Anno november 2025
De smartwatch om Gerties pols trilt. Berichtje van John:
“Kun je me om half zeven oppikken bij het station?”
Ze kijkt naar buiten. Het is donker en regenachtig.
Het is vast druk op de weg. Of ze dat haalt…
“Dat ga ik niet redden.”
“Ik vat ‘m, het is druk. Weet je wat? Ik neem een taxi. Dat spaart tijd, ook voor jou.”
John wil liever niet naar huis omdat het de vorige keer, eenmaal daar, uit de hand liep doordat de spanning Gertie te veel werd en zij pardoes in zijn armen sprong.
Voor hij zich realiseerde dat hij er beter aan deed afstand te bewaren, lagen ze samen in bed.
Dat ze na afloop boos was, bracht hem van zijn stuk.
Ze wordt steeds wispelturiger.
Het lijkt wel of zijn eigen Gertie verdwenen is en er een andere Gertie in haar lichaam is gekropen.
Bij de nieuwe Gertie moet hij constant op zijn qui-vive zijn en zichzelf vooral niet wijsmaken, als hij aan vroeger denkt, dat het kan worden zoals toen.
Dat heeft ze duidelijk aan zijn verstand gebracht.
John is midden dertig en Gertie is negen jaar jonger.
Twee jaar geleden zijn ze getrouwd, met name omdat zij dat heel graag wilde. Dat leek haar zó romantisch!
Johns ouders zijn beiden gepensioneerd.
Na de bruiloft besloten ze te gaan reizen en hielpen hem hun huis over te nemen.
Gertie zocht een nieuwe keuken uit en samen kozen ze de verfkleuren, waarmee ze aan de slag gingen om zich het huis eigen te maken.
De herinnering aan het samen klussen brengt een stille glimlach op zijn gezicht.
Nu het nieuwtje eraf is wil ze verandering.
Het begon toen ze een korte affaire met een collega aanging en nu wil ze opeens scheiden.
Het korte uitstapje uit het huwelijk smaakt naar meer. Ongebonden… dat wil ze zijn.
John is er niet blij mee want, ondanks dat gedoe met die collega, voelt hij zich verantwoordelijk voor haar.
Dit is zijn Gertie niet. Er is iets met haar aan de hand, maar hij weet niet wat.
Ze heeft hem niet voorgelogen. Ze vertelde hem doodleuk dat ze met Guus naar bed was geweest.
John begrijpt niet waar die omslag vandaan komt.
Opeens waren daar die stemmingswisselingen…
Zomaar ging ze van ‘himmelhoch jauchzend’ naar ‘zum tode betrübt’.
Hij is bang dat ze iets mankeert.
Toen hij voorzichtig informeerde of ze hem iets moest vertellen, deed ze alsof hìj niet spoorde.
Een tijdje daarna probeerde hij haar over te halen om naar de dokter te gaan, maar ze weigerde pertinent.
Ze hebben het, vooral in de jaren voor hun huwelijk, heel fijn gehad samen.
Toen was Gertie helemaal niet zo onrustig en opvliegerig.
Zij hield van hem en van haar baan en hij had zijn eigen werk en hield zielsveel van zijn jonge vrouw.
Ze gingen vaak uit en maakten mooie reizen.
Gertie was vooral dol op stadsreizen waarmee ze, tussen de vakanties door, de gaatjes vulden.
Vandaag hebben ze afgesproken in ‘De Wintertuin’, een restaurant in het buitengebied.
Hoezeer het John ook tegenstaat, ze moeten bespreken hoe ze nu verder moeten.
Gertie heeft aangegeven dat ze weg wil uit het dorp en dat ze van stadse geneugten wil genieten.
Volgens haar kan dat slechts op één manier.
John moet zijn huis verkopen.
Voor de oude Gertie zou hij dat, met pijn in zijn hart, hebben gedaan.
Maar zo de zaken er nu voorstaan, is er geen haar op zijn hoofd die daaraan denkt.
Vlakbij de ingang van de ‘Wintertuin’ stopt de taxi.
John rekent af en maakt dat hij binnenkomt.
Handenwrijvend kijkt hij om zich heen.
Gertie is er nog niet.
Ze komen hier vaker en met een handgebaar wordt hij naar zijn tafeltje verwezen.
John bestelt een koffie en kijkt op zijn horloge.
Ze had allang hier kunnen zijn.
Hij haalt zijn laptop uit de tas en zet hem op tafel.
Er is altijd wel iets dat nog gebeuren moet, en dat kan net zo goed nu als hij toch moet wachten.
“Hallo John, hier zijn we dan!” Gertie komt te vrolijk binnen vergezeld van een man van een jaar of dertig.
John kijkt veelzeggend op zijn horloge.
“Het was zeker wel heel druk op de weg?”
Dan richt hij zich tot de man. “U bent zeker Guus?”
“Nee joh…” Gertie schudt haar hoofd. “Dit is Aron!
Aron is mijn advocaat.”
John rijst even op en geeft hem een hand. “John,” zegt hij slechts. Dan richt hij zich weer tot zijn vrouw.
“Vandaag hadden wij een eetafspraak, Gertie. Ben je dat vergeten?”
“Nee hoor! Maar het lijkt mij een goed idee dat Aron alles hoort wat wij bespreken en hij kan tips geven hoe wij het beste kunnen handelen bij de verkoop van het huis.”
John staat op en voegt haar toe:
“Het lijkt me prima dat jullie tweeën hier gaan eten. Uiteraard betaal jij! Of zijn jullie al zover dat Aron betaalt?”
Even weet Gertie niet wat ze moet zeggen.
John bergt zijn laptop op en knikt: “Prettige avond verder!”
Al die tijd heeft Aron geen woord gezegd.
Met open mond staart ze John na en bitst dan tegen Aron: “Waarom zeg je niks! Ik heb je niet voor niets meegenomen!”
“Wat moet ik zeggen? Je laat mij denken dat jullie beiden door mij geadviseerd willen worden. Dat blijkt dus niet zo te zijn. Ik blijf niet, ik ga naar huis.”
Met tegenzin volgt Gertie hem naar de auto.
Onderweg wordt niet gesproken.
Aron stopt de auto voor het huis.
Zodra Gertie is uitgestapt, geeft hij gas en verdwijnt.
Gertie gaat naar binnen.
Ze is boos op John en ook op Aron.
Ze hebben haar allebei beledigd.
Aron wil ze nooit meer zien en hij hoeft ook geen rekening te sturen, want die betaalt ze niet.
En John… Ze kijkt om zich heen. Hij gaat nog wel merken dat hij haar niet zomaar voor gek kan zetten.
Een uurtje later gaat de telefoon.
Het is John.
“Gertie, als jij je zaken met een advocaat erbij wilt regelen, dan wil ik dat vooraf weten en dan huur ik er ook een in. Dan maken we een afspraak op kantoor en dan gaat alles volgens de regels, zoals het hoort.
Wij betalen elk onze eigen advocaat en ik zal vechten voor wat van mij is.”
“Dat is niet eerlijk!” roept Gertie.
“Wat is volgens jou eerlijk?”
“Nou, dat weet je heus wel. Je verkoopt ons huis en je geeft de helft daarvan aan mij. En ik wil alimentatie, omdat jij meer verdient dan ik.”
“Dat heb je leuk bedacht, maar dat gaat niet gebeuren.
Heb je er bijvoorbeeld wel eens aan gedacht dat er een hypotheek op het huis zit? En hoeveel?
Jij hebt een eigen salaris en nooit heb je iets aan het huis of de tuin of onderhoud meebetaald. Jij bent er altijd van uitgegaan, dat hetgeen jij verdient van jou is en wat ik verdien van ons beiden.
Ik heb vanaf het begin alle rekeningen bewaard, tot het kleinste bonnetje. Cijfers zijn mijn ding. Ik heb mijn boekhouding keurig op orde.”
“Ik wil het er niet meer over hebben door de telefoon.” Bedenkt ze dan. “Kun je niet hier komen?”
“Wanneer?”
“Nu?”
“Nee, ik heb een lange dag gehad en ben er klaar mee.
Bel me morgen maar voor een afspraak.”
De volgende paar dagen hoort hij niets.
Dan, op vrijdag, belt ze. Ze klinkt timide door de telefoon.
“Ik kon niet eerder bellen, omdat ik niet lekker was.
En toen de dokter mij onderzocht, ontdekte ze dat ik zwanger ben.”
John schrikt zich een hoedje.
“Wat? Zwanger? … Van wie?”
“Dat weet ik niet zeker John. Je weet dat ik even wat met Guus had. Heel misschien kan hij de vader wezen, maar jij kunt het net zo goed zijn.”
“Luister, ik ben op mijn werk; ik zal kijken of ik eerder weg kan en dan kom ik naar je toe.”
John meldt zich af wegens familieomstandigheden.
Hollend haast hij zich naar het station en kan net op tijd op de trein springen.
Hij is bijna in paniek.
Gertie heeft zich op de bank geïnstalleerd, met een hapje, een drankje en de afstandsbediening van de televisie.
Als John binnenkomt, lacht ze tegen hem.
Zelf zit ze nog vol van haar nieuwtje en ze wil hem graag vertellen hoe blij ze ermee is en dat ze, bij het horen van het nieuws, haar plannen volledig heeft herzien.
Zover komt het echter niet.
John maakt een beker koffie voor zichzelf, trekt een stoel bij en kijkt Gertie ernstig aan.
“Gertie, ik ga je iets vertellen en dat had ik voor ons huwelijk al moeten doen.
Voor ons trouwen heb ik me laten testen en toen ik de uitslag kreeg, wist ik dat ik daar open over hoorde te zijn; maar ik kon het niet.”
“Wat bedoel je, wat voor test en wat kon je niet?”
“Ik kan geen kinderen verwekken. Dat heb ik verzwegen. Destijds hadden we geen kinderwens en ik dacht dat ik het daarom wel voor me kon houden.”
Gertie is zo ontdaan over zijn ontboezeming, dat de pijn in zijn ogen haar ontgaat.
“Dus jij bent de vader niet en Guus is getrouwd…”
Ze barst in tranen uit en houdt haar handen beschermend over haar buik.
John gaat bij haar op de bank zitten en trekt haar tegen zich aan. Tegen zijn schouder snikt ze het uit; hij houdt haar alleen maar vast. Als het huilen minder wordt, schuift hij haar zachtjes opzij en geeft haar zijn zakdoek.
Hij vult een glas water en laat haar drinken.
“Wat gaat er nou met ons gebeuren?” Verdrietig kijkt ze hem aan.
Hij ziet even zijn eigen Gertie weer. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om haar weg te sturen.
“Jij moet nu rustig worden en straks lekker gaan slapen,” zegt hij.
“Morgen blijf ik thuis en dan gaan we erover praten.
We zullen er alle tijd voor nemen en overleggen wat het beste is.”
Ondanks zichzelf voegt hij eraan toe: “Het komt wel goed.”
Hoewel haar emoties alle kanten opvliegen, valt Gertie, eenmaal in bed, toch gauw in slaap.
John ligt in het logeerbed en kan de slaap niet vatten.
Hij bedenkt dat ze Guus zal moeten vertellen dat ze zwanger is. Er knaagt nog iets van onzekerheid aan hem.
Gertie was de laatste tijd zo losgeslagen, dat hij vreest dat er misschien nog wel iemand voor het vaderschap in aanmerking komt.
Het gesprek morgen zal daarom niet zo gemakkelijk zijn. Toch… hoewel Gertie haar grenzen nogal heeft opgerekt is ze, voor zover hij weet, er wel eerlijk over geweest.
Hij hoopt maar dat ze dit lastige stukje van het gesprek zonder schade achter zich kunnen laten.
Hij moet het zeker weten.
De volgende morgen is John al vroeg op.
Hij maakt een beker koffie en gaat een wandeling maken.
Het is waterkoud en het miezert, maar hij merkt het nauwelijks. Er is zoveel gebeurd dat hij zijn hoofd onmogelijk kan leegmaken, hoe graag hij dat ook wil.
Als hij thuiskomt is Gertie opgestaan, heeft broodjes in de oven gelegd en een pot thee gezet.
De geur van het brood doet John beseffen dat hij trek heeft.
Ze ontbijten in stilte.
Daarna wachten ze op elkaar om het gesprek te beginnen.
Gertie weet niet wat ze zeggen moet.
Gisteren, voordat John opening van zaken gaf, wist ze precies wat ze zou zeggen en doen.
Ze zou hem laten denken dat hij de grootste kanshebber op het vaderschap was en wilde op de voorhand de revenuen binnenhalen, die haar verzekerden van een comfortabel leventje als aanstaande moeder…
Maar nu zijn aandeel in de zwangerschap onmogelijk blijkt, is ze bang dat ze op zichzelf teruggeworpen zal worden, want Guus zal zijn vrouw en kinderen niet voor haar in de steek laten en dat wist ze van tevoren.
Gertie bestudeert de lamp en het plafond… en John schraapt zijn keel. Hij neemt een besluit.
“Gertie, gisteren heb ik jou verteld wat ik je moest vertellen. Nu is het jouw beurt om jouw verhaal op tafel te leggen.
Gisteren vertelde je dat je zwanger bent en dat je dacht dat ik de vader zou kunnen zijn. Dat ben ik dus niet!”
Vragend kijkt hij haar aan.
Gertie pakt haar zakdoek, veegt langs haar ogen en legt hem naast zich neer; om hem gelijk weer op te pakken en in haar zak te steken.
Ze zucht en een droge snik welt op uit haar borst.
“Wie is de vader Gertie? Het is belangrijk voor jou en zeker ook voor mij. Bovendien heeft je kind er recht op om te weten wie zijn of haar vader is.
Is het Guus? Of is er nog iemand anders in het spel?”
“Ik weet het niet.”
“Je weet het niet? Je weet toch wel met wie je naar bed bent geweest? Je hebt mij destijds al verteld dat je een affaire met Guus had; maar als hij de vader niet is had je dus nog meer vriendjes?”
“Ik wil het liever niet zeggen, want ik wil je geen pijn doen.”
“De waarheid doet mij geen pijn. Denk je dat ik verblind ben door oplaaiende liefde omdat je mij verteld hebt dat je zwanger bent? Dat station zijn we allang gepasseerd.
Duidelijkheid schept duidelijkheid.
Je hoeft me niet alles te vertellen, alleen de namen van degenen met wie je het onveilig gedaan hebt.”
Gertie begint te huilen en wil dat John haar weer gaat troosten, net als de vorige avond.
Hij voelt haarfijn aan dat ze hem probeert te bespelen en dat irriteert hem mateloos.
Hij geeft haar de keuze: “Je komt nu met de waarheid op de proppen, of je kunt je koffers pakken en dan breng ik je naar je ouders.”
Ze vergeet haar tranen en richt zich op.
“Zal ik jou eens wat vertellen? Het komt allemaal door jou!” beschuldigend kijkt ze hem aan.
“Door mij!” verbaasd trekt John zijn wenkbrauwen op.
“Ja, door jou! We hadden een feestje van de zaak en alleen omdat ik een beetje met Guus had geflirt wilde je niet mee en moest ik wel alleen gaan. Omdat ik verdrietig was, door jou, heb ik een beetje te veel gedronken. Daarom hebben Henri en Haico mij naar huis gebracht en toen heb ik ze als bedankje nog een drankje gegeven.”
“En toen… zijn ze toen weggegaan?”
“Nou nee… maar als jij niet zo kinderachtig gereageerd had op dat dingetje met Guus en niet in een hotel was gekropen, maar gewoon was thuisgebleven, dan was er verder niets gebeurd.”
“Wàt is er gebeurd!” John stem klonk afgemeten streng.
“Er werden wat grapjes gemaakt en ze wilden het huis graag zien. Toen eh… op de slaapkamer ging Henri voor de grap op mijn bed liggen. En toen gaf Haico mij uit speelsheid een duwtje en toe lag ik naast hem. Haico kwam er ook bij en toen werd er een beetje gezoend… je weet wel hoe dat gaat…Het ging niet expres, het gebeurde gewoon…”
“Begrijp ik het goed? Heb je met twee kerels tegelijk in ons bed liggen rotzooien?”
“Nou moet je niet zo flauw doen! Je wilde zelf dat ik het eerlijk zou vertellen…”
“Van een beetje zoenen raak je niet zwanger.
Is een van hen of zijn ze allebei een mogelijke de vader?”
“Ja! Heb je nou je zin? Ik heb het met allebei gedaan! Nou weet je het! Het gebeurde alleen maar omdat ik dronken was en dat kwam door jou.”
De beschuldiging wordt door John genegeerd.
“Dan rest ons nu contact op te nemen met je vriendjes. Of zijn er nog meer?”
“Ik wil het hier even bij laten.” Uitdagend kijkt ze hem aan.
Hij laat zich niet provoceren.
“Moet ik ze een voor een laten komen of allemaal tegelijk?” informeert hij met de telefoon in zijn hand.
“Wat… hier?” schrikt Gertie.
“Ja, hier; misschien is het een goed idee om de vrouwen er ook bij uit te nodigen?”
“Ben je nou helemaal? Zoiets doe je toch niet?”
“Oh… is er een etiquette voor vreemdgaan? Dat kan ik toch niet weten?”
Hij scrolt op zijn telefoon.
“Ik zal beginnen met Henri en Haico. Die waren tegelijk aan de beurt, dus dan kunnen die twee wel samen komen.”
“Ik kan er maar beter naartoe gaan. Alleen.”
“Nee,” zegt John. “Ze kunnen je wel wat aandoen als je met zo’n boodschap komt. Ik bel ze.”
Hij zet de telefoon op de speaker.
“Henri…” teemt Henri met gedragen stem.
“Henri, met John…”
“Dat had ik al gezien. Wat kan ik voor je doen kerel…”
“Wel, het gaat om een delicate en dringende kwestie die ik niet over de telefoon kan bespreken. En… is Haico op de zaak? Het gaat hem ook aan.
We zijn bij mij thuis.”
Henri is nieuwsgierig en hoopt dat het iets is waaraan hij flink kan verdienen. Hij gaat op zoek naar Haico.
Een uurtje later gaat de bel.
“Kom binnen heren.”
“John, wat een prettige verrassing op een regenachtige dag! En daar hebben we onze mooie Gertie…”
Minzaam maakt hij aanstalten om Gertie met een kus te begroeten.
John steekt zijn arm ertussen om de jassen aan te nemen en tegelijkertijd schuift hij Gertie de kamer in.
Hij geeft haar geen kans de bezoekers iets in te fluisteren zodat de verrassing in stand blijft. John stelt voor om aan de keukentafel te gaan zitten.
“Wie wil koffie?”
Ze willen allemaal en John zegt vriendelijk: “Gertie, maak jij een koffie voor ons?”
“Natuurlijk!” Met een charmante glimlach staat ze op.
Ondertussen wordt er wat heen en weer gepraat over het weer en over het huis…
“Het is een fijn huis,” vertelt John. “Na ons huwelijk heb ik het van mijn ouders kunnen overnemen. Dat was echt een buitenkans. De ouwelui zijn op wereldreis en daarom wilden ze het aan ons overdoen. Het is ruim, je zou er een behoorlijk gezin in kunnen huisvesten.”
Gertie zet de koffie op tafel.
“In aansluiting hierop hebben wij een nieuwtje: Gertie is in verwachting…” zegt hij en kijkt ze beurtelings recht in de ogen.
“Gisteren dacht Gertie mij te bellen met het heuglijke nieuws,” gaat hij verder, “maar het bijzondere in deze zaak is, dat ik geen kinderen kan verwekken. Dus de vader is iemand die buiten mij om mijn vrouw heeft bezwangerd.
Vanmorgen hebben Gertie en ik hier een goed gesprek over gehad en tot mijn verbijstering kreeg ik te horen dat jullie tweeën, na een bedrijfsfeestje, mijn Gertie, die door een overvloed aan drank niet in staat was grenzen te stellen, in mijn bed misbruikt hebben.”
De twee mannen reageren verschillend. Haico kijkt wild om zich heen, of hij kan ontsnappen.
Maar Henri brengt zachtjes uit: “Vergis je niet. Jij maakt hier een gevaarlijke fout. Weet dat ik je kan breken, zodra je dit naar buiten brengt. En dat zal ik doen ook!”
John wil het nog eens bevestigd hebben. “Bedreig je mij, terwijl jij mìjn vrouw hebt verkracht?”
Henri staat op. “Ja! Vanaf nu kun je maar het beste elke dag over je schouder kijken.” zegt hij.
Haico komt erbij staan. Hij kijkt ongelukkig en zweet als een otter. “Ik zal meewerken aan een vaderschapstest en als ik de vader ben zal ik zorgen dat de financiële toekomst van het kind gewaarborgd is.” Belooft hij.
Als Henri in de auto wil stappen laat John hem zijn dictafoon zien. “Als je ook maar de minste poging doet om een van ons, Gertie of mij, iets aan te doen of te laten doen, gaat er een kopie naar al je telefoonadressen, naar je vrouw, naar de politie en wat ik nog meer kan bedenken.” Zachtjes zegt hij erachteraan: “Vergis je niet. Je hebt een gevaarlijke fout gemaakt. Ik kan je breken, zelfs vanuit mijn graf.”
John gaat naar binnen, waar Gertie niet weet hoe ze het heeft. Die ‘aardige’ Henri blijkt een misbaksel en een bullebak te zijn. Terwijl Haico, een wat ruwere figuur, het fatsoen heeft om het juiste te doen.
“Nu moeten we Guus nog aan zijn jasje trekken,”
John zoekt zijn nummer op in de telefoon van Gertie.
“Hee Guus, ik bel mede namens Gertie. We hebben belangrijk nieuws. Zou je naar ons huis willen komen?”
“Ja… kan het niet per telefoon?”
“Nee, dat gaat niet.”
“Hoe belangrijk is het dan?”
“Kom nou maar hierheen.”
“Dan kom ik direct uit de zaak wel even langs. Als het tenminste niet te lang duurt. Als het wel lang duurt kom ik liever vanavond.”
“Het duurt niet echt lang. Kom maar na het werk.”
Terwijl ze op Guus wachten, kaart John het bezoek van Henri en Haico aan.
“Gertie, deze mensen geven niet om je, ze gebruiken je.
Je hebt er geluk bij dat Haico je niet laat vallen.”
“Henri was vroeger altijd zo aardig tegen mij.” Zegt ze verontschuldigend.
“Ja meisje, dat heeft een reden. Volgens mij wil hij jou tot zijn maîtresse maken. Dan zit je vast en wordt al je vrije tijd opgeslokt met wachten op die vent, die zo vaak hij zin heeft bij jou zijn kunstje komt doen.
Zeg eens eerlijk, is hij vaker hier in huis geweest? Alleen?”
Gertie kleurt rood.
“Nou ja, soms komt hij langs. Hij brengt wel eens iets lekkers mee. Een fles wijn of bonbons…
Hij bracht ook een keer biefstuk mee en toen wilde hij dat ik voor hem ging koken. Toen zei ik dat ik niet koken kon en dat hij dat vlees maar moest bakken.”
John schiet in de lach, omdat Gertie heerlijk kan koken, maar zich toch niet de keuken in liet manoeuvreren.
“Luister Gertie, de reden dat hij zo boos werd, is omdat ik zijn speeltje heb afgepakt. Jou dus.”
John probeert zijn volgende vraag zo tactisch mogelijk te stellen, maar hij moet het weten.
“Kunnen we stellen dat Henri vaker dan de anderen bij jou is geweest?”
Nadenkend knikt ze.
“Kwam Haico ook vaker?”
“Nee, Haico niet. Ik denk dat hij spijt had van die keer na het feest.
“En Guus dan. Heb je met hem ook onbeschermde seks gehad?”
“Nee, we hebben het maar twee keer gedaan en dat was met een condoom.”
“Hm… Hij zal zo wel komen.”
John vindt het een nare gedachte dat de meest waarschijnlijke vader die Henri is.
Hij houdt dat nog even voor zich, totdat ze ook met Guus hebben gesproken.
Terwijl ze wachten maakt Gertie wat hapjes klaar. Ze heeft telkens trek en dat is niet vreemd in haar toestand.
Het wachten duurt niet lang, maar het lijkt wel zo.
Guus is een aardige jongeman die geen bijzondere aandacht meer voor Gertie heeft.
Wat ze ook hadden, het is voorbij.
Net als met de anderen gaan ze weer aan de keukentafel zitten. Gertie maakt nog een paar bekers koffie en neemt zelf een glas water.
Ze zet de hapjes op tafel.
Als Gertie ook zit, neemt John weer het woord.
“Guus, we hebben je gevraagd om te komen en hebben daarvoor een bijzondere reden.”
Argeloos blikt Guus naar John.
“Wat we je gaan vertellen is nog heel vers,” zegt John. “Ik weet het pas sinds gisteren.”
“Jij hebt gedurende korte tijd een affaire met Gertie gehad, klopt dat?”
Rustig kijkt Guus hem aan. “Ja, dat is zo.”
John kijkt hem recht aan en knikt. “Gisteren belde Gertie mij om te vertellen dat ze een baby verwacht. Dat is heel bijzonder want, door een klein foutje van de natuur kan ik geen kinderen verwekken. Daarom hebben we open gesproken over relaties, om uit te vinden wie de vader kan zijn. Het is belangrijk voor een kind om te weten uit wat voor familie hij of zij komt. Daar heeft een kind recht op.
Gertie heeft mij verteld dat jullie maar heel even iets gehad hebben en dat voor jou absoluut je vrouw degene is waar je je leven mee wilt delen. Dat is mooi.
Toch moet ik jou vragen: Heb je wel eens onbeschermde seks gehad met Gertie?”
“Ja, de eerste keer.”
Hij kijkt Gertie niet aan terwijl hij het toegeeft.
“Dank je wel voor je eerlijkheid. Ben je bereid om mee te werken aan een vaderschapstest?”
“Ja, dat wil ik.”
John en Gertie zijn beiden verbaasd dat het zo gemakkelijk gaat met Guus.
“Toen het over was met Gertie, heb ik alles aan Ellen opgebiecht. Het is beter een fout toe te geven dan je leven lang met een leugen te leven. Zo staat Ellen daar ook in.”
John staat op en steekt zijn hand uit. “Wij zijn je dankbaar. Dat is een goede les die je ons op de valreep bijbrengt.”
“Wel thuis!” knikt Gertie.
Met een paar grote passen en een armzwaai is hij verdwenen.
John kijkt Gertie hoofdschuddend aan. “Ik had nooit gedacht dat ik iets goeds zou zeggen over een man die wat met jou heeft gehad, maar die Guus is een fijne vent!”
Haico werd het eerst getest en de test was negatief. Daarna kwam Guus aan de beurt en opnieuw was het resultaat negatief.
Daarna heeft John opnieuw met Gertie gesproken en gevraagd of er nog anderen waren; omdat ze in het begin geneigd was dingen achter te houden.
In dat gesprek gaf ze toe het heel moeilijk te vinden om tegen Henri in te gaan.
“Ik dacht dat jij dat het ergste zou vinden, dat ik niet tegen hem op kon.” Legt ze uit.
Ze weten nu zeker dat het kindje van Henri moet zijn. Samen besluiten ze echter hem er verder niet bij te betrekken.
Gertie heeft een moeilijke les geleerd en ze is dankbaar dat ze met de hulp van John aan Henri heeft kunnen ontsnappen.
Zeven maanden later op 22 mei wordt Esther geboren. John geeft haar aan bij het gemeentehuis als zijnde zijn dochter. Het is een rank dametje en gelukkig lijkt ze sprekend op haar moeder.
De onverklaarbare buien van Gertie en de stemmingswisselingen zijn verdwenen nu ze eenmaal van Henri los is.
John ontdekt dat zijn eigen, de echte Gertie, zo diep verstopt heeft gezeten, dat die akelige Henri haar niet heeft kunnen vinden en verzwelgen.
Ze zijn zielsgelukkig met hun dochtertje, die stapel op haar vader is.
=========================


Geef een reactie