!” 
“We weten al dat je dapper bent,” vult Eddy aan, “maar het is dapper èn verstandig als je om hulp vraagt. Je moet ons op je erewoord beloven dat je niet weer alleen achter die man aan gaat.” 
Hij kijkt haar strak aan en wacht.  
Nova slaat haar ogen neer. Ze had gedacht dat ze geprezen zou worden en nu mag ze geen poesjes meer redden. Koppig als ze is weigert ze de belofte te maken. 
Ze kijkt Eddy uitdagend aan en zwijgt.  

“Juist jongedame, je wilt niet beloven dat je niet weer achter die man aangaat. Dat betekent dat we jou niet langer kunnen vertrouwen. En je vertrouwt ons blijkbaar ook niet. Dan hebben we een probleem. We gaan samen met je moeder een oplossing bedenken.”  

Nova is boos. 
“Het is niet eerlijk! Toen ik Poes heb gered vonden jullie dat ik iets heel goeds had gedaan. En nu heb ik vier poesjes gered en opeens vinden jullie dat gevaarlijk en moet ik beloven dat ik het nooit weer doe.”  

Eddy schudt zijn hoofd.  
“Lieve kind, wij weten nu meer over die man. Hij gaat speciaal op jacht om poesjes dood te maken. Als hij erachter komt dat jij ze laat verdwijnen, dan ben ik bang dat hij achter jou aan komt. 
Die man doodt geen poesjes omdat hij er last van heeft… maar omdat hij ervan geniet om dat te doen.” 

Nan zucht eens diep. Zolang Nova zo tegendraads blijft, loopt ze extra gevaar.  
“Luister,” zegt ze. “kijk mij aan Nova. Denk jij echt dat wij jou zouden tegenhouden als er geen gevaar bij was?” 
Ze schudt haar hoofd.   
“Nee, lieverd, je weet heus wel beter. Ik ben heel erg bang dat je hem binnenkort tegenkomt en dat hij opeens aardig tegen je doet. Hij zal zeggen dat het inderdaad beter is om poesjes te redden dan ze te doden. Hij belooft je een plek aan te wijzen waar je poesjes kunt vinden, maar die zijn er niet en dan pakt hij jou.” 
Nu valt Eddy in: “Daar heeft Nan absoluut gelijk in. Je moeder komt straks en dan praten we er verder over.  
Ga nu maar gauw de poesjes verzorgen. Dat hoort erbij nu je ze gered hebt.” 

Als Nova buiten gehoorsafstand is vraagt Nan: “Heb ik er wel goed aan gedaan om zo expliciet de gevaren te benoemen die aan die engerd kleven?” 
“Sterker nog…” zegt Eddy, “Nova is een slimme meid.  
Als jouw verhaal beklijft en hij doet inderdaad een dergelijke poging, dan heb je waarschijnlijk op de voorhand haar leven gered. Met andere woorden: daar zal ze zomaar niet in trappen. 
Trouwens… die gast heet Milo Jetsen. 
Nova komt met een van de poesjes de kamer binnen.  
Ze vraagt: “Willen jullie allebei een poesje op schoot?” 
Opgelucht haalt Nan adem. Dit is een olijftak.  
“Ja Nova, dat willen we graag.” 

Esther is trots en tegelijkertijd ontdaan over de ondernemende capriolen van haar dochter. Stiekem denkt ze: Het is net haar vader. Die ging ook vol voor zijn principes.   
Nova belooft beterschap, maar ze weten alle drie dat ze haar in de gaten moeten houden. 

De volgende dag gaat Eddy bij Lydia langs. 
“Heb je nagedacht over mijn vraag?” komt hij gelijk ter zake.  
“Ja Eddy, ik kon nergens anders aan denken. Diep van binnen ben ik ervan overtuigd dat David nog leeft. Ik heb namelijk nooit het gevoel gehad dat hij echt weg was. Ik wilde hem beschermen tegen mensen die hem allerlei kwaad toedichtten, wat nergens op slaat. Dàt zijn de aannames waar jij het gisteren over had.” 
“En wil je me nu vertellen waar hij het laatste was of waar hij van plan was naar toe te gaan?” 
“Zijn laatste telefoontje kwam uit Algerije, maar de verbinding was erg slecht. Ik maakte eruit op dat hij met een gids naar het zuiden zou reizen en dat hij daar opnieuw contact zou opnemen. 
Dat was op 13 maart in 2017. Daarna hebben we niets meer van hem gehoord.” 
Eddy schoof naar haar toe en pakte haar hand.  
“Lydia, ik beloof je dat ik er alles aan zal doen om iets over hem te weten te komen. Ik kan de details niet met je bespreken, maar wanneer er iets concreets boven water komt, hoor je het. Dit moet onder ons blijven!  
We houden het niet langer geheim dan strikt nodig is.  
Je dochter en kleindochter weten van niets. 
We kunnen niet riskeren dat er ook maar iets naar buiten lekt waardoor dit onderzoek door ongewenste elementen wordt gefrustreerd of overgenomen.  
Allereerst moeten we vaststellen dat hij leeft.  
Zodra ik dat weet kom ik naar je toe.” 
Eddy geeft een paar klapjes op haar hand en staat op. 

“Even iets anders… Een beetje afleiding zal je goeddoen… 
Je kleindochter heeft vier jonge poesjes gevonden. We zoeken dierenvrienden om er één of liever twee op te nemen. Als ik jou met twee van die katjes blij kan maken, dan zijn wij al heel erg geholpen.” 
Hij pakt zijn telefoon en laat een filmpje zien. “Kijk?” 
Vertederd vraagt Lydia: “Mag ik?” en speelt het filmpje nog eens af.  
“Bijbehorende attributen, zoals kattenbak, mandjes dekentjes, speeltjes en een krappaal krijg je erbij. Bovendien zijn ze bij de dierenarts geweest en alles is in orde. Ook de inentingen. En ze zijn lèuk!! Dat grut te zien spelen maakt je blij.”  
“Wat lief! Waarom ook niet… breng er maar twee die lief zijn met elkaar.”  
“De bonus is Nova, die vast vaak met de poesjes wil komen spelen. En ze kan goed helpen met het schoonhouden van de kattenbak.” 
“Vanmiddag na schooltijd kom ik ze brengen, mèt Nova. 
Een brede glimlach trekt over haar gelaat.  
“Dit wordt fijne dag,” zegt ze en gaat rechtop staan. Het lijkt net of ze gegroeid is… 

Thuis gekomen gaat hij direct naar zijn kantoor. Hij schuift een paneel opzij en haalt een hendel over.  
Geluidloos zakt een deel van het plafond omlaag en de wand daarachter schuift opzij. Dit is zijn geheime werkkamer. Van hieruit benadert hij de contacten die voor hem op zoek moeten naar David.  
Er komt veel bij kijken.  
Hij treft voorbereidingen die het mogelijk maken zijn mensen financieel te ondersteunen. Via ingewikkelde constructies en bedrijven die werken onder een beschermende paraplu worden documenten geregeld die toegang verschaffen tot locaties waar in diep geheim wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan.    
Het werken met derden noodzaakt omkoping.  
Na vier spannende dagen komt het bericht dat David leeft.  
Meer niet. Alleen dat.  
De volgende stap is zijn verblijfplaats te weten komen. 
Alle registers worden opengetrokken en nieuwe geldstromen vinden hun weg.  
Hij komt erachter dat David wordt vastgehouden in het grensgebied tussen Algerije en Mali.  

Ondanks zijn eerdere belofte aan Lydia, heeft hij haar nog niet benaderd. Voor nu heeft ze voldoende afleiding door de zorg voor de poesjes en aan de bezoekjes van haar kleindochter.  
Hoewel hij niet verwacht dat Nova hem vooropgezet zal voorliegen, heeft hij toch een agente, Sam, opdracht gegeven Nova in de gaten te houden als ze uit school komt.   
Sam weet wie Milo Jetsen is en ze heeft opdracht om Nova uit de wind te houden. 
De eerste dagen verlopen rustig.  
Dagelijks meldt ze dat Nova naar oma gaat. Sinds er twee poesjes zijn is ze daar elke dag te vinden. 

Na een week ontwaart ze Milo.  
Hij staat Nova te begluren die met een vriendinnetje uit school komt. Ze stapt op de fiets en het andere meisje springt lichtvoetig achterop. Vrolijk fietsen ze naar oma, waar ze haar de poesjes wil laten zien. 
“Ha oma! Dit is Jule, ze komt naar de poesjes kijken.” 
“Dat vindt oma gezellig: “Wat leuk! Welkom Jule! Ga maar naar binnen, dan kom ik met thee en wat lekkers.” 
“Mijn oma heeft nooit cola of zo, maar wel hele lekkere thee,” vertrouwt ze Jule toe. 
“Weet je moeder dat je hier bent, Jule?”  
“Nee, maar ik blijf niet lang. Ik woon hier vlakbij.”  
“Aan deze kant van het park of aan de overkant?  
”Oma is nieuwsgierig, hè oma?” plaagt Nova.  
“Hiervandaan recht aan de overkant,” zegt Jule zonnig. 
Ze schatert het uit om de capriolen van de poesjes, die ze bezighouden met speeltjes. 
Sam is in de buurt gebleven en tot haar ontstemde verbazing ontwaart ze de auto van Jetsen. 
Ze belt Eddy. “Jaa?” 
“Sam. Ik heb die Milo bij school gezien. Nova is met een vriendinnetje achterop naar haar oma gefietst en nu zit die vent hier vlak bij het park in zijn auto te wachten. Ik heb hier een heel slecht gevoel over. Er zijn nu twee meisjes die gevaar lopen. Wat moet ik doen?” 
“Blijf daar, ik kom eraan. Houd de meisjes in het oog als ze naar buiten gaan. Blijf aan de lijn…”  
Ze ziet Eddy niet komen. “Ik ben er.” Meldt hij. 
Sam slaat een zucht van verlichting.  
Ze kijkt om zich heen. Het is niet druk in het park en de enige figuur in haar nabijheid is een of andere zwerver. 
In het voorbijlopen zegt hij: “Alles onder controle?” 
Sam lacht stilletjes voor zich heen en geeft geen blijk van herkenning. 

Hoe leuk het ook is bij oma, Jule moet naar huis, anders wordt haar moeder ongerust. 
“Ik breng Jule even weg oma, is dat goed?” 
“Ja hoor, maar wel direct terugkomen, beloof je dat?” 
“Jahaa…” de meisjes gaan giebelend naar buiten en steken het park door. Sam ziet Milo overeind komen. Hij stapt uit en kijkt om zich heen. Hij pakt een zak uit de auto en een stuk touw. Hij draait het touw om de zak en hangt het als een tas over zijn schouder.  
Hij volgt de meisjes tot het huis van Jule. Ze pakken elkaars handen beet, maken sprongetjes en draaien een rondje. Dan gaat Jule naar binnen. Vanuit deuropening zwaait ze nog eens uitbundig en dan gaat de deur dicht. 
Nova draait zich om en huppelt richting oma.  
Het was zo leuk met Jule en misschien mag zij ook wel een poesje… of twee… dat zou nog leuker zijn. 
Milo ziet haar komen en verschuilt zich tussen de bosjes.  
Hij is opgewonden, want hij gaat iets nieuws doen. 
Sam is geluidloos naderbij gekomen en op het moment dat Milo Nova wil pakken, springt ze op en verkoopt hem een karatetrap. Hij smakt tegen de grond. Na enkele seconden probeert hij overeind te krabbelen en uit te vinden wat er toch gebeurde. Sam staat bij hem en rukt de zak van zijn schouder. Wankelend staat hij voor haar, maaiend met zijn armen. 
Ze geeft hem een paar fikse optaters met haar vuisten. Zijn hoofd schiet alle kanten op. Dan dient ze hem nog een trap toe die hem dubbel doet slaan en hij blijft jammerend liggen. 
Het is zo snel gegaan, dat Eddy niets meer aan de strijd heeft toe te voegen. 
Nova staat op een afstandje verbaasd toe te kijken.  
Ze is niet bang.  
Sam geeft de zak aan Eddy en met afschuw bekijkt hij de inhoud.  
Er zijn kabelbinders, Duck tape, spuitklare injectiespuitjes, een paar zakken en enkele leren riemen met gespen. 
Alleen de gedachte al wat die griezel daarmee zou kunnen aanrichten maakt hem zó boos. 
Hij weet dat hij hem aan de politie moet overdragen, maar liever had hij hem zelf onderhanden genomen.  
Gelukkig is er een zak vol bewijsmateriaal. 

Nova heeft geen schade opgelopen van de toch wel gewelddadige arrestatie van Milo Jetsen.  
“Hij heeft klappen verdiend voor wat hij met de poesjes heeft gedaan.” vindt ze. 
En daarmee is voor haar de kous af. 
Nu de kwestie Milo Jetsen is opgelost, hij komt in geen jaren vrij, richt Eddy zich vol op de zoektocht naar David. 

 
De volgende dag vliegen Eddy en Sam naar Algerije. 
De aanwezigheid van Sam is cruciaal voor hun veiligheid, met name omdat zij een absoluut gehoor heeft.  
Vanaf Ghardaïa Airport is het acht uur rijden naar Timiaouine. Daar worden ze opgewacht door hun contact, Ben, een oude bekende van Eddy. “Fijn je te zien.”  
Ze kijken elkaar aan en met een handdruk en een klap op elkaars schouder hervatten ze hun vriendschap.  
Acht jaar geleden werkten ze samen in Kabul.  
Ben zal hen op een veilig logeeradres onderbrengen.  
Ze hebben een paar uur om te rusten voor hij hen komt halen voor een ontmoeting met Zayn, een sleutelfiguur in de operatie. 
Hij kent iemand die toegang heeft tot de plaats waar David wordt vastgehouden.  
Deze Zayn wil garanties dat het afgesproken bedrag wordt overgemaakt voor hij met hen verder gaat. 
Eddy, op zijn beurt, eist ook garanties.  
Oplettend houdt Sam de omgeving in de gaten. 
Onopvallend posteert ze zich opzij van de ingang.  
Zayn staart een paar seconden voor zich uit. 
Zijn ogen schieten heen en weer van de een naar de ander. Hij steekt zijn hand tussen zijn kleding.  
Op hetzelfde moment richt Eddy een klein pistool op hem. 
“Handen op tafel.” zegt hij zachtjes. 
Ben gaat aan de andere kant van de deurpost staan en let op Sam. Ze luistert scherp. 
Op haar teken rukt hij de deur open. 
De drie mannen die voor de deur staan, worden volledig verrast. Sam rukt nummer een naar binnen en schakelt hem uit; en Ben pakt nummer twee.    
De derde begint te rennen. Maar Sam is sneller. Als ze hem voldoende genaderd is duikt ze bovenop hem en met een handige beweging draait ze zijn armen op zijn rug, die ze met een tiewrap vastzet.  
“Sta op!” Emotieloos kijkt ze hem aan.  
Instinctief weet hij dat hij maar beter kan doen wat ze zegt. De drie worden naast elkaar tegen de muur gezet, met de handen op hun rug.  
Ben draait zich om naar Eddy, die met zijn pistool op Zayn wijst: “Nou deze nog.” 
Ben gaat achter hem staan en onderzoekt eerst zijn hoofdbedekking.  
Daarna moet Zayn opstaan waarop hij twee geladen pistolen en een mes onder zijn kleding vandaan vist.  
“Dat was niet afgesproken Zayn,” mompelt Ben in zijn oor. “Hoe kan ik je nu nog belonen?” 
Hij boeit Zayn en sluit hem op in de kast. 
Twee van de nieuwkomers worden onder toezicht van Sam in een andere kamer gezet en de derde wordt door  Ben hard op een stoel gekwakt, tegenover Eddy.  
“Jij komt hiermee weg als je eerlijk bent en ons helpt.” 
De man doet alsof hij niets verstaat en zwijgt.  
“Dom.” zegt Eddy.  
Hij haalt een injectiespuit tevoorschijn, gevuld met fysiologisch zout. Dat ziet er dreigend uit.  
“Hij overhandigt hem aan Ben en zegt: “Geef hem maar een spuitje, aan hem hebben we niks.” 
Zonder iets te zeggen legt Ben twee vingers in zijn nek en prikt met de spuit zijn huid aan.  
“Wacht!” De ogen van de man puilen uit van angst.  
Eddy leunt relaxt achterover in zijn stoel. 
“Kijk eens aan, hij begrijpt ons!” 
Hij legt zijn handen op de stoelleuning en gaat rechtop zitten. “Wat je te vertellen hebt moet wel de moeite waard zijn, anders zijn we genoodzaakt jou uit te schakelen. 
Jij bent een van degenen die toegang heeft tot de Hollander… David. Dat weten we en jij moet dat bevestigen, zodat ik weet dat je eerlijk bent.”  
De man rolt met zijn ogen en zwijgt.  
“Ben, een tikje.” 
Ben geeft de kerel een gerichte tik die hem niet doodt, maar wel een poos buiten westen houdt.  
Hij sleept hem naar achteren en laat hem in het zicht van de andere twee op de grond liggen.  
Ben kijkt de andere twee aan en haalt zijn schouders op.  
“Hij dacht dat we het niet meenden en nu is hij dood!” 
Hij wijst nummer twee aan.  
“Komt u maar…” Hij vat hem stevig in de schouder. 
Eddy ligt weer achterover in zijn stoel. 
Ben zet de man tegenover hem. “Deze heet Abdel!” knikt hij. 
“Zo… Abdel,” doet Eddy lijzig. “Je vriend koos voor de eeuwigheid. Die keus heb jij ook, dan zijn we gauw klaar.  
Of je gaat onze vragen beantwoorden, dan laten we je leven op voorwaarde dat je ons helpt. Kies maar.”  
Abdel doet er het zwijgen toe. 
“Zeg Ben, laat Abdel eerst maar een graf graven waar ze samen in passen. Anders moet jij dat doen.” 
Ben grijpt hem stevig in zijn kraag en duwt hem naar buiten. Abdel aarzelt, maar Ben doet alsof hij het niet merkt. Hij maakt zijn handen los. Tegen een boom staat de schop klaar die Abdel in zijn handen gedrukt krijgt.  
“Graven!” commandeert hij.  

Ondertussen heeft Sam de derde man bij Eddy gebracht. Hij is bijna nog een jongen. 
“Zo… en jij bent?…” “Amir…” 
“Dat is een mooi begin Amir. Sam, maak zijn handen los en geef hem wat water.”  
“Amir, ik weet dat jij een van de mensen bent die toegang heeft tot de Hollander, David. Hoe gaat het met hem?” 
“Monsieur David… Ja goed! Heel goed!” Overtuigend knikt hij erbij. 
“Dat is mooi. David heeft lang voor jullie gewerkt en het is nu tijd voor hem om naar huis te gaan.  
Ik ben hierheen gekomen om hem op te halen.”  
Eddy leunt voorover met zijn ellebogen op tafel.  
“Amir, kun jij ons naar David brengen?” 
De jongen buigt zich voorover en zegt:  
“Abdel heeft de sleutels, onder zijn chechia.” 
Met een hoofdbeweging stuurt Eddy Sam naar buiten.  
Ze verrast Abdel; en voordat hij beseft wat er gebeurt, heeft ze de sleutels te pakken en rept zich naar binnen. 
Ben grijnst hem toe: “Die heb jij niet meer nodig, want jij gaat straks uitrusten van het zware graafwerk.” 
Die mededeling vat Abdel op als een regelrechte doodsbedreiging. In een uiterste poging om zijn huid te redden verstevigt hij zijn grip op de schop om Ben uit te schakelen. Ben ontwijkt de aanval met gemak. 
Hij richt zijn pistool op de man en dwingt hem verder te graven. 
Eddy hoort Amir verder uit en berekent hun kansen om David te bevrijden.  

De ontmoetingsplaats van Zayn ligt een aardig eindje buiten de bewoonde wereld, zeker als je geen auto ter beschikking hebt.  
Eddy besluit Met Sam en Ben te vertrekken en Amir mee te nemen. De anderen worden vastgezet en Ben heeft hun auto grondig onklaar gemaakt. Hun wapens zijn ingenomen. 
Eddy wil niemand onnodig ombrengen. Op een gegeven moment zullen ze zich wel weten te bevrijden, maar zonder auto en communicatiemiddelen zijn ze uren druk om die zestig kilometer af te leggen. 
Tegen de tijd dat ze iemand kunnen waarschuwen zijn zij er allang vandoor met David. 

Amir weet de beveiliging te ontwijken en loodst hen naar binnen. 
David kan zijn ogen niet geloven als hij Amir ziet glunderen dat hij de bevrijders geholpen heeft. 
Met een vinger op zijn lippen beduidt hij David om stil te zijn en ze sluipen weg via de route waarlangs ze gekomen zijn. 
Eddy is zich ervan bewust dat ze Amir niet achter kunnen laten. Dat zou een vreselijke dood betekenen voor de jongeman. 
Ben heeft een bestelwagen klaar staan, waarin ze zich moeten verstoppen. Er staat op dat er kadavers mee worden vervoerd. Hopelijk weerhoudt dat de bemanning van eventuele controleposten om de laadruimte te openen.  

Ze rijden de hele nacht door naar Ghardaïa, 
Het is bijna niet te geloven dat ze zonder moeilijkheden de luchthaven weten te bereiken.  
Eenmaal ter plekke weet Ben papieren voor Amir te regelen. 
Op het vliegveld neemt Ben afscheid van de groep. Hij moet zich melden op zijn kantoor in de Verenigde Staten, vanwaar hij opnieuw zal worden uitgezonden. 
Als ze na een lange reis op Schiphol aankomen heeft Sam een prangende vraag. “Eddy, hoe is het mogelijk dat we met volledig succes geslaagd zijn, met nauwelijks noembare schade, terwijl we onszelf andere keren letterlijk een land uit moeten vechten?” 
“Ik denk dat we geluk hebben gehad in die zin, dat er in geen jaren een serieuze poging is gedaan om David te bevrijden; daardoor is de beveiliging in de loop der tijd verslapt.” Een lach trekt over zijn gezicht. “En vlak onze nieuwe vriend Amir niet uit. Hij heeft zijn leven gewaagd om deze missie met ons tot een goed einde te brengen.” 

Vanuit de auto belt Eddy naar Nan. “We zijn geland en komen naar huis. Esther moet thuis blijven en Lydia moet daar ook naartoe komen. David komt thuis.” 

Hoewel Lydia hoopvol was op een hernieuwde zoektocht naar haar zoon, hield Eddy haar in het ongewisse over de voortgang, om haar niet in de verleiding te brengen, ongewild, ook maar iets naar buiten te brengen, wat de zoektocht zou hinderen of de media alarmeren. 
Nan voelt dat ze dit geweldige nieuws niet kan afdoen met een telefoontje; ze staat al vroeg bij Lydia aan de deur. 
“Mag ik binnenkomen?” vraagt ze. 
Lydia blijft haar aankijken. Nan hier… op dit vroege uur… wat is er aan de hand? 
Nan gaat op de bank zitten en vraagt Lydia naast haar te komen zitten.  
Nan steekt haar beide handen uit en Lydia legt de hare erin: “Lieve Lydia, ik heb goed nieuws voor je!…”  
Ze knikt glimlachend van ja… “David leeft…”  
Lydia haalt enkele keren stokkend adem en haar hart gaat tekeer… “Ja?” vraagt ze terwijl ze tegelijker tijd met haar hoofd NEE schudt.  
Nan opent haar armen en houdt de snikkende Lydia vast 
en wacht tot de huilbui over is.  
Ze staat op om een glas water te pakken.  
“Drink maar wat, water is medicijn!” 
Ze neemt het glas aan en vraagt: “Gaat het weer een beetje? Dank zij jouw aanwijzingen kon Eddy gericht op zoek gaan en wist hij hem te lokaliseren.  
Met de hulp van een Algerijnse jongen, Amir, is hij bevrijd. Vanmorgen vroeg zijn ze geland op Schiphol en nu zijn ze onderweg naar huis.” Nan kan het niet laten de oudere vrouw een knuffel te geven.  
“We zijn allemaal blij voor jullie!” 
“Maar nu moet je haast maken, want Esther weet nog van niks en jij moet degene zijn die het haar vertelt. 
Bel haar dat je eraan komt en dat ze Nova ook thuis moet houden. Zeg er maar bij dat je goed nieuws hebt!  
Ik wacht op je en breng je naar Esther.” 
Lydia is snel klaar en even later stappen ze in de auto. 
Ze is blij dat de media geen lont heeft geroken, zodat David straks in alle rust zijn thuiskomst met zijn familie kan verwerken.  
Esther is zielsgelukkig! Ondanks het feit dat David zo lang weg was, zonder enig teken van leven, is ze bewust nooit een relatie met een andere man aangegaan.  
Als ze al twijfelde of hij ooit nog thuis zou komen, overwon de hoop het en ze brandde elke week een kaarsje voor hem in de kerk. 
Nova vindt het geweldig om haar  vader te leren kennen. 
En David is verrast dat zijn dochter al zo groot is, een bijdehante jongedame, die hem dagelijks verrast met haar wijsheden. Ze kapselt hem het liefst helemaal in en betrekt hem in haar nog vrij nieuwe tienerleven. 
Voor Esther en Nova zijn de moeilijke jaren voorbij.  
Een paar dagen genieten ze van hun rust en elkaar en dan is het tijd om de instanties op de hoogte te brengen. 

Het is helemaal goed gekomen.  
David heeft weliswaar jaren vastgezeten, maar zijn thuissituatie bleef onveranderd.  
 

Amir woont bij Eddy en Nan. Hij is een intelligente jongeman, vlot van begrip en leergierig.  
Hij heeft een opleiding aangeboden gekregen en mag voorgoed in Nederland blijven.  
Alle criminele verdachtmakingen naar David zijn ingetrokken.  
En Nova… krijgt eindelijk een poesje!  
 
 


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *