Slimme Taco

Anno 2025                               

Om even over half zeven stapt Pat de deur uit, om in de vroege ochtend haar voorgenomen tienduizend stappen te maken.
De zon komt nog niet over de bomen heen en het is heerlijk fris buiten. Een ideale temperatuur voor een stevige boswandeling.
Onder de bomen hangt een aardse bosgeur en de wilde kruiden die hier en daar in het bos voorkomen voegen er het hunne aan toe. 
Het is heel stil buiten. 
Ze kijkt om zich heen. Zo te zien slapen de buren nog, alleen de vogels zijn wakker.
Zo vroeg in de morgen heeft ze het hele bos voor zichzelf alleen.
Ze wandelt de Hessenweg af, richting Hummelo.
Voor de rotonde steekt ze over en passeert de school, waarvoor een paar hoge bomen staan.  
Onzichtbaar door het gebladerte, maar goed hoorbaar wordt ze door het gekras van een paar kraaien begeleid totdat ze voorbij is.
Buiten de vogelgeluiden lijkt ook daar alles in diepe rust.
Bij de kerk slaat ze rechtsaf. Aan het einde van de straat steekt ze de rotonde over en besluit de Sliekstraat uit te wandelen.
Daar komt haar een fietser tegemoet. Naast hem volgt, in een gematigde draf, een niet aangelijnde hond.
Pat heeft geen hond, maar als zich ooit een gelegenheid voordoet, dan zou ze niets liever willen dan zo’n vrolijke viervoeter als vriend.
De hond voelt dat Pat een dierenvriend is, en vertraagt zijn stap. Even blijft hij staan en kijkt om naar Pat, die zich op datzelfde moment ook omdraait. De jonge man op de fiets keert zijn rijwiel half en zet een been op de grond.
“Kom Taco!”
Taco aarzelt, kijkt naar zijn baas en nog eens naar Pat.
Hij piept het uit.
Hij wil zo graag even naar haar toe om kennis te maken…
Pat is blijven staan.
Als zijn baas het goed vind, wil ze hem best aaien. Wat een lief dier is dat. Je kunt zo zien dat het een schat van een hond is.
Ze neemt het op voor de hond.
“Misschien is het mijn schuld dat hij is blijven staan…” zegt ze terwijl ze Tom een paar stappen tegemoet loopt.
“Ik heb nog geen hond, maar die gaat er zeker een keer komen.” deelt ze mee en voegt daar ter bevestiging een stevige knik aan toe.
Tom stapt van zijn fiets.
“Taco is een wijsneuzerige hond.” verklaart hij.
“Ik vind hem lief!” benadrukt Pat.
“Dat is tie zeker… ik ben Tom…”
“Ik heet Pat…”
Het blijft even stil.
Nu ze bij elkaar staan, voelt Taco zich vrij om Pat te benaderen.
Ondanks zichzelf steekt Pat haar handen uit om de hond de gelegenheid te geven nader kennis met haar te maken.
“Zoals ik zei: Taco is een wijze hond en een slimme!” grinnikt Tom.
“Kom je hier uit de buurt Pat?”
“Ja, ik woon in Hoog Keppel. En jij? Woon je ook hier in de buurt?”
“Als ik verlof heb wel. Dan logeer ik bij mijn zuster.”
“Oh… Ben je zeeman?”
“Nee, ik werk bij defensie. Het sportieve trekt mij aan; ik sport graag en mijn baan is uitdagend, zowel fysiek als mentaal.”
“Goh… en dit allemaal op de vroege morgen, dank zij Taco!”
Pat laat een onweerstaanbare glimlach op hem los. 
“Tom, ik vind het heel gezellig met jullie, maar helaas moet ik straks werken en dat betekent dat ik nu moet gaan.”
Taco kijkt Tom aan. Het is alsof hij zeggen wil: “Nu of nooit..”
Tom kucht even. Dan herpakt hij zich.
“Pat, ik vind het bijzonder plezierig jou hier ontmoet te hebben, op dit vroege uur. Mag ik je een keer bellen om een afspraak te maken? We kunnen wat gaan drinken of ergens iets eten..”
Verrast kijkt ze hem aan.
“Dat zal ik fijn vinden. Heel graag Tom!”
Hij wordt nogmaals op een stralende glimlach getrakteerd en tegen de hond roept ze: “Dag Taco!”

Dan is het voorbij.
Pat heeft zich omgedraaid en stapt stevig door, want ze wil persé niet te laat op haar werk komen.
Tom kijkt haar na en dan richt hij zich tot Taco: “Dat heb jij heel goed gedaan! Jij bent de beste en verstandigste vriend van de baas.”
Hij slaat zijn lange been over de fiets en blikt nog even achterom.
Opeens bedenkt hij zich dat hij haar adres en telefoonnummer niet heeft gevraagd.
Hij draait zijn fiets om en spurt achter haar aan met Taco in zijn kielzog.
Ze heeft er flink de gang in. Als hij haar ziet roept hij: Pat! Pat, wacht even…”
Verbaasd draait ze zich om en werpt een blik op haar horloge. Het wordt krap aan tijd.
“Ik heb je telefoonnummer niet,” zegt hij.
“Heb je een goed geheugen?” vraagt ze.
“Want ik heb geen pen bij me.”
“Ja hoor, dat gaat lukken,” weet Tom.”
Ze noemt rap het nummer en vraagt: “Weet je het nu? Of zal ik het nog eens zeggen?”
“Ik weet het.” Stelt hij haar gerust. “Ik bel je gauw.”
Dan volgt de derde glimlach van deze ochtend, hij kan er geen genoeg van krijgen.
Pat haast zich naar huis. Vlug het wandelspul uit, douchen en weg.
Gelukkig is het niet druk op de weg. Het is vakantietijd.

De dag duurt lang. Haar gedachten dwalen telkens naar Tom die lange knappe man, die ook van dieren houdt.
En Taco, zo’n slimme hond, die zijn baas eigenlijk voor het blok zette. Ze glimlacht als ze er aan denkt.
Stella, haar collega, vangt de ‘ver weg’ blik op en wil weten wie de veroorzaker is, van zulke lieflijke dromerijen.
“Je weet dat ik de tienduizend stappen doe… elke ochtend?”
“Ja…. Heb je een meeloper?”
“Nee joh, het is veel leuker.”
Dan verhaalt Pat over de ontmoeting van die morgen.

Tom is naar de Hummelse boerderij gefietst waar zijn zuster Nienke  woont met haar man Jan en hun drie kinderen. Jan is boer en zet zich bovendien in voor de belangen van boeren die, in deze tijd met een stapeling van soms onbegrijpelijke regels, moeite hebben om het hoofd boven water te houden.
Als hij met Taco de keuken binnenstapt staat het ontbijt klaar.
Nienke, zijn vrolijke tweelingzuster, zit in haar eentje aan tafel.
Jan is er nog niet en de kinderen zijn naar opa en oma, want oma maakt vandaag pannenkoeken voor het ontbijt.
Tom vertelt Nienke gelijk over de ontmoeting met Pat, het meisje met de onweerstaanbare glimlach.
Als hij uitverteld is vraagt ze: “Weet je haar nummer nog?”
“Ja, hoor, dat vergeet ik nooit meer, dat zit er bij mij ingebrand.”

Tom laat er geen gras over groeien.
Die avond, na het eten, belt hij haar.
“O Tom, wat fijn dat je nu al belt,” zingt het in  zijn oor.
Een golf van warmte slaat door hem heen.
Ze hangen bijna twee uur aan de telefoon.
Pat vertelt hem dat ze bij haar ouders in het tuinhuis woont, omdat het tegenwoordig haast ondoenlijk is om een huis te bemachtigen.
Huren gaat moeilijk en iets geschikts kopen is ook niet eenvoudig.
Tom heeft ook geen huis, want als hij aan het werk is verblijft hij in de kazerne en als hij verlof heeft, zijn er altijd Nienke en Jan waar hij welkom is.
Zijn ouders zijn constant op reis.
Nadat zijn vader met pensioen ging verkochten zij hun huis en schaften een grote camper aan.
De camper is nu hun woning en dat bevalt prima.
Af en toe komen ze in Hummelo langs. Dan staan ze met hun eigen huis op een mooi plekje dat Jan voor hen heeft gereserveerd.
Over zichzelf vertelt Tom dat hij een computerman is en dat hij zich o.a. gaat bekwamen in het vliegen met drones.
Op haar beurt vertelt Pat over haar werk als managementassistent.
Dat is een veelzijdige en verantwoordelijke baan.
Door de dag krijgt ze weliswaar wel wat beweging, omdat ze rond gaat door het bedrijf, maar zelf vindt ze dat ze haar conditie op pijl moet houden door naar de sportschool te gaan, te tennissen en, zoals vanmorgen, haar stappen te doen.
Tot haar spijt tennist Tom niet, maar hij is bereid het te leren, zodat ze dat samen kunnen doen.

“Ga je nog wat doen vanavond?” vraagt Tom.
“Nee, ik heb geen plannen..”
“Heb je zin om hierheen te komen? Ik kan je ophalen en weer terug brengen als je wilt.”
“Dat wil ik wel, maar zal je zus dat niet raar vinden? We kennen elkaar pas vijf minuten…”
“Dat weet ik en daar wil ik wat aan doen. We hebben elkaar al van alles verteld, maar ik heb het gevoel dat we nooit uitgepraat raken;  is dat bijzonder, of niet?”
“Dat is het zeker. Als je mij ophaalt, kom ik graag mee!” zegt ze. Pat heeft er opeens heel veel zin in.
Een kwartier later is hij er al.
Vanmorgen zag hij haar in haar looptenue, maar nu heeft ze een mooie lange broek aan met daarop een shirt dat hij figuur eer aan doet.
“Je ziet er mooi uit.” zegt hij en trekt haar even naar zich toe voor iets dat op een voorzichtige knuffel lijkt.
Pat laat hem haar huisje zien.
“Je ziet dat het niet groot is, maar het is gezellig en best wel comfortabel,” wijst ze.
“Wat is je lievelingskleur?” vraagt Tom.
“Nou, dat is moeilijk te zeggen. In het interieur zal ik nooit harde primaire kleuren toepassen. Je ziet wel dat het zachte tinten zijn.
Maar met kleding durf ik wel wat; ik heb bijvoorbeeld een rode jurk. En daarmee zie ik er op mijn manier best wel feestelijk uit.”
“Dat geloof ik direct.” Tom kijkt haar intens aan.
“Ja…,” zegt hij dan, “Ik zie het voor me! Zullen we gaan?”

Nienke vindt het een beetje spannend dat ze Pat nu al te zien krijgt.
Er stapt een charmante jongedame uit de auto en Nienke loopt ze tegemoet, op de voet gevolgd door Taco.
Taco breekt het ijs, want hij herkent Pat dadelijk, en begroet haar uitbundig als een goede vriendin.
De stralende lach op haar gezicht zodra ze Taco ziet, maakt dat ze bij Nienke niks meer fout kan doen.
Tom stelt Pat voor en Nienke steekt spontaan haar armen uit.
Ze geven elkaar een knuffel waar Tom jaloers op is.
De woonkeuken geurt naar koffie.
“Willen jullie koffie of liever iets anders?” vraagt Nienke.
“Het is nu nog licht, we kunnen beter eerst rondgaan en daarna wat drinken.” vindt Tom.
Pat vindt alles prachtig, maar de dieren het mooiste.
Taco vergezelt ze op de ronde en het lijkt soms of hij ook mee wil praten, of hij iets kwijt wil. Hij kan haar zo aankijken.
Pat heeft nog nooit koeien van zo dichtbij gezien; ze vindt ze knap met hun mooie ogen en lange wimpers…

Als ze klaar zijn met de ronde, is ook Jan gearriveerd.
Jan is een hartelijke man en Pat voelt zich helemaal op haar gemak bij de familie.
Ze drinken nog wat met elkaar en dan kondigt Tom aan dat hij Pat naar huis gaat brengen.
Er moet gewerkt worden en morgenvroeg hoopt hij natuurlijk Pat weer tegen te komen…

Onderweg zegt Tom: “We hebben flink meters gemaakt, hè Pat?”
“Meters?” vraagt Pat verbaasd.
“Ja… dat is een metafoor, voor als je vorderingen hebt gemaakt.
Wij hebben vorderingen gemaakt volgend op onze kennismaking.”
Hij remt af en draait de auto de oprit op van Pat ’s ouders.
“Rij maar door naar het huisje,” adviseert Pat, “dan kun je er straks aan de andere kant weer uit.”
“Wil je nog even binnenkomen? Of moet je gelijk weer weg?”
“Natuurlijk wil ik dat, maar wordt het dan niet te laat voor jou? Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.”
“Ik zal je een geheimpje vertellen… Ik heb morgen een vrije dag genomen. Dat was een gok, omdat ik hoopte dat je contact op zou nemen. Ik dacht: Hij heeft nog maar een week, dus dan wil ik wel beschikbaar zijn.”
“Dat is geweldig!” Tom slaat zijn armen om haar heen en drukt haar even tegen zich aan. Hij is reuze blij.
Pat vindt zijn aanraking heerlijk!
“Waar zou je morgen graag naartoe willen?” vraagt hij neutraal.
“Houd je van het strand?” vraagt ze.
“Zeker doe ik dat! Ik heb daar geweldige herinneringen aan.”
“Welke plaats had je in gedachten?”
“Nou… Het is wel een eindje rijden, maar ik vind het in Zoutelande altijd fijn.”
“Dan gaan wij naar Zoutelande! Ik vind dat leuk, omdat ik daar nog nooit geweest ben.”
Ze staan nog steeds.
“Wil je niet gaan zitten? Nu je weet dat ik morgen niet hoef te werken kun je misschien wat langer blijven?”
“Komt er straks geen boze vader om de hoek kijken?”
Pat schiet in de lach. “Nee hoor, mijn ouders zijn op vakantie. Ik mag al die tijd hun huis gebruiken, maar ik heb liever mijn eigen huisje, ook al is het een beetje klein.”
Tom ontspant zich.
Pat haalde een fles witte wijn tevoorschijn en vraagt: “Vind je deze lekker, denk je?”
“Ja heerlijk, maar ik moet nog wel naar huis rijden.”
”Dit is maar een licht wijntje, daarmee zal je die paar kilometers  wel kunnen overbruggen. Wil jij hem open maken?”
Ondertussen legt Pat wat blokjes kaas op een platte schaal met druiven er tussen. Tom vult de glazen.
Ze klinken… “Op een mooie dag aan het strand!” zegt Tom.
“Daar drink ik op!” sluit Pat zich aan.
Een uurtje later vertrekt hij.
Eigenlijk wil hij dolgraag blijven, maar hij is bang om het ‘iets’ dat ze pas gevonden hebben stuk te maken voor het begonnen is.
De volgende dag staat Tom met Taco haar bij de Hessenweg op te wachten.
Blij komt Taco haar tegemoet. Hij laat zich liefkozend begroeten en gaat terug naar Tom, terwijl hij in de gaten houdt of Pat wel volgt.
“Hee…” zegt Tom…En knikt haar vriendelijk toe.
“Goeiemorgen…” groet Pat.
Ze blikt snel om zich heen en evenals gisteren lijkt er nog niemand wakker.
“Gaan we?” vraagt Tom.
Pat kijkt hem aan. “Ja!” en zet gelijk de pas erin.
Taco doet zijn eigen ding. Een pad waar hij niet te vaak komt levert heerlijke nieuwe snuffelplekjes op.
Bij een kruising van zandpaden naar weerszijden wijst Pat naar rechts: ”Zullen we hier langs gaan? Hierachter ligt ‘de groene bedstee’. Dat pad loopt wat dieper tussen de bomen parallel aan een stukje van de Hessenweg.”
Tom volgt haar; hij vindt het leuk. Dit is een stukje natuur vlakbij waar hij niet eerder is geweest.
Af en toe moeten ze bukken voor laaghangende takken, maar dat kleine eindje voelt avontuurlijk. Pat kijkt om: “Als ik alleen ben ga ik meestal niet van het pad af. Maar met jou erbij kan dat wel. Ik vind zulke bospaden leuk!” lacht ze tegen hem.
Als ze verder wil lopen staan ze opeens tegenover een knul van een jaar of twintig.
“Hendrik! Wat doe jij hier?”
“Je ouders vragen mijn vader en moeder altijd een oogje in het zeil te houden als ze op vakantie gaan. En…hoe vroeg je ook opstaat, ik ben altijd bij je in de buurt om je veilig te houden.”
“Dat mag je niet doen Hendrik!” Ze keert zich om naar Tom. “Hendrik is de zoon van onze buren.” Ze stelt Tom niet voor.
“Een oogje in het zeil houden slaat op het huis, maar niet op mij!”
“Gisteren zag ik je ook al met die kerel en nou ben je met hem in het bos.”
“Pardon?” valt Pat boos uit.
“Dit is mijn vriend en jij moet naar huis gaan!”
Tom hoort het met verbazing aan en vraagt hem:
“Hoe wist je eigenlijk waar we waren?”
“Jaaa… daar heb ik mijn trucjes voor…”
“Heb je iets met haar telefoon gedaan?”
Hendrik kijkt betrapt, maar geeft geen antwoord.
“Kom Pat, wij gaan weer. Hendrik heeft kunnen zien dat je veilig bent en kan met een gerust hart naar huis.
Dag Hendrik!” groet hij nog eens nadrukkelijk en pakt Pat bij de hand.
Hendrik had verwacht dat Pat blij zou zijn om hem te zien.
Hij blijft staan en kijkt hen besluiteloos na.

Niet veel later zijn Pat en Tom terug op de Hessenweg.
“Pat, het lijkt me verstandig dat ik met je meega, en dat je thuis je strandspullen pakt en terwijl je dat doet zal ik, als jij dat wilt, die tracker van je telefoon halen.”
“Weet jij hoe dat moet? Ik zag mijzelf al bij de Applestore staan om hem te laten opschonen en resetten…”
“Tja… defensiespecialist hè? Voor mij stelt dat niks voor.”
“Inderdaad handig zo’n vriendje. Ik ga je maar houden!” grapt ze.

Eenmaal op weg naar Zoutelande vertelt Pat aan Tom dat ze in het huis, waar haar ouders nog steeds wonen, geboren is.
Helaas bleef zij het enige kind en daardoor trok ze nogal eens naar de buren, die drie kinderen hadden.
“Weet je Tom, die ouders zijn prima mensen en ik weet nog dat Hendrik geboren is. Toen was ik zes.
Later, toen ik een jaar of dertien veertien was, heb ik vaak op hem gepast. Ik ben bijna zes jaar ouder en hij voelt voor mij als een jonger broertje.”
Ze zucht eens diep.
“Ik vind het heel raar dat hij mij bespioneert en tegelijkertijd kan ik me niet voorstellen dat hij mij kwaad zou willen doen.”

“Pat, ik vind het fijn dat je mij dit allemaal vertelt. Toch zou ik, niet om jou ongerust te maken, je huisje graag willen controleren op bepaalde apparatuur. Ik neem aan dat je begrijpt dat dit gedrag niet normaal is. Hij stalkt je!”
Pat geeft geen antwoord. Ze weet niet goed wat ze hiermee aan moet…

Zoutelande is een succes! Het is ideaal strandweer. Het is niet te heet en er waait een zacht briesje ter verkoeling. Ze hebben heerlijk een heel eind langs de kustlijn gewandeld.
Er komt een strandtent in zicht.
“Zullen we daar koffie drinken met appeltaart en slagroom?
Dat is nergens lekkerder dan aan het strand.”
Pat geniet al bij de gedachte.
Daarna zoeken ze een plek om hun handdoeken neer te leggen en de kleren gaan uit. Beiden hebben ze hun zwemkleding al aan.
Tom staat op om als eerste het water in te gaan.
Pat springt overeind en roept: “Wacht op mij! Ik ga met je mee!”
Ze vertelt het niet, maar ze vindt het een beetje eng om alleen de zee in de gaan. Met Tom durft ze wel.
Als ze lekker zijn afgekoeld pakken ze hun spullen en zoeken een gerieflijk del in de duinen.
Pat spreidt de handdoeken zorgvuldig uit tegen elkaar. Ze liggen dicht tegen elkaar aan en laten zich door de zon weer opwarmen.
Pat pakt een arm van Tom en trekt hem om zich heen.
“Jij bent alweer warm!” constateert ze. “Ik heb het nog koud.”
“Kom maar hier, ik maak je wel warm,” zegt Tom. Hij draait zich opzij en trekt haar tegen zich aan. “Zo beter?” vraagt hij teder.
“Véél beter!” Ze strijkt met haar vrije hand over zijn gezicht en kijkt hem aan.
Hij pakt haar hand en drukt er een kus op.
“Ik denk… dat jij best een goeie kusser bent!” waagt ze dan en legt haar hand achter zijn hoofd. Meer hints heeft hij niet nodig.
Hij buigt zich over haar heen en kust haar zorgvuldig. Het is een heerlijke passieopwekkende kus.
Zijn handen omvatten haar gezicht en hij kust haar opnieuw.
Hij verplaatst zijn liefkozingen via haar hals, langs haar borsten en zoent haar buik.
Dan richt hij zich op:
“Meisje, als ik te snel ga en je wilt liever dat ik stop, dan stop ik. Als jij nog niet zover bent, dan begrijp ik dat.”
Haar antwoord ligt besloten in haar daden. Ze draait zich op haar zij en streelt zijn lichaam. Haar kussen bieden hem een nieuw perspectief.  
Ze hebben geen van beiden de kracht om de verleiding te weerstaan.
Ze zijn beiden jong en ontvankelijk voor liefde.
Als het begint af te koelen kleden ze zich aan en proberen het zand weg te krijgen.
Het zand zit overal.

“Pat, denk je dat je morgen nog een vrije dag kunt krijgen?
Dan zoeken we hier een hotel en dan nemen we bad en daarna gaan we uit eten met een lekkere fles wijn erbij…
Morgen slapen we uit en nemen een ontbijtje en doen hier de stappen.
Daarna rijden we op ons gemak terug.
Wat vind je daarvan?”
“Ik vind het een geweldig idee!
Ik meld me wel af via Stella, dat is een lieve meelevende collega.
Die krijg je nog wel een keer te zien.

Alles verloopt volgens plan.
Als ze in de auto zitten moet Pat weer even aan Hendrik denken.
Hij kan haar niet meer volgen met de tracker en ze vindt het een goed idee dat Tom het huisje nakijkt.

Tom had wel verwacht dat hij een cameraatje had opgehangen en dat is inderdaad het geval.
Daarmee kan hij zien wie er bij Pat op bezoek komt. Tom heeft het weggehaald en voor de zekerheid de sloten van het huisje vervangen, zodat Hendrik niet meer ongemerkt naar binnen kan komen.
Het gesprek met Hendriks ouders verliep goed. Tom is iemand die een situatie goed kan uitleggen en die denkt in oplossingen.
Hendrik zal therapie krijgen om zijn neiging niet verder uit de hand te laten lopen.

Pat en Tom hebben elkaar echt gevonden.
Het is een mooi stel samen.

De eerste verjaardag die ze samen vieren is die van Pat.
Er wordt voorzichtig een grote doos op tafel gezet.
Taco blijft maar om de tafel heenlopen..
Als Pat de doos openmaakt, ziet ze dat er een mini Taco inzit.
Zó schattig! Ze heeft een roze strik om. Het is een teefje.
“Kijk nou toch! Taco… nu heb je een nichtje en ze heet…. Cato!”


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *