Anno 2025
Het is een mooie zonnige dag in maart.
Frank is bezig zijn auto te poetsen.
“Hée man,”
Frank kijkt op.
Het gezicht van Jerry is vertrokken van pijn. Hij houdt zijn vingers tegen zijn gezwollen wang.
“Kan ik je auto even lenen?” vraagt hij.
Bij het uitademen sluit hij een moment zijn ogen.
“Wat is er, je ziet er niet goed uit.”
“Niks ergs, ik heb alleen kiespijn.
Ik heb de tandarts gebeld en er is een plekje vrij, maar dan moet ik wel direct komen.”
Frank weet wat kiespijn is en biedt aan: “Ik rijd je er wel even heen.”
“Nee, doe dat maar niet, want ze zijn wel een tijdje met me bezig. Tenzij je liever hebt dat ik een taxi bel…”
“Nee kerel, natuurlijk niet. Wacht…”
Hij pakt zijn sleutelbos uit zijn zak en haakt er de autosleutels af.
Nu hij niet verder kan met de auto maakt Frank van de gelegenheid gebruik om een wandeling door de Hummelse bossen te maken met zijn hond Tirza.
Eenmaal in het bos haakt hij haar riem los, zodat ze naar hartenlust kan rondsnuffelen. Dat kan, omdat ze duidelijk niet vooraan stond toen in het voorportaal van de aarde de jachtinstincten aan de honden werden uitgedeeld.
Hij stapt stevig door. Ze komen langs bouwland en passeren groene weilanden.
Buiten een paar schaapjes is geen vee buiten te zien.
Ondanks het zonnige weer zijn de bomen kaal; hoewel overdag de zon schijnt, is het met vijf graden onder nul
’s nachts behoorlijk koud.
Dit weer is gemaakt voor sneeuwklokjes, die bloeien weken achter elkaar.
Frank fluit Tirza en ze steken een provinciale weg over en verder gaat het door het volgende bos.
Op een gegeven moment valt zijn oog op een Toyota, die verderop tussen de bomen staat geparkeerd.
Dat is een rare plek om een auto neer te zetten.
Een beetje nieuwsgierig loopt hij door terwijl de gedachte door hem heen schiet:
Het is dat ik weet dat Jerry met de mijne naar de tandarts is, anders zou ik er een eed op doen dat het mijn auto is.
Dichterbij gekomen merkt hij verbaasd op dat het inderdaad zijn auto is..
Hij kijkt om zich heen. Wat is hier aan de hand? En waar is Jerry? Hoezo kiespijn en naar de tandarts?
Hij voelt aan het portier, de auto zit op slot.
Hij kijkt door de achterruit naar binnen.
Er ligt een weekendtas in die niet van hem is.
Frank loopt door; een eindje verderop is een kruising.
Hij kent het hier en weet dat het gedeelte van het pad dat naar links gaat bij een uitspanning uitkomt.
Hij volgt het pad.
Op een afstand van een meter of vijftig herkent hij Jerry. Hij zit op het caféterras aan een tafeltje waar hij druk in gesprek is met een man, in een lange zwarte jas.
Frank loopt ernaartoe en zegt: “Hée, Jerry! Wat doe jij hier?”
Jerry schrikt. Hij stelt hen aan elkaar voor zonder hen echt aan elkaar voor te stellen. Hij noemt geen namen, maar zegt tegen de man: “Dit is een vriend van mij.” en tegen Frank: “Dit is een zakenrelatie.” Hij kijkt Frank smekend aan. “Wij hebben iets af te handelen,” Hij kleurt vuurrood terwijl hij uitbrengt: “onder vier ogen graag.”
“Natuurlijk,” zegt Frank. “Als je mij vast de sleutels geeft, dan wacht ik op je bij de auto.”
Met een schichtige blik om zich heen vist Jerry de sleutels uit zijn zak.
Frank neemt ze aan en knikt: “Tot zo!” Teruglopend signaleert hij op het parkeerterrein aan de overkant van het café een gesloten zwarte bestelbus, waar een duister figuur met een zwarte muts op achter het stuur zit.
Eenmaal terug op de plek waar Jerry de auto heeft achter gelaten gaat hij op een omgezaagde boomstam zitten wachten tot hij op komt dagen.
Hij fluit tussen zijn tanden en Tirza komt bij hem zitten. Het wachten duurt niet lang.
Met grote passen haast Jerry zich naar de auto.
“Kom hier even zitten.” Frank kijkt hem strak aan en klopt met zijn hand op de boomstam.
“Waarom lieg je tegen mij, waar ben je mee bezig?”
“Ik heb problemen waar ik jou liever buiten wil houden.
Het gaat er niet om dat ik je niet vertrouw maar, geloof me, dit zijn zaken waar je beter niks mee te maken kunt hebben.”
“Vertel me nou maar waar je in verzeild bent geraakt; misschien kunnen we samen een oplossing bedenken.”
Jerry zucht diep en schudt zijn hoofd.
“Het ligt allemaal niet zo eenvoudig Frank… en het is inmiddels ook een heel gevoelige zaak. Ik had een mooie tip gekregen voor een investering. Ik dacht zeker te weten dat het goed zat maar, je voelt het al aankomen, ik ben opgelicht. Met open ogen ben ik in de val getrapt en, wat het ergste is, ik heb het geld van Inge er ook in gestoken.”
“Weet Inge dat of…?”
“Nee, dat weet ze nog niet, maar het kan niet anders of ze gaat er binnenkort achter komen.
Omdat ik haar niet kwijt wil, heb ik geld geleend, om haar deel weer aan te zuiveren.”
“Je gaat me toch niet vertellen dat die vent van daarginds met die zwarte jas aan jouw geldschieter is?”
“Ja Frank, dat is hem.”
“Laat me nog eens raden uit drie mogelijkheden.”
Ten eerste: Hij wil per direct zijn geld terug.
Ter tweede: Hij wil dat je gevoelige informatie lekt over je baas en zijn bedrijf.
Ten derde: Je moet pakjes voor hem bezorgen.”
“Het is een combinatie van één en twee.”
“Om hoeveel geld gaat het?”
Jerry aarzelt. Hij schaamt zich: “Doet dat ertoe?”
“Jazeker doet dat ertoe!”
Jerry wrijft zich over zijn kin.. Dan herpakt hij zich:
“Het gaat over meer dan honderdduizend euro.”
Dat is even schrikken. Dat heeft Frank ook niet zomaar op de plank liggen. Het blijft even stil.
“Jerry,” hij maakt een hoofdbeweging richting de uitspanning. “Vind jij die vent slim? Of is hij alleen maar hebzuchtig en kwaadaardig? Heeft hij jou bedreigd?”
“Twee kerels met knuppels hebben mijn auto toegetakeld met de boodschap erbij: Nu is het jòuw auto, de volgende keer die van je vriendin, terwijl ze erin zit.”
Jerry zucht. “Het is niet alleen die vent, er zit een bende achter. Die vent zelf maakt zijn handen niet vuil…
en slim…? hij heeft me wel in de tang. Zag je die zwarte bus aan de overkant staan? Die vent die achter het stuur zat zichtbaar met zijn pistool te spelen terwijl hij mij fixeerde zoals een slang dat doet met een muis voordat hij hem verslindt.”
“Jerry, je hebt een fout gemaakt. Dat overkomt iedereen een keer. Betekent dat dat jij dom bent? Nee, helemaal niet! Het mooie hiervan is: Van je fouten leer je het meest!”
“Waar hèb je het over?”
“Die gast vraagt er gewoon om op dezelfde manier te worden beetgenomen als ze met jou hebben gedaan.
Dat noemen we iemand een koekje van eigen deeg geven. Kom, stap in, dan gaan we naar mijn huis om een plan uit te werken.”
Jerry is bang.
Hij is doodsbenauwd voor de dreigementen die geuit zijn en hij gelooft alles waarmee de woekeraar hem onder druk zet.
Frank praat op hem in dat hij zich niet zomaar gewonnen moet geven.
“Jerry, je gelooft toch niet echt dat hij voor het bedrag van een ton dag in dag uit mensen bij je huis laat posten?
Die vent gaat ervan uit dat hij jou zo bang heeft gemaakt, dat jij je in allerlei bochten zal wringen om hem te geven wat hij verlangt.” Frank wrijft zich in de handen. “Dat is goed! Láát hem dat maar denken! Dat houdt hem rustig. Probeer zoveel mogelijk tijd te winnen.”
“Maar wat als ze Inge lastig gaan vallen? Ik zou het mijzelf nooit kunnen vergeven als ze haar iets aandoen.”
“Als jij ze hun zin geeft, kun je daarop wachten. Dan blijven ze doorgaan en zullen ze steeds meer eisen stellen. Ik ken iemand die ons zou kunnen helpen. Hij is een hoge politiefunctionaris genaamd: Frans de Winter.
Hij zal maar wat graag zo’n doortrapte smeerlap, liefst met trawanten en al, voor jaren van de straat halen.”
Het contact wordt gelegd.
De politieman heeft Frank en Jerry bezworen er met niemand over te praten.
Hij wil te weten komen hoe de bende Jerry te pakken heeft gekregen.
“Waarschijnlijk via iemand van het werk waarmee je regelmatig contact hebt en die je vertrouwt.
Het is goed mogelijk dat die persoon ook een slachtoffer is.” Legt hij uit.
De volgende keer dat Jerry een ontmoeting heeft, draagt hij een zender bij zich waarmee het gesprek wordt afgeluisterd. De bedreigingen, waarover Jerry vertelde, worden daarmee bevestigd.
Er wordt in besloten kring rondgebeld en vergaderd.
Frank heeft een onweerstaanbare aanbieding van een stadsontwerp in kleur gemaakt en heeft daar plezier in.
Ontwerpen is zijn ding, zeker als het voor een goed (slecht) doel is.
Jerry biedt het ontwerp van Frank aan bij de man in de zwarte jas: “Dit is een kopie van het stadsplan dat op de zaak in de kluis ligt. Als het uitkomt dat het plan is uitgelekt, ben ik er zeker van dat het plan wordt ingetrokken, dat het hele plan van tafel gaat.”
Jerry speelt zijn rol als bange underdog met verve, en de boef met de zwarte jas tuint erin als een kleuter in de eendenvijver.
“Het is nog niet bekend waar dit plan wordt gerealiseerd.” Gaat Jerry verder. “Zodra dat bekend is, laat ik het weten en dan ga ik ervan uit dat mijn schuld is afgelost!” doet hij dapper.
De man begint hard te lachen, rolt het ontwerp op en steekt het in de koker. Hij geeft geen antwoord.
Geen antwoord is ook een antwoord en Jerry beseft dat Frank helemaal gelijk had, toen hij zei dat ze hem nooit meer los zouden laten.
Ondertussen heeft ook de politie niet stilgezeten.
Ze hebben ontdekt dat de oplichters bij dezelfde bende horen als degenen die de lening hebben verstrekt.
Het één haakt in het ander. En als ze iemand eenmaal aan de haak hebben, laten ze nooit meer los.
Jerry is bij lange na niet het enige slachtoffer.
Er worden meerdere rechercheurs ingezet, om uit te vinden waar het hoofdkwartier van de bende gevestigd is.
Wanneer het bericht doorkomt dat het hele criminele zooitje daar bij elkaar zit, plant de politie een inval, waarbij ze niet alleen de misdadigersbende, maar ook een schat aan bewijsmateriaal in handen krijgen.
Jerry is zielsblij dat hij verlost is van de oplichters en de chanteurs. De bende is volledig opgepakt en zal heel lang niet meer vrijkomen.
Jerry en Inge gaan bij Frank op bezoek.
“Frank, wij weten dat niets ter wereld kan goedmaken wat jij voor ons hebt gedaan. Toch hebben wij we een cadeau voor jou bedacht…” De tas van Inge gaat open en ze haalt een envelop tevoorschijn.
-Voor onze beste vriend Frank!- staat erop.
“Je gaat op onze kosten een maand naar Amerika om je familie te bezoeken.” Lacht Jerry. “Je kunt het ticket ook ruilen voor een vakantie in Hawaï.” Knipoogt Inge ondeugend.
“Nou, dat is nogal wat,” bromt Frank.
“Wij zullen op je huis passen en voor Tirza zorgen en we zullen je elke dag een filmpje van haar sturen.” Ruimt Inge de laatste horde uit de weg.
Ze geeft Frank een knuffel en Jerry omhelst zijn vriend. “Nou, nou, ik word er verlegen van… Maar dat hoeft toch allemaal niet, daar heb je vrienden voor!” mompelt Frank.
Natuurlijk is ook Frank blij dat het nare avontuur voor Jerry goed is afgelopen.
Op advies van Frank heeft Jerry alles aan Inge verteld.
Een paar weken later zitten Frank met Jerry in de tuin met een biertje. Hun vriendschap kan de zwaarste storm doorstaan. Ze weten dat ze in goede tijden, maar ook in moeilijke tijden altijd op elkaar kunnen rekenen. en ze zijn hechter dan ooit.
“Hoe laat vlieg je?”
“Morgenochtend om tien uur.”
Ze heffen hun glazen en klinken: “Op een mooi verblijf in Amerika!”
——————————————————————————————-


Geef een reactie